Gewone Middeleeuwer las Bijbel in volkstaal

Onderzoek schijnt nieuw licht op geletterdheid in de Middeleeuwen

in Christelijk Nieuws

Het is dankzij Maarten Luther dat het gewone volk toegang kreeg tot de Bijbel, leerden we vroeger op school. Volgens historicus Margriet Hoogvliet van de Rijksuniversiteit Groningen ligt het toch iets anders. Want in de Late Middeleeuwen las de gewone man en vrouw de Bijbel in de eigen taal, blijkt uit haar onderzoek, waarover de Volkskrant schrijft.

Samen met twee assistenten in opleiding en de Groningse hoogleraren Sabrina Corbellini en Bart Ramakers doet Hoogvliet onderzoek naar de religieuze lees- en schrijfcultuur van stadsbewoners in de Late Middeleeuwen. Deze periode, van 1400 tot 1550 na Christus, was net voor de Reformatie.

Vindplaatsen van boeken

Voor haar onderzoek keek Hoogvliet vooral naar de Noord-Franse stad Amiens. Ze ontdekte dat door de hele stad boeken, pennetjes, beschreven papier en andere data te vinden waren. “Hieruit blijkt dat geletterdheid heel gelijkmatig over de stad was verdeeld, en zich dus niet beperkte tot de buurten waar de elite leefde. Hetzelfde is in Leiden vastgesteld.”

Teksten in volkstaal

Hoogvliet legt uit dat het beeld heerst dat in de Late Middeleeuwen mensen ongeletterd waren en in armoedige huisjes woonden. “Maar daarmee doen we de geschiedenis van de Nederlanden geen recht.” Het was volgens haar een tijd met veel ruimte voor discussie en reflectie. Leken mocht soms zelfs priesterlijke functies op zich nemen, zoals de laatste biecht afnemen aan een sterfbed. “Daar waren teksten in de volkstaal voor.” Pas later, na de Reformatie, werd de rooms-katholieke cultuur strikter. “De pastoor werd weer de spil van het religieuze leven.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons