De Bijbel gebruikt de beker als beeld van je levensweg

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Een beker is een gewoon en alledaags voorwerp, al eeuwenlang. Ook in de Bijbelse tijd waren ze er. In alle soorten en maten. Tegenwoordig drinken we wijn uit een glas; in Bijbelse tijden deden ze dat uit een beker.

Er zijn heel wat verhalen over bekers in de Bijbel te vinden. Beroemd is het verhaal van de beker van Jozef, die hij zogenaamd kwijt was. Reken maar dat die beker heel kostbaar is geweest. Hij bleek verborgen te zitten in een zak met koren uit de lading van zijn broertje Benjamin. Nota bene op bevel van Jozef was de beker verstopt door zijn dienaren.

De beker als beeld

Maar veel vaker wordt de beker gebruikt als beeld van het levenslot. Als er geloot werd, werden loten in een beker gedaan. De beker drinken betekent in die context dan ook het lot ondergaan dat je is toebedeeld. Alleen, wie bepaalt je lot?

In een restaurant komt een ober naar je toe en vraagt wat je te drinken wilt. De mensen kunnen krijgen wat ze willen. Je mag het zelf bestellen. Maar zo is het in het leven niet. Mensen spreken bij geweldige tegenslag vaak over het noodlot. Niemand heeft het besteld. Het overkomt je. Het is je lot.

God vult de beker van David

Daarom is het prachtig wat David over zijn leven zegt. Hij gebruikt in zijn gedicht over zijn leven het beeld van de beker. Een beker, waaruit hij drinkt en een beker, waarin het lot van zijn leven ligt. Beide aspecten verbindt hij met God. God vult de beker, waaruit hij drinkt. God bepaalt zijn leven. In de rest van het gedicht getuigt David dat hij daar heel gelukkig mee is.

Wat doe je ermee?

Moet dat eigenlijk altijd? Drinken wat God je voorhoudt? Kun je ook nee zeggen? Zoals in een restaurant. Zeggen dat je dat niet besteld hebt? Je kent het antwoord. Je weet ook dat dat een van de grote verschillen is tussen gelovige en niet gelovige mensen. David zegt: ‘U houdt mijn lot in handen.’ En dat geldt niet alleen voor hem. Dat betekent niet dat het daarom per definitie fijn en gemakkelijk zal zijn. Neem bijvoorbeeld het leven van Jezus. Jezus vroeg aan Zijn leerlingen: ‘Kunnen jullie de beker drinken die Ik drink?’

Tegelijkertijd is dat woord van Jezus een opsteker. Hij zegt eigenlijk: ‘Dat kunnen jullie niet, maar dat hoeven jullie ook niet. Ik zal die beker Zelf drinken.’

Voor iedereen een andere beker

Het is ook zo dat wij allemaal uit de hand van Jezus een andere beker aangereikt krijgen. Een beker die we allemaal mogen drinken, hoe verschillend ons leven ook is. Het is de beker van het Heilig Avondmaal, gevuld met wijn, beeld van Zijn bloed.

Niet ieders beker is even gemakkelijk om te drinken. Maar je mag geloven dat het God is die hem vult. Wat Hij ook aanreikt: het is een levensbeker.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons