'Nog één keer bedankt, voordat de kaarten naar het grofvuil gaan'

Blog van Andries Knevel

“En wat doen we met de kaarten?” vroeg mijn vrouw. We keken elkaar zwijgend aan. We wisten dat dit moment ooit zou komen. “Zullen we ze wegdoen?” antwoordde ik zachtjes. “Zou je dat wel doen? Je bent eraan gehecht...”

Samen waren we de schuur aan het opruimen; althans, mijn vrouw deed dat en ik moest helpen. In onze schuur stonden langs de wand twee enorme canvassen met daarop honderden kaarten geplakt. Mijn vrouw – ze is nogal creatief – had de kaarten kleur bij kleur als enorme waaiers op de borden geplakt: een fraai gezicht.

Bijna duizend kaarten

Het is deze maand twee jaar geleden dat ik tijdens een reis voor EO Metterdaad besmet raakte met de legionellabacterie. Ik werd ernstig ziek en bracht ruim drie weken door op de intensive care. Enfin, u kent het verhaal misschien. Gedurende die weken ontving ik bijna duizend kaarten uit het achterland van de EO (en van daarbuiten).

Die kaarten hebben enorm veel met mijn vrouw en mij gedaan. Ik heb u daar via deze column ook een paar keer voor bedankt. Op een gegeven moment heb ik ook geschreven dat het de laatste keer was dat ik u bedankte. Die grote borden met kaarten sierden eerst een jaar lang de woonkamer; maar ach, u weet hoe het gaat, daarna verdwenen ze naar de gang, en nog weer later naar de schuur.

De laatste keer

En ja, daar stonden we dan. We keken elkaar wat bedremmeld aan. “Je mag ze houden,” zei mijn vrouw liefdevol. “Maar dan staan ze er over vijf jaar nog,” reageerde ik. “Deo volente,” zei mijn vrouw, die behoorlijk Bijbelvast is. “Misschien is dit een mooi moment om de achterban van de EO nog een keer te bedanken,” opperde ik. “Ze zien je aankomen. Dat heb je al een paar keer gedaan.”

“Dan doe ik het – beloofd – nog één keer, en dan gooien we ze nu weg.” Het was even stil. We pakten samen de borden en voerden ze af naar het grofvuil.

Dus nu, voor het laatst: dank u wel!

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons