Het kan veel kosten om Jezus te volgen

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

‘Weten jullie wat je aan Mij vraagt?’ ‘Realiseren jullie je wel wat de consequenties daarvan zijn?’ ‘Ja’, zeiden Jakobus en Johannes. Zij wilden Jezus volgen.

Deze keer gaan we het hebben over een gesprek dat Jezus had met de twee discipelen Jakobus en Johannes. Het vond plaats tijdens Zijn laatste reis, met bestemming Jeruzalem. Hij had hen over het komende lijden verteld. Toen hadden zij gevraagd of ze straks in Zijn koninkrijk beiden een belangrijke functie mochten bekleden.

‘Weet je wat je vraagt?’

Het lijkt een ongepaste vraag. Wie begint er nu over zoiets op zo’n moment? Toch staat er nergens dat Jezus hier boos over werd. Er staan wel twee andere dingen. Ten eerste vroeg Hij of ze wel beseften wat de consequenties van hun vraag waren. Ten tweede zei Hij dat Hij niet ging over die posities in het komende koninkrijk.

‘Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken of de doop ondergaan die ik moet ondergaan?’ ‘Ja, dat kunnen wij,’ antwoordden ze. (Marcus 10:38,39)

Volgen tot in de dood

Jezus zei heel duidelijk dat niet alleen voor Hem de weg naar dat koninkrijk heel zwaar zou zijn, maar ook voor hen. ‘Ik moet lijden en gedood worden. Kunnen jullie dat soms ook?’ Hun antwoord luidde: ‘Ja, dat kunnen we.’

Volgen is dienen

Het meest gehoorde commentaar hierop is: ‘Wat een zelfoverschatting’. Toch staat er nergens in de Bijbel dat Jezus dat gezegd heeft. Wat er nog wel staat, is dat Hij nog eens benadrukte dat de route naar Zijn Rijk via het kruis zou lopen. Het zou een weg van dienen zijn, van het brengen van een offer.

Volgen in de praktijk

Natuurlijk zou je erop kunnen wijzen dat alle apostelen ervandoor gingen, ook die twee bij de arrestatie van Jezus. Maar daar staat tegenover dat Johannes aan de voet van het kruis te vinden was. Bovendien was Jakobus de eerste apostel die door Herodes om het leven werd gebracht. Zijn broer Johannes is heel oud geworden, maar verbannen worden naar een eiland in de Egeïsche Zee zal ook geen pretje geweest zijn.

Hoe ga jij om met die vraag?

Je kunt met het bovenstaande Bijbelgedeelte op verschillende manieren omgaan. De discipelen borduurden voort op die ‘ongepaste’ vraag. Zij hadden overigens geen problemen met de vraag zelf, maar wel met de gedachte dat Johannes en Jakobus de belangrijksten zouden zijn. Je kunt ook nadenken over jezelf en de beloften die jij ooit aan God hebt gegeven. Over bijvoorbeeld ‘trouw zijn in goede en in kwade dagen’. Maar er zijn nog veel meer van die beloften.

Je werd niet gedwongen, maar je deed het vrijwillig. God zou ook aan jou kunnen vragen: ‘Besefte je toen wat je zei?’ Dat deed Jezus met Petrus aan de oever van het meer, toen hij Jezus had verloochend.

Besef ik wat ik beloofd heb? Realiseer ik me waartegen ik ooit ‘ja’ heb gezegd? Die vraag geldt bij deze geschiedenis voor iedereen!

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons