Wat kan Jezus met een ongelovige gelovige?

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Geloven doe je niet zomaar. Het kost veel moeite om te leren geloven. Maar het is misschien nog wel moeilijker om te blijven geloven. Toch blijven geloven, als je gebeden niet worden verhoord. Vasthouden aan God, ook als alles tegenzit. Toch beweren dat God er ook voor jou is, terwijl er diepe twijfel in je hart leeft.

In de Bijbel staat een verhaal over een man die wel, en ook niet geloofde. Jezus vroeg aan hem of hij geloofde. En toen zei die man: ‘Here, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp’ (Marcus 9:24).

Zoiets kan toch niet? Of je gelooft wel, of je gelooft niet. Het is begrijpelijk dat een gelovige soms kan twijfelen. Maar gelovig en ongelovig tegelijk zijn, dat is onmogelijk. Volgens onze logica tenminste. Maar zo kun je je wel voelen!

Wie was deze ongelovige gelovige?

Hij was de vader van een ernstig ziek kind. ‘Hij had het al als klein kind,’ vertelt de vader. Wat een zee van verdriet. Hij was overal geweest om genezing voor zijn kind te vinden. Voor je kind doe je alles. Hoe vaak zal hij gebeden hebben? Maar zijn gebeden werden niet verhoord!

Wie kan mijn kind genezen?

Tijdens die zoektocht naar genezing voor zijn kind was hij ook bij de discipelen van Jezus terechtgekomen. ‘Kunnen jullie mijn kind genezen?’ Maar ook zij konden het niet. Hij kreeg de zoveelste teleurstelling te verwerken. Toen stond hij oog in oog met Jezus. Kon Hij het wel? Jezus zei: ‘Alles is mogelijk voor wie gelooft!’

Van wie hangt het af?

Wat moet die vader geschrokken zijn. Kwam het nu op hem aan? Hing het van hem af of zijn kind genezen zou worden? Ging hij uit geloof naar Jezus of was hij alleen maar op zoek naar hulp? Geloofde hij wel echt? Wat moest hij zeggen?!

Vertrouwen en twijfel

Toen sprak de man die beroemde woorden: ‘Ik geloof, Here, kom mijn ongeloof te hulp.’ In één adem beleed de man zijn geloof, maar ook zijn ongeloof. Zijn vertrouwen, maar ook zijn twijfel. Hij beleed zijn hoop, maar ook zijn angst. Zijn kracht, maar ook zijn zwakheid.

Je krijgt de indruk dat hij er direct spijt van kreeg dat hij het geloof noemde: ‘Here, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.’

Geloven met ongeloof

Gelukkig staat Jezus op dit moment niet voor ons om te vragen of we echt in Hem geloven! Want wat moet je antwoorden? Wij hebben de luxe ‒ of is het genade? ‒ dat we er nog een nachtje over kunnen slapen. Maar deze vader had die tijd niet.

Hij moest meteen antwoorden. De vader koos voor een opvallende weg: Hij geloofde met zijn ongeloof. Voor Jezus was dit antwoord genoeg!

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons