Waarschuwing van de Here Jezus voor de hel

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Deze keer wil ik het met u hebben over Marcus 9:40-52. Het is geen lang gedeelte. Maar het stelt wel belangrijke zaken aan de orde. Hier is de Here Jezus aan het woord. Hij waarschuwt Zijn discipelen op indringende wijze.

Het is de eerste keer in het evangelie van Marcus dat we zo’n strenge waarschuwing lezen. Nota bene bestemd voor Zijn discipelen. Dus niet voor de schriftgeleerden, die hem zagen als een valse Messias. Ook niet voor ‘tollenaars en zondaars’. Nee, Hij heeft het tegen Zijn discipelen. En hoe!! Hij waarschuwt hen zelfs voor de hel. Ik stelde mezelf de vraag: waar ga ik in deze meditatie de focus op leggen? Op de beschrijving van de hel of op het beschrijven van de zonde, die voor Jezus aanleiding was hen zo ernstig te waarschuwen? Ik koos voor het laatste. Dat is voor mij namelijk het belangrijkste aspect. Zoals een moeder haar kind waarschuwt bij het oversteken van een gevaarlijke weg. Ze zal haar kind in de eerste plaats leren hoe het veilig aan de overkant komt. Dat zal ze waarschijnlijk niet doen door uitgebreid te vertellen wat de gevolgen van een ongeluk op die weg zouden kunnen zijn. Trouwens, wie van ons kan precies zeggen wat de hel is? Jezus gebruikt verschrikkelijke beelden. Maar wie kan zeggen hoe dit altijddurende bestaan zonder God is? De beelden die Jezus daarvoor gebruikt, zijn verschrikkelijk. In de andere evangeliën kom je omschrijvingen van de hel tegen: ‘de plaats van de eeuwige straf’ of ‘het onuitblusselijk vuur’. Jezus beschrijft hier in Marcus de hel als de plek waar de ‘made niet sterft en het vuur niet wordt uitgedoofd’ (Marcus 9:47,48).

De hel

Marcus gebruikt ook het woord ‘Gehenna’. Dat is het woord dat wij met ‘hel’ hebben vertaald. Het woord ‘hel’ bezorgt ons nachtmerries. Dat effect had het woord ‘Gehenna’ op de discipelen. Iedereen die in die tijd leefde, kende het gruwelijke dal van Hinnom ten zuiden van Jeruzalem. Ooit waren daar kinderoffers gebracht. De rokende vuilnisbelt, waar altijd de vuren brandden. In de tijd van Jezus was dat dal een beeld geworden voor het lot dat degenen die Gods weg afwezen, na de dood zouden ondergaan. Wat is de hel? De beelden die Jezus gebruikt, zijn al ernstig genoeg. Jezus zegt hier dat je beter je handen en voeten kunt afhakken en je ogen kunt uitrukken om te voorkomen dat je in de hel wordt geworpen. Wat is er aan de hand? Het lijkt me goed om dit gedeelte eerst rustig door te lezen.

‘En wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, doet struikelen, het zou beter voor hem zijn dat er een molensteen om zijn hals werd gedaan en hij in de zee geworpen werd. En als uw hand u doet struikelen, hak hem dan af; het is beter voor u verminkt het leven in te gaan dan met twee handen heen te gaan in de hel, in het onuitblusbare vuur, waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt. En als uw voet u doet struikelen, hak hem dan af; het is beter voor u kreupel het leven in te gaan dan met twee voeten geworpen te worden in de hel, in het onuitblusbare vuur, waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.

Heb zout in uzelf en leef met elkaar in vrede’ (Marcus 9:42-50 HSV).

En als uw oog u doet struikelen, werp het dan uit; het is beter voor u met één oog het Koninkrijk van God in te gaan dan met twee ogen in het helse vuur geworpen te worden, waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt. Want iedereen zal met vuur gezouten worden en ieder offer zal met zout gezouten worden. Het zout is goed, maar als het zout zoutloos wordt, waarmee zult u het smakelijk maken? Heb zout in uzelf en leef met elkaar in vrede’ (Marcus 9:42-50 HSV).Het zijn heftige woorden. Je zou de openingszin bijna vergeten. Maar dáár staat het. Dáár staat de reden! Het zou best weleens kunnen zijn dat u zich daarover verbaast. Want is daar nu sprake van een grote zonde? Blijkbaar wel! Het gaat over het misleiden, het in de weg staan, het van het goede pad afbrengen van ‘kleinen’, ‘geringen’. Wie zijn die ‘kleinen’? En wat houdt het in dat je deze mensen ‘van de goede weg afbrengt’

Geen begrip voor het lijden

Het verband van de tekst helpt ons. Nog niet zo lang geleden hadden de discipelen Jezus vragen gesteld over de toekomst. Over het koninkrijk dat zou komen, over Gods nieuwe wereld. Wat voor positie had Jezus daar voor hen in petto? Ze rekenden eerlijk gezegd op ereplaatsen. Ze waren Hem toch niet voor niets in alles gevolgd? Typerend was wat Petrus al eerder had gezegd: ‘Wij, wij zijn u wel gevolgd en hebben alles prijs gegeven.’ Ze waren daar zo mee bezig dat ze nauwelijks oor hadden voor de zware weg die Jezus nog moest gaan. Tot driemaal toe had Jezus het lijden aangekondigd. Je moet helaas constateren dat naarmate dat lijden van Jezus dichterbij kwam en Jezus daar steeds nadrukkelijker over sprak, Zijn volgelingen bezig waren met totaal iets anders. Ze dachten niet aan het lijden van Jezus, maar ze droomden over hun eigen toekomstige positie in Gods nieuwe wereld. Geen oog, geen begrip voor Jezus’ lijden. Nauwelijks aandacht voor anderen en al helemaal niet voor kinderen. Niet alleen kleine kinderen, maar ook ‘grote’ kinderen, eenvoudige mensen die meer over Jezus wilden weten.

Struikelen

Johannes bijvoorbeeld had zich geërgerd aan een man die met slechts heel weinig kennis in de naam van Jezus mensen probeerde te bevrijden van demonen. Hij durfde er Jezus zelfs mee lastig te vallen: ‘Die man wil ons niet volgen, dat kan en mag hij toch niet?’
Ze waren bezig met zichzelf. Met hun toekomstige posities. Dat deden de discipelen. Ze droomden van de overwinning. Alsof er geen strijd zou zijn. Zo werden zij een sta-in-de-weg voor de eenvoudige mensen. Mensen die niet zoveel wisten van Jezus, maar wel in Hem geloofden. Dat is die grote zonde, waar Jezus zo ernstig voor waarschuwt. Ik heb jullie nodig om mijn schapen te weiden, maar het tegendeel gebeurt: Jullie laten hen struikelen {‘skandalizein’). Het gebruikte werkwoord wijst op het omgekeerde van ‘weiden’. De schapen worden niet geweid, maar gevangen in een strik of in een klem. Daardoor is het met hen gedaan. Ze komen om.

Anti-evangelie

Dat kan niet en dat mag niet. Dat je anderen in de weg staat. Mensen met een kinderlijk geloof wegduwt. Alleen oog hebt voor geestelijke kampioenen, maar niet voor de armen van geest, de ‘kleinen’. Vroeger werd ook wel gezegd: ‘de mensen die van verre staan’. Die alleen maar kunnen en durven zeggen: ‘Heer, wees mij zondaar genadig’ (Lucas 18:13). De manier waarop Zijn discipelen deze mensen links laten liggen, gaat Jezus enorm aan het hart. Daarom waarschuwt Hij hen zo indringend. Zo had Hij dat nog nooit gedaan. Jezus waarschuwt hen met de hel. Jezus gebruikt heel radicale taal. Hij zegt dat het beter is je handen en je voeten af te hakken en je ogen uit te rukken, dan in de hel te komen. Ze kunnen op dit vlak niet streng genoeg zijn voor zichzelf. Als leerlingen van Jezus alleen maar bezig zijn met hun eigen eer en de beste plek voor zichzelf, wat stelt dat Koninkrijk van God dan nog voor? Eigendunk, eerzucht. Dat is het anti-evangelie.

Leef in vrede

Een waarschuwing om stil van te worden. Toch schrijft Jezus Zijn discipelen niet af. Dat laatste moet je dus kunnen beschouwen als een oproep om zout en vuur te zijn, om vrede met elkaar te hebben. Jezus zei verder: ‘Iedereen wordt getest om te zien of zijn geloof zuiver is. Het moet zo zuiver zijn als zout.’ Zout is iets goeds. Maar als het zijn zoute smaak verliest, is het waardeloos. Je kunt het niet opnieuw zout maken. Zorg daarom dat je het zout in jezelf niet verliest. Dat betekent: leef in vrede met elkaar’ (Marcus 9:49,50).

Het laatste moge duidelijk zijn. ‘Vrede onder elkaar hebben’ betekent saamhorig zijn. Juist ook met de ‘kleinen’. Tegelijkertijd zout en vuur zijn, is een moeilijker beeld. Het komt uit de sfeer van het offerbrengen. Als de bedoeïenen een vuur aansteken, strooien ze eerst zout op de grond. Het vuur wordt dan warmer en zal meer licht geven (vgl. Matteüs 5:13-16). Het zout werd ook gebruikt om offers in de tempel klaar te maken. Waarschijnlijk bevorderde het zout ook hier de verbranding. Het kan natuurlijk ook gewoon als smaakmaker zijn gebruikt voor het vlees dat aan God gewijd werd en daarna door de gemeenschap gegeten werd.

Want als het zout de kracht is die Christus ons geeft, dan zorgt de onderlinge vrede voor de kracht van het zout. Zulke discipelen heeft Jezus nodig. Als een geurig offer voor God.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons