'Vier feest samen met je hele familie!'

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer over Deuteronomium

Deze keer wil ik het opnieuw hebben over het boek Deuteronomium. Ik ga verder met hoofdstuk 12.

Dit boek speelt een belangrijke rol in de Bijbel, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Ik ga u proberen uit te leggen waarom dit boek zo belangrijk is. Het boek Deuteronomium is een boek, waaraan het werk en de woorden van koningen en profeten in de geschiedenis van Israël werden getoetst. Het is een boek dat ons leert hoe God wilde dat Israël in het beloofde land zou leven. Een boek dat ook zal dienen als een getuigenis voor alle volken. Het boek neemt ons mee naar het einde van de woestijnreis. Het volk Israël staat voor de tweede keer aan de grens van het beloofde land. Mozes zelf zal die grens niet mogen oversteken. Hartstochtelijk drukt Mozes de mensen op het hart dat zij het onderwijs dat God in de woestijn heeft gegeven, straks niet mogen vergeten. Gods wetten moeten straks in het land Kanaän in praktijk worden gebracht.

In Deuteronomium 1:5 staat het volgende: ‘Mozes hield een toespraak, zoals de Heer het hem gezegd had. Mozes gaf het volk duidelijk uitleg over alle wetten van de Heer. Dat gebeurde op de eerste dag van de elfde maand.’ De toespraken van Mozes en de herhaling van de oude wetten vormen de kern van het boek. De wetten zijn deels een herhaling van oudere wetten, maar er zijn ook nieuwe bij (hoofdstuk 12-26).De wetten van God worden herhaald en geactualiseerd.

Deutoronomium is leerzaam voor ons!

Het boek Deuteronomium gaat over Israël, maar is ook leerzaam voor ons. Het is namelijk een uitwerking van de volgende vragen: Hoe moet het leven in zijn geheel aan de HERE worden gewijd en hoe kun je voorkomen dat je geloof losstaat van de rest van het leven? Het gaat hier om geloof dat wordt uitgedragen in het leven van alledag. Ik wil u vandaag met name ook wijzen op de vreugde die het leven met God in het beloofde land zal brengen. Krijg geen verkeerde indruk, wanneer Mozes nog eens de wetten herhaalt die God hem heeft gegeven. Wetten kun je beschouwen als richtingaanwijzers om de juiste weg te vinden. Het beeld van boeien in een rivier vind ik ook sprekend. Deze boeien helpen je om de vaargeul te vinden. Er wacht hen een geweldige toekomst: een eigen plek, een eigen land, een thuis voor hen en een thuis voor God. Gods wetten zijn een hulpmiddel in die toekomst. In de eerste hoofdstukken kunt u lezen hoe Mozes nog een keer terugblikt op de reis van Israël door de woestijn. Verder wordt hier benadrukt hoe belangrijk de gebeurtenis bij de Horeb is geweest. Daar heeft God Zich aan Israël verbonden. Daar gaf God hen Zijn wetten. In hoofdstuk 5 worden de Tien Woorden uit Exodus 20 herhaald.

Alles wordt nog eens doorgenomen en soms van nieuwe kanttekeningen voorzien.

De geboden

U kent het eerste gebod: ‘Ik ben de HERE, jullie God. Ik heb jullie uit Egypte weggehaald, en bevrijd uit de slavernij. Vereer geen andere goden. Vereer alleen mij’ (Deuteronomium 5:6).

In Deuteronomium hoofdstuk 6-11 lezen we uitgebreid over de oproep aan het volk Israël om de HERE, hun God lief te hebben en te dienen en niet de goden van de andere volken achterna te lopen. God vraagt niets anders dan liefde en ontzag voor Hemzelf. Dan volgt een uitwerking van het tweede gebod, dat luidt: ‘Maak geen beeld van een mens, of van een dier dat in de lucht, op het land of in het water leeft. Je mag geen beelden vereren of ervoor knielen. Want ik, de Heer, ben jullie God. Ik wil niet dat jullie andere goden dienen’ (Deuteronomium 5:8,9). De uitwerking van dit gebod staat in hoofdstuk 12. God Zelf geeft aan waar en hoe Hij gediend wil worden (Deuteronomium 12:4). God wil niet vereerd worden op de manier, waarop de andere volken hun goden vereren (Deuteronomium 12:30).

‘Vier feest, samen met je hele familie. En geniet van alles waar je hard voor gewerkt hebt (Deuteronomium 12:7).

Israël is een uniek volk. Omdat hun God uniek is! Daarom geen afgoderij, zoals de heidenvolken, die vóór hen in Kanaän woonden, die kenden. Dus ook geen beelden, offerhoogten, gewijde palen of wat dan ook. God wil op een unieke manier gediend worden. Daar hoort ook bij dat de HERE één centrale plaats kiest om onder Zijn volk te wonen: het heiligdom in Jeruzalem. God wil dat de mensen hun ‘vaste’ en hun ‘vrijwillige’ bijdragen naar de tempel brengen. Maar intussen mogen ze – buiten die bijdragen om – thuis van hun bezit genieten. Als ze in hun rijkdom hun naaste ‒ hier de Leviet ‒ maar niet vergeten. Zo wil de HERE Zijn volk vreugde geven. De HERE wil dus dat zij genieten van die overvloed die Hij hun geeft. ‘Vier feest, samen met je hele familie. En geniet van alles waar je hard voor gewerkt hebt (Deuteronomium 12:7). Maar Hij wil vooral ook dat ze naar het centrale heiligdom zullen gaan: ‘Vier dan feest ter ere van de Heer, samen met je kinderen en je slaven. En nodig ook de Levieten uit die bij je in de stad wonen’ (Deuteronomium 12:12). Elke keer wordt er speciaal gezegd dat ze zich moeten verheugen voor de HERE, hun God, in de plaats die Hij uit hun stammen zou kiezen om Zijn Naam daar te vestigen (Deuteronomium 12:5). God wil dat zij er samen met Hem van genieten (Deuteronomium 12:12). Blij worden met wat God geeft en die blijdschap met Hem delen. Vieren voor Zijn aangezicht.

Zo zal de dienst aan God zijn, thuis en in het bijzonder in de tempel voor Gods aangezicht met gepaste offers. Dit is dan een uitwerking van het tweede gebod. In het vervolg van het boek Deuteronomium volgt een uitgebreide bespreking van de andere geboden.

Rode draad

Omdat we niet alle hoofdstukken kunnen behandelen, lijkt het me goed u nog te wijzen op datgene waarmee Deuteronomium 12 begint. ‘Dit zijn de wetten en regels waaraan u zich moet houden zolang u leeft in het land dat de HEER, de God van uw voorouders, u in bezit geeft’ (Deuteronomium 12:1). Mozes begint zijn uitwerking van de geboden door te wijzen op het land waar ze in terecht zullen komen: dat land wordt aan jullie gegeven. Dat geeft de HERE aan jullie, omdat Hij dat aan jullie voorouders heeft beloofd. Je zou dit kunnen beschouwen als een rode draad door het boek Deuteronomium. Israël moet voortdurend beseffen dat ze alles, wat ze straks zullen bezitten ‒ een huis, het land waar hun vee op zal grazen – van God hebben gekregen. Nooit mogen zij vergeten dat God hen bevrijd heeft uit Egypte. De reis door de woestijn hadden zij nooit kunnen maken, als God hen niet had geleid. Nu zij op het punt staan dit land in bezit te nemen, is dat een vervulling van de beloften van God aan hun voorouders. Mozes roept hen in zijn toespraken op te beseffen hoe bijzonder het is dat zij nog in leven zijn. Vergeet nooit wat de HERE voor jullie heeft gedaan.

Leven in overvloed

God geeft jullie een plek om te wonen. Jullie hoeven nooit meer te zwerven door de woestijn, met al zijn gevaren. Niemand zal over jullie heersen, zoals dat gebeurde toen jullie slaven waren in Egypte. En jullie zullen het goed hebben in het nieuwe land dat Ik jullie geef. Een leven in overvloed. Je ontvangt dat allemaal als een geschenk van Mij, omdat Ik jullie God wil zijn en Ik jullie als Mijn volk wil. Dat land laat zien dat Ik jullie liefheb, dat Ik jullie heb uitgekozen en voor jullie zorg. Alles wat jullie hebben, wat jullie bezitten, spreekt van Gods goedheid, Gods trouw. Je hebt dat niet zelf voor elkaar gebokst, maar gekregen, omdat God voor jullie zorgt. Dat geschenk wordt niet meer van je afgenomen. En de HERE wil dat je geniet van de overvloed die Hij je geeft. Alleen wil Hij wel dat je er samen met Hem van geniet.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons