Nog steeds vraagt God toewijding

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Ook in deze tijd heeft God heeft christenen nodig, die Hem zijn toegewijd. Dat ene woord is heel geschikt om de boodschap van Deuteronomium 13 mee samen te vatten.

Mozes’ einde nadert. Hij kan niet met zijn volk meegaan. Hartstochtelijk houdt hij het volk voor zich toe te wijden aan God en zich te houden aan Zijn geboden. ‘Volk van Israël, denk eens terug aan het verleden! Nooit eerder is er een volk geweest dat hetzelfde meegemaakt heeft als jullie. Vraag het maar aan alle mensen, overal op aarde. Denk maar aan alle gebeurtenissen uit het verleden, vanaf de schepping tot nu.’

Mozes vertelt opnieuw over de verlossing uit de slavernij in Egypte, over de reis door de woestijn, over het verbond dat God bij de berg Sinaï met hen sloot.

‘Blijf de HEER, uw God, volgen en heb alleen voor hem ontzag. Leef zijn geboden na en luister naar hem; dien alleen hem en blijf hem toegedaan’ (Deuteronomium 13:5)

Toewijding gevraagd

Een nieuwe generatie mag het land nu binnengaan. Laten zij zich vooral aan Gods geboden houden. Niet alleen om vrij te zijn, maar ook om vrij te blijven. Laten zij een volk zijn dat zich toewijdt aan de HERE, hun God. Toewijding, dat is het woord. Het begint vanbinnen. Toewijding laat zich niet dwingen of opleggen en is niet in te passen in systemen en structuren. Toewijding is niet gebonden aan tijd en heeft te maken met bezieling. Je kunt toegewijd zijn aan je werk of aan een bepaald persoon. Bijvoorbeeld iemand die jij bewondert of iemand die jou inspireert of motiveert.

Geboden naleven

Mozes roep zijn volk op om toegewijd te zijn aan God. Juist die toewijding begint vanbinnen. Het is zoiets als je afwenden van alles wat jou tegenhoudt en je wenden tot, je geven aan God. Dat is toewijding, Gods geboden vragen om nageleefd te worden. Maar dat kan het volk alleen, wanneer de mensen Hem toegewijd zijn en blijven.

Steeds een laag dieper

Ken je het lied: ‘Neem mijn leven, laat het Heer toegewijd zijn aan uw eer’? In dat lied gaat de dichter met zijn toewijding steeds een laag dieper. Hij vraagt God niet alleen zijn handen, zijn stem, zijn zilver en goud te ‘nemen’, maar ook zijn kracht, zijn verstand, zijn wil, zijn hart. Uiteindelijk zegt hij: Neem mij zelf... Hij is klaar. Alles wat hij heeft, heeft hij aan God gegeven: ‘Neem mij zelf, en t' allen tijd ben ik aan U toegewijd.’

Toewijding. Mag God dat van jou vragen? Bedenk daarbij wat Hij voor jou heeft gedaan.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons