Mijn eerste gedachte was: 'Zo hé, die zijn wappie...’

Blog van Tijs van den Brink

Zoals ik vorige week al schreef, ging de vakantie dit jaar naar Italië. In dat land ligt San Marino, een ministaatje met ruim dertigduizend inwoners. Het is er prachtig.

Het toeristisch hart van San Marino ligt hoog op een berg, je kunt er eigenlijk alleen fatsoenlijk komen met een lift. Eenmaal boven word je een prachtig oud stadje ingeleid.
Maar dan komt het: het stadje is helemaal volgebouwd met souvenirshops en andere winkeltjes waarvan bestuurders denken dat toeristen ze willen zien.

Ik liep daar dus tussen deze zomer. U kent het wel: het is warm, er hangt een beetje uitgelaten stemming, korte broek, T-shirt, ijsje, cappuccino, fotootje hier, hapje eten daar.

Zachte vrouwenstemmen

Ineens hoorden we heel zacht een paar vrouwenstemmen. Het geluid kwam uit een kerk. Chronische kerkgangers als we zijn, togen we naar binnen. Ergens voor in de kerk zagen we twee dames, een van middelbare leeftijd en een wat oudere. Aan hun kleding te zien waren het nonnen, ze hadden kapjes op hun hoofd. Ze zongen.

'Trek een zomerjurk aan!'

Ik schrok van m’n eigen eerste gedachte: zo hé, die zijn wappie... Waarom zou je hier nu midden op de dag in een totaal vercommercialiseerd stadje geestelijke liedjes gaan zitten zingen? Doe je kapje af, trek een zomerjurk aan en doe met ons mee: eet, drink en wees vrolijk!

Zinnig zingen

Heel snel daarna dacht ik ook iets anders: zo hé, die zijn stoer! Terwijl iedereen eet en drinkt en vrolijk is, vakantie heeft en het leven viert, zitten jullie hier te zingen. Voor God. Ik vermoed dat ze het dagelijks doen en ik denk meerdere keren per dag. Gewoon zingen. De lofzang gaande houden, om het een beetje plechtig te zeggen. Is dat niet minstens zo zinnig als door een toeristisch centrum slenteren?

Wappie, maar toch...

Het ziet er een beetje wappie uit misschien, maar dat zingen van die nonnen is natuurlijk oneindig veel moediger dan dat toeristisch slenteren van mij. Toeristen zoals ik, shame on me, verklaren je voor gek. Het is elke dag hetzelfde, het is saai, het is eentonig en zolang je zingt, kun je geen ijsje eten.

En toch, en toch, en toch. Zouden ze in de hemel niet minstens zo enthousiast zijn over dat zingen van die nonnen als over dat slenteren van mij?

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons