Eerste Hulp Bij Ongeloof

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Eerste Hulp Bij Ongeloof. Zo is God niet, maar dat zouden wij wel graag willen. We hebben Hem niet nodig als het goed gaat, maar als het dreigt mis te lopen, is het fijn dat Hij er is. Voor de rest redden we ons wel. God als EHBO’er: we rekenen op Hem, als we in de problemen zitten.

In het Bijbelboek Rechters is sprake van een terugkerend patroon. Eerst is het volk trouw aan God en vervolgens is het weer ontrouw. Ze komen in de problemen, roepen God aan en worden vervolgens gered door God.

Weigert God hulp?

Men kende die term in die tijd niet. Maar het zou wel een passende bijnaam voor God zijn geweest, God als EHBO’er. Toch staat er dat God op een gegeven moment wilde stoppen met Zijn hulp. ‘Steeds weer als jullie mij om hulp vroegen, heb Ik jullie bevrijd. Maar toch hebben jullie Mij in de steek gelaten. Toch zijn jullie andere goden gaan vereren. Daarom zal Ik jullie nu niet meer helpen.’ ‘Vraag de goden die jullie zelf gekozen hebben, maar om hulp. Zij moeten jullie nu maar helpen!’ (Rechters 10:12-14)

Leven zonder afgoden

‘God heeft groot gelijk’, zouden wij wellicht zeggen. Maar kijk uit wat je zegt. Het mes snijdt in eigen vlees. Hoe vaak heb jij God ingezet als geestelijk EHBO’er? Daarom is het ook goed te lezen wat er nog meer staat. Ja, je kunt het haast niet geloven, maar ook toen schoot God toch weer te hulp. Maar niet nadat er een paar dingen waren gezegd en gedaan. Er staat namelijk dat het volk de afgoden wegdeed. Dat vinden we allemaal vanzelfsprekend. Maar het kan ook anders lopen. Dat je God om hulp vraagt en de afgoden toch achter de hand houdt. Dat deed bijvoorbeeld Rachel, de lievelingsvrouw van Jakob. Toen zij met haar man uit Haran wegtrok, nam zij stiekem het afgodsbeeldje van haar vader mee. Je weet maar nooit, zal ze gedacht hebben. We hebben tegenwoordig niet veel beeldjes meer, maar er zijn afgoden genoeg. Een afgod is alles, waarop je rekent voor het geval dat God niet helpt. Je weet maar nooit.

‘Wij hebben gezondigd. Doe met ons wat u goeddunkt, alleen, bevrijd ons nog deze ene keer’ (Richteren 10:15)

God kan het niet meer aanzien

Het is heel waardevol wat de mensen toen tegen God zeiden: ‘Wij hebben gezondigd. Doe met ons wat U goeddunkt.’ Ze gaven God dus gelijk. God gelijk geven. Tegen God zeggen dat je nergens recht op hebt. Dan ben je bereid te leven van genade. Maar het allermooiste komt daarna. ‘Toen kon de HEER niet langer aanzien hoe moeilijk Israël het had.’ (Rechters 10:16)

Waarom vind ik dit zo mooi? Omdat ik eigenlijk helemaal niet begrijp, waarom God op Zijn woorden terugkomt. Zo geweldig is God.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons