Over kinderen en ouders

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Vader met kind bij het water

Op het leesrooster staat een Bijbelgedeelte dat ik in eerste instantie niet wilde behandelen in deze rubriek. Maar het liet me niet los. Een preek van een dominee uit Amerika gaf mij de doorslag om het juist wel te doen. Ik heb het over de eerste verzen van Efeziërs 6. ‘Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders uit ontzag voor de Heer, want zo hoort het. ‘Toon eerbied voor uw vader en moeder,’ dat is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is: ‘Dan zal het u goed gaan en zult u lang leven op aarde.’ Vaders, maak uw kinderen niet verbitterd, maar vorm en vermaan hen bij het opvoeden zoals de Heer dat wil’ (Efeziërs 6:1-4).

Gehoorzamen. Nogmaals, het onderwerp leek zo gemakkelijk. ‘Geloven betekent gehoorzamen, gehoor geven aan het Woord van God in de praktijk van alledag’, schreef een dominee. Vervolgens wees hij op het gehoorzaam zijn van de Here Jezus. Hij was niet alleen gehoorzaam aan Zijn ouders, maar ook als Zoon van God was Hij gehoorzaam. Filippenzen 2:8 zegt: ‘En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.’ Het gaat om geloofsgehoorzaamheid, schrijft hij. De stap naar Efeziërs 6 is dan niet meer zo groot. ‘In dit Bijbelgedeelte wordt dat concreet uitgewerkt binnen het gezin in de verhouding tussen kinderen en ouders (Efeziërs 6:1-4) en ook in de verhouding tussen slaven en hun heren (Efeziërs 6:5-9).’ Toch heb ik mijn vragen. Ik heb het gevoel, ja haast de overtuiging, dat teksten zoals deze nogal eens verkeerd zijn gebruikt. Wat bedoelt Paulus nou eigenlijk? Moet je je ouders altijd gehoorzamen? En wat bedoelt hij met die tekst over de slaven?

Consequenties

Je ouders moeten gehoorzamen. Het lijkt allemaal eenvoudig en voor de hand liggend. Maar is dat ook zo? Moeten gelovige mensen hun ouders altijd gehoorzamen? Geldt dit gebod zolang hun ouders leven? Mogen ouders een beroep doen op datgene wat er staat in Efeziërs 6? Of zijn er grenzen? En wat moeten we met die tekst over de slaven? Genoeg vragen dus. Daarom heb ik besloten dit gedeelte toch te behandelen in deze rubriek. Eerst een korte samenvatting van de hele brief. De brief kent twee delen. Het eerste deel schetst de zegeningen en de geestelijke rijkdom die de gelovigen, wie ze ook zijn, in Christus hebben. Het tweede deel schetst de aspecten van het navolgen van Christus. Zij moeten in hun levenswandel uitstralen wat zij ontvangen hebben en zo Christus tonen aan hun omgeving.

Efeziërs 6 is daar dus een onderdeel van. Het navolgen van Jezus Christus heeft ook consequenties voor de verhoudingen in het gezin en in de maatschappij. Maar in hoeverre zijn deze geboden absoluut? Gelden ze voor alle tijden en alle plaatsen? Het gehoorzaam zijn van slaven vraagt de nodige uitleg. Het lijkt achterhaald. Maar hoe zit het met de gehoorzaamheid van kinderen? Moet ze altijd en overal gehoorzaam zijn? Wie bedoelt Paulus met ‘de kinderen’ aan wie hij schrijft? Wij zijn immers allemaal kind, kind van een vader en moeder. Zelfs als je zeventig wordt. Het woord dat Paulus gebruikt voor ‘kinderen’ betekent ‘niet-volwassenen’. Ook zegt hij: ‘Gehoorzaam je ouders’.

Wat is eren?

Zijn motivatie is heel belangrijk. Hij schrijft namelijk: Eén van de tien geboden luidt: ‘Eer je vader en moeder’. Dat is een heel belangrijk gebod. Dat blijkt ook wel uit het feit dat dit het enige gebod is met een belofte: ‘opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Here, uw God, u geven zal’. Je ouders gehoorzamen heeft dus alles te maken met het vijfde gebod: de oproep om je ouders te eren. Ik wil benadrukken dat er in het vijfde gebod niet gesproken wordt over het gehoorzaam zijn aan je ouders. Gehoorzamen is volgens Paulus een toepassing van het vijfde gebod. Letterlijk luidt het vijfde  gebod niet: ‘Gehoorzaam uw vader en moeder’, maar ‘Eer uw vader en uw moeder’. Het Griekse woord voor eren betekent ‘eerbiedigen, respecteren, waarderen’. Eren betekent iemand waarde geven. Belangrijk maken. Eren gaat vooraf aan het noemen van hun verdiensten. Omdat die verdiensten er niet altijd zijn. De meeste ouders hebben dat wel, maar niet alle ouders zorgen goed voor hun kinderen. Niet alle ouders hebben hun kinderen liefde en bescherming gegeven. Toch geldt voor ons allemaal: ‘Eer hen’.

Eren betekent namelijk dat je respect toont – niet allereerst om hun verdiensten, maar om wie zij zijn. Het zijn je ouders. Uit hen kom je voort. Ze zijn en blijven altijd je ouders. Laat ik een voorbeeld geven. Er zijn wellicht Nederlanders die het niet eens zijn met de beslissingen die de minister-president neemt, maar ze moeten wel respect blijven houden voor zijn positie als leider van hun land. Op dezelfde manier moeten kinderen van alle leeftijden hun ouders eren, ongeacht of hun ouders die eer ‘verdienen’.

Niet altijd gehoorzamen?

‘Eer uw vader en uw moeder.’ Dat is een universeel gebod. Zoals alle tien geboden altijd en voor iedereen gelden. Op basis van die geboden heeft God bij wijze van spreken de wereld ingericht. Als een soort grondwet. Toepasbaar op vele verhoudingen. Respect voor de ouders ligt aan de basis van alle respect voor andere autoriteiten. Toen in de situatie van slaven en heren. Nu in de relatie tussen werkgevers en werknemers. Dit gebod is heel belangrijk! Heb ik u kunnen overtuigen? Misschien kan het helpen als ik nog eens zeg wat het niet is. Ik begin met een ‘makkelijke’. Het betekent niet ‘bewonder je ouders’. Het is natuurlijk geweldig als je dat wel kunt. Maar er kunnen ook situaties zijn, waarin dit heel moeilijk kan zijn. Het lijkt voor de hand te liggen, maar het betekent ook niet ‘vertrouw je ouders’. Je mag daar wel van uitgaan, maar in sommige situaties hoeft dat niet per se juist te zijn. Ouders kunnen fouten maken, zich vergissen. De volgende is moeilijker. Houdt het in dat je altijd van je ouders moet houden? Ook dat kan heel, heel moeilijk zijn, soms zelfs onmogelijk. Stel je voor dat een kind altijd geslagen en vernederd wordt door een vader of moeder.

Nee, gehoorzamen is geen absoluut gebod. Geen gebod dat altijd en overal door iedereen moet worden nageleefd. Heb respect voor allen die boven je gesteld zijn. Je ouders moet je altijd eren. Maar dat betekent niet dat je hen in elke situatie moet gehoorzamen: altijd, overal, je leven lang.

Niet luisteren, toch eren

Dat is onjuist. Respect hebben, eren. Dat vraagt God! Je kunt je ouders niet gehoorzamen, niet naar ze luisteren en ze tóch eren door ze in hun waarde te laten, respect te blijven tonen. Dat gehoorzamen geen absoluut gebod is, bewijst ook het tweede deel van Efeziërs 6. Paulus zich richt ook tot de vaders. Hij schrijft: ‘maak uw kinderen niet verbitterd, maar...’. Het woordje ‘maar’ laat zien dat het om een tegenstelling gaat. Dat wil zeggen dat als je het volgende niet zult doen, je ervoor zorgt dat je kinderen verbitterd raken. Het tweede deel van de zin is belangrijk: ‘…maar voed ze op met twee middelen: vorming en vermaning’. Vorming is advies geven. Je kinderen begeleiden. Vermaning is het bijbrengen van discipline en goed gedrag. De roeping van ouders is hun kinderen grootbrengen. Kinderen leren wat goed en fout is. Wat waardevol is om te doen in het leven en wat niet. Groeien. Dat ze steeds minder afhankelijk van je worden. Het kind laten opgroeien tot het je verlaten kan. Dat verlaten is een weg die God in het paradijs al wees.

Respect

Ik ga nog even verder over het eren in dat vijfde gebod. Respect hebben. Hoe doe je dat als kind? Hoe doe je dat tegenover de mensen die boven je gesteld zijn? Niet alleen in het gezin, maar ook in de samenleving? Daar zijn geen standaardregels voor. Het eren van je ouders vindt in de ene cultuur op een heel andere manier plaats dan in de andere. Jij moet zien uit te zoeken, waarmee je je ouders eert. Respect hebben betekent niet dat je het altijd eens moet zijn met de ander. Er zijn gezagsverhoudingen, waarbij het beter is om even te zwijgen. Om niet altijd en overal in discussie te gaan met je ouders, met je meerderen. Omdat ik me deze keer vooral focus op de relatie ouder-kind richt ik me ook nog specifiek tot de ouders. Ouders kunnen falen. Ouders kunnen kinderen verbitteren. Kinderen krijgen bijvoorbeeld te horen: ‘je hebt ons teleurgesteld’, ‘je presteert ondermaats’, ‘je bent niet het kind geworden dat wij wilden’, ‘je bent met iemand getrouwd die wij niet goedkeuren’, ‘je bent niet goed genoeg’, ‘je bent té gelovig’, ‘je bent niet gelovig genoeg’. Zo is God niet. Denk aan de vader uit Lucas 15. De liefde van de vader was onvoorwaardelijk. Waar die liefde woont, geeft God Zijn zegen. Daar woont Hijzelf en wordt Zijn heil verkregen. En leven tot in eeuwigheid.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons