Verzegeld met de Heilige Geest

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Er zullen tussen ons allerlei verschillen zijn. Qua leeftijd, qua karakter en nog veel meer. We zijn tenslotte allemaal anders. Toch zijn er ook overeenkomsten tussen ons. Met name als het gaat om het geloof. Gemeenschappelijke zaken, ondanks het feit dat we lid zijn van allerlei kerken. Ook ondanks het feit dat de cultuur en de beleving van ons geloof vaak heel verschillend zijn. Om dat uit te leggen, gebruik ik deze keer het voorbeeld van ons paspoort. Elke Nederlander heeft een eigen paspoort. Elke Nederlander heeft dezelfde rechten en plichten. Dat is verankerd in de grondwet.

Vandaag wil ik een hoofdstuk uit de Bijbel behandelen dat lijkt op een geestelijk paspoort. Paulus schrijft over de zegeningen die elk kind van God door het geloof in Jezus Christus ten deel valt. Het maakt daarbij niet uit wie hij/zij is, hoe hij/zij denkt en van welke kerk hij/zij lid is. Toen Jezus aan het kruis stierf en vervolgens opstond uit de dood, vertegenwoordigde Hij namelijk al Zijn kinderen. Wat Hij toen gedaan heeft, heeft Hij voor hen allen gedaan. Wat Hij toen verworven heeft, heeft Hij voor hen allen verworven. Wat voor Hem geldt, geldt (door genade!) ook voor hen. Je kunt Jezus vergelijken met David, toen hij in gevecht was met Goliat (1 Samuël 17). David vertegenwoordigde het volk Israël. Hij ging de strijd aan namens hen en voor hen. Toen hij had gewonnen, had Israël gewonnen. Efeziërs 1 noemt dat: wat Gods kinderen ‘in Christus hebben’. Hebben. Tegenwoordige tijd. Het klinkt wat oneerbiedig, maar het is een soort basiszegening. Zegeningen, die zij niet in de toekomst of stukje bij beetje krijgen. Nee, ze krijgen, hebben recht op die zegeningen vanaf het moment dat zij tot geloof kwamen. Het gevolg daarvan is dat Gods kinderen door die kennis en die beleving kunnen groeien. Dat kan heel verschillend zijn. In het geloof is een staat en een stand. Er is sprake van wat je bent en hoe je dat beleeft. Met andere woorden: Er zijn kleine kinderen van God, maar ook grote. Hoe groot of klein je geloof ook kan zijn, de basis is bij iedereen gelijk. Een paspoort staat symbool voor een aantal rechten en plichten. Die krijg je ook niet in de loop van je leven. Die krijg je in één keer. Vanaf je geboorte. Je bestaan als Nederlander. Maar rechten en plichten worden gedurende je hele leven pas echt concreet. Je weet dat je recht hebt op AOW, maar je ontvangt het daadwerkelijk pas na je 67ste.

Wat wij in Christus hebben.

De eerste veertien verzen van Efeziërs 1 zijn heel bijzonder. Het is een soort gebed van dank en aanbidding aan God. Het hele gebed, alle elf verzen ervan, is helemaal verweven met het verhaal over wat God heeft gedaan in Jezus de Messias. En vandaaruit wat Gods kinderen in Hem en door Hem ontvangen. Het is een lange lijst met zegeningen. Elke keer lees je dan ‘in Hem’. Die zegeningen zijn levensecht. Maar de lezers mogen niet vergeten dat al die zegeningen hen alleen ten deel vallen ‘door en in Jezus Christus’.

De lange rij:

God heeft ons in Hem vanuit de hemel gezegend (vers 3).
Hij heeft ons in Hem uitgekozen (vers 4).
Om Zijn kinderen te zijn (vers 5).
Hij schonk ons genade in Hem (vers 6).
Hij heeft ons verlost in Hem (vers 7).
Hij heeft Zijn plan aan ons bekendgemaakt (vers 9).
Met het doel dat hemel en aarde weer een eenheid zouden worden (vers 10).
Wij hebben een erfenis in Hem ontvangen (vers 11).
Omdat we onze hoop in Hem gevestigd hebben (vers 12).
Gods kinderen zijn in Hem gemerkt met het stempel van de Heilige Geest (vers 13 en 14).

Het is echt de moeite waard om al die zegeningen stuk voor stuk te overdenken. Wat een rijkdom! Nog één keer: al Gods kinderen krijgen dit, mogen daarop rekenen en pleiten, omdat ze geloven in de Here Jezus Christus. In en door Christus hebben de gelovigen dat allemaal. Nogmaals, dat wordt door genade je eigendom, je erfenis, maar dat wil nog niet zeggen dat je het zo direct ervaart en beleeft.

Heilige Geest als zegel

Ik geef een voorbeeld. U verlangt meer naar de troost en de kracht van de Heilige Geest. Wie de Geest wil ontvangen en Zijn werking wil ervaren, mag zich vrijmoedig tot Christus wenden. U mag zich bij wijze van spreken beroepen op wat hier zwart-op-wit staat. Je mag op het werk van de Heere Jezus pleiten: ‘U, Heere Jezus, hebt toch die Geest voor mij verworven, toen U stierf aan het kruis.’ Ik kan deze lange rij van ‘basis’-zegeningen niet in één uitzending bespreken. Voor deze keer heb ik er één uitgekozen, waarover je niet vaak hoort spreken. Dat is de laatste: Gods kinderen zijn in Jezus gemerkt. In een andere vertaling staat: ‘zijn verzegeld met het stempel van de Heilige Geest’ (vers 13 en 14).
Elk paspoort heeft meerdere kenmerken van echtheid. Het schaduwwatermerk bijvoorbeeld zit op iedere visumbladzijde van het paspoort. Het is een afbeelding van het nationaal wapen in het papier. Nu kenden ze vroeger geen watermerken. Maar wel zegels. Als machthebbers vroeger een belangrijke brief verstuurden, dan werd zo’n brief verzegeld. In zo’n zegel, vaak van was gemaakt, werd een afdruk van het monogram van de afzender gedrukt.

Een zegel van toen had dus te maken met echtheid, met eigendomsrechten en daarom ook met bescherming. Net als watermerken nu. Zo draagt ook elk kind van God een kenmerk, een goddelijk zegel. En dat is: de Heilige Geest. Wie gelooft, ontvangt de Heilige Geest als zegel. Gods Geest komt onze zwakheid te hulp. Gods Geest leert zeggen: Jezus is Heer. Gods Geest bidt met ons mee met onuitsprekelijke verzuchtingen. Gods Geest zorgt voor vruchten en gaven.

Visioen

Gods Geest wordt je deel, ik herhaal weer, niet gedurende je leven als gelovige, maar vanaf het begin. Er staat duidelijk wanneer dat gebeurt: ‘toen gij gelovig werd’. Gelovig worden en verzegeld worden met de Heilige Geest vallen dus samen. We kunnen dus niet zeggen dat je wel gelovig bent, maar niet verzegeld. Waar sprake is van het één, is ook sprake van het ander. Als het één er niet is, dan is het ander er ook niet. Nogmaals, dat behoort tot de basiszegeningen. De standaard. Groeiende zekerheid. Vervuld worden met de Heilige Geest. Vruchten van de Geest in je leven zien. Tot slot wil ik wijzen op een visioen in de Bijbel dat gaat over de verzegeling van Gods kinderen. Het is een prachtig visioen. Het staat in het boek Openbaring. De apostel Johannes, schrijver van dit boek, is verbannen naar het eiland Patmos. Hij leefde in een wereld vol oorlog en geweld. Christenen werden vervolgd. De meeste apostelen waren door geweld om het leven gebracht. Toen gunde God hem op een zondag een blik achter de schermen. Hij kreeg visioenen over de hemel. Over God die op de troon zat en Jezus die de boekrol van de geschiedenis las en uitvoerde. Over de rampen die zouden komen. De geestelijke strijd die plaatsvond achter de gebeurtenissen in de wereld. Maar door die visioenen zag Johannes ook dat Jezus Christus toch alles in Zijn hand had. Jezus was het Lam dat regeerde tot in eeuwigheid. Hij zou Zijn kinderen door de oordelen en gerichten heen bewaren.

Geen kalme reis

Nadat Jezus zes zegels van de boekrol had geopend, gebeurde er van alles. Johannes zag gitzwarte wolken boven de aarde hangen. Er was een aankondiging van een enorme orkaan die elk ogenblik kon losbarsten. God ging met Zijn oordeel de aarde treffen. Er zouden stormen losbarsten die vreselijk zullen huishouden op de aarde en de zee en in de bomen. Wie zal staande blijven? Dat was de bange vraag. Maar dan laat God iets heel belangrijks zien. Daar wil ik vandaag op wijzen om duidelijk te maken wat het betekent dat God door Zijn Geest Zijn kinderen ‘verzegelt’. Op de vier hoeken van de aarde zag Johannes vier engelen staan. Ze kregen het bevel de stormen in bedwang te houden. Ze moesten wachten: eerst moesten de dienaren van God op aarde verzegeld zijn. God belooft ons geen kalme reis. We krijgen te maken met allerlei stormen, grote en kleine. Niet alleen in de wereld, maar ook in ons eigen leven. Ons geloof kan bestreden worden, zekerheid ontnomen worden. Maar God belooft: ‘Je bent in mijn handpalmen gegraveerd. Niemand kan jouw/uw naam daaruit wissen.’ In Openbaring 14:1 staat: ‘Toen zag ik dit: het lam stond op de Sion, en bij het lam waren honderdvierenveertigduizend mensen die zijn naam en die van zijn Vader op hun voorhoofd hadden.’ Wie gelooft, hoort bij die groep.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons