Leven met vragen

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Deze keer vraag ik aandacht voor de laatste hoofdstukken van het boek Job. Het zijn de hoofdstukken die de ommekeer in het leven van Job beschrijven. Hoe Job van een man met duizend vragen aan God veranderde in een mens die opnieuw zijn vertrouwen in God uitsprak.

De allerlaatste verzen van het boek Job vertellen hoe Job weer een gelukkig mens werd. Met vrouw en kinderen. Een nieuwe veestapel. Een compleet nieuw bestaan. Als Job daarna die ‘nieuwe’ Job was geworden, was het gemakkelijker te begrijpen geweest. Maar hij kwam tot die verandering, terwijl hij nog volop in de problemen zat. Was gebeurde er? Wat was de sleutel? De vier vrienden van Job waren uitgepraat. Tevergeefs hadden ze geprobeerd Job ervan te overtuigen dat de oorzaak van alle ellende die hem was overkomen, bij hem zelf moest liggen. Maar Job was niet klein te krijgen. Hij was zich van geen kwaad bewust.

Een vijfde vriend probeerde het toch nog een keer. Hij heette Elihu en was een stuk jonger dan de rest. Vol ongeduld had hij zijn beurt afgewacht. Hij had zich vreselijk zitten opwinden en dat kwam er in één klap allemaal uit. In het boek Job beslaat zijn toespraak vijf hoofdstukken. Eigenlijk had hij niet zoveel nieuws te melden. In ieder geval, minder dan hij zelf dacht. Waardevol is wel dat Elihu ervan overtuigd was dat God wél antwoordt. God antwoordt ons niet rechtstreeks, maar bijvoorbeeld in dromen, door een engel te sturen of door wat ons overkomt. Bovendien zei Elihu dat de schepping zelf ook een boodschap van God is. Daarin laat God zien hoe machtig Hij is, dat Hij boven ons menselijk denken uitstijgt. Je leest in het boek niet of de anderen en Job daarop hebben gereageerd. Je krijgt het gevoel dat ze nu allemaal uitgepraat zijn. Ook van de kant van Job volgde geen reactie meer.

Geen van de oudere mannen ging in op wat Elihu had gezegd. Ze vonden het kennelijk niet de moeite waard. Wanneer ze op dat punt zijn aangekomen, begint God te spreken. God spreekt vanuit de storm.

Stem in de storm

Het is moeilijk te zeggen wat we ons daar precies bij moeten voorstellen. Je zou denken dat Hij in een storm juist niet te verstaan is. Maar je leest vaker in de Bijbel dat God Zich in een storm verstaanbaar maakt. Zo gebeurde het ook bij de berg Sinaï. Toen sprak God al die (voor ons) bekende woorden: ‘Ik ben de HERE, uw God.’ Vervolgens staat er: ‘Heel het volk was getuige van de donderslagen en lichtflitsen, het schallen van de ramshoorn en de rook die uit de berg kwam. Bij die aanblik deinsden ze achteruit, en ze bleven op grote afstand staan. Ze zeiden tegen Mozes: “Spreekt u met ons, wij zullen naar u luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we”’ (Exodus 20:18,19). Ook in Jezus’ tijd op aarde laat God vanuit de hemel Zijn stem horen. Je leest over omstanders die denken dat ze een donderslag hebben gehoord (Johannes 12:29). Als God vanuit de storm spreekt, moet dat heel indrukwekkend en overdonderend zijn geweest. Vanuit die storm vuurde God een reeks vragen op Job af. Het waren stuk voor stuk vragen, waarop Job alleen maar ‘nee’ kon zeggen.

‘Waar was jij, Job, toen ik de aarde maakte? Wie stelde haar grenzen vast? Jij weet dat toch?’ ‘Heb jij ooit het licht over de aarde verspreid?’ ‘Job, kun jij de sterren bij elkaar zetten en ze ook weer naar hun eigen plaats laten gaan? Laat jij ze op de juiste tijd verschijnen? Vertel jij ze waar ze heen moeten gaan?’ (Job 38). En zo ging het maar door.

Geen vragen meer

God sprak tweemaal en Job reageerde tweemaal. Na Gods eerste antwoord, waarin Hij Job wees op Zijn rol in de schepping, zegt Job: ‘Ik ben onaanzienlijk, wat zal ik antwoorden? Ik leg de hand op mijn mond’ (Job 40:4). Job zweeg. Dat was een opvallende reactie. Tot nu toe zat Job bepaald niet om woorden verlegen. Tegen zijn vrienden kon hij gemakkelijk op. Die bleven beweren dat Job gezondigd had en schuldig was. Dat kon Job weerleggen. Job slikte nu al zijn woorden in. Al na Gods eerste antwoord gaat Job de discussie uit de weg: ‘Ik doe mijn hand op de mond.’ Dat is heel opvallend. Job stelde geen vragen meer. Was hij van zijn vragen verlost, omdat God ze beantwoord heeft? Heeft God hem nu tekst en uitleg gegeven? Nee. In werkelijkheid was God helemaal niet ingegaan op de vragen van Job! Job was wat dat betreft nog net zo ver als in het begin.

Weet u nog met welke vraag Job het zo moeilijk had? Dat was deze vraag: ‘Waarom moet ik zo lijden, ik heb altijd de Here God gediend?’ Dat was het raadsel, waar hij mee tobde. Dat raadsel was ook na dat uitgebreide relaas van God niet beantwoord. Als je de vier hoofdstukken leest, waarin dat antwoord opgetekend staat, lijkt het wel een soort rondleiding door Gods schepping. Met als thema: ‘Job, zie je wel wat Ik allemaal heb gedaan? Kun jij dat ook?’

Gods antwoord

Dat was blijkbaar voor Job genoeg om niet opnieuw met zijn vragen te beginnen. Waarom? Wat wilde God daar nou mee? Je hebt weleens mensen die je kleineren, wanneer je iets niets begrijpt en om uitleg vraagt. Maar zo is God toch niet? We mogen alles aan God vragen! Redenen genoeg om nog beter naar Gods antwoord te kijken. God wees dus op Zijn schepping. Hij heeft niet alleen alles gemaakt, maar alles vooral ook zijn orde gegeven. God wees Job niet alleen op hoe het was, maar met name ook hoe de schepping tot stand is gekomen. Een vaste orde in de chaos. Hij heeft de aarde gegrondvest, de zee haar plaats gegeven. Hij heeft het licht gemaakt. Hij heeft bepaald dat de zon de dag verlicht en de sterren de nacht verlichten. Warme en koude seizoenen wisselen elkaar af. Er is orde, er is regelmaat, er is groei. Gewassen kennen hun tijd. Dieren brengen na een vaste draagtijd hun jongen ter wereld. Trekvogels gaan op tijd weg en komen via de goede route terug. De hele schepping toont Gods betrouwbaarheid aan. Dat is alleen nog maar de natuurlijke orde. God wil ook zeggen dat Zijn beleid en Zijn beslissingen in orde zijn. Hij is niet alleen een God van orde, maar ook een God van recht. Hij bestrijdt het kwaad en houdt dat in toom, ook in de schepping. In heel de schepping.

God zegt dat Job ook een onderdeel is van die schepping. In dat lange antwoord van God staat een heel klein, maar ontzettend belangrijk zinnetje: ‘Zie het nijlpaard dat ik heb geschapen, net als jou.’

Het kwaad heeft niet het laatste woord

God zorgt voor heel Zijn schepping, dus ook voor de mens, die daar onderdeel van uitmaakt. Ik moest denken aan Psalm 145:6: ‘De HEER is recht in al Zijn weg en werk. Zijn goedheid kent in ’t gans heelal geen perk.’ God ging dus niet in op de vraag van Job. Maar wat Hij vertelde, raakte Job wel heel diep. Eerst was Job vol van zijn waarom-vragen en van zijn verontwaardiging. Stond hij niet in zijn recht? Maar nu is hij vol van Gods antwoord en hij erkent: ‘Here, ik weet dat U alles kunt en dat geen van uw plannen wordt verijdeld. Ik heb over dingen gesproken die ik in de verste verte niet begrijp.’

Job, met al zijn waarom-vragen, kreeg geen antwoord. Maar nu hij beseft hoe groot God is, ervaart hij rust. Niet omdat zijn vragen beantwoord zijn, maar omdat hij de Here in Zijn grootheid heeft gezien. God doet in Zijn almacht en wijsheid zo oneindig veel meer en Hij kan zo veel meer dan wij beseffen. Hij regeert. Hij heeft alles in Zijn hand. Wie Hem volgt, is veilig en geborgen. De vrienden van Job wisten precies wie God was en hoe Hij zou handelen. Ze konden hem prima narekenen en dus ook voorspellen. Ze konden exact zeggen wat Hij zou gaan doen. Dat was de God, over wie Job had gehoord. Nu ontstond een heel ander beeld: de grootheid van God en de nietigheid van een mens. Job kan nu blijkbaar leven met de vragen die hij heeft. Hij kent de antwoorden niet, maar vertrouwt erop dat God die wel heeft. Het kwaad dat er is, heeft niet het laatste woord. God regeert.

‘Onze hulp is in de Naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij laat nooit varen het werk dat Zijn hand begon.’

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons