Ons leven als een offer voor God

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Het Bijbelrooster in het blad Visie behandelt deze week Romeinen 12. Vorige studie hebben we Romeinen 11 besproken. Het lijkt het me goed om nog eens stil te staan bij de hele brief van Paulus aan de gemeente in Rome.

Jonge jaren

Ik heb in mijn jonge jaren niet veel geleerd over de achtergrond van de brieven die in het Nieuwe Testament staan. Ik leerde wel de Bijbelse geschiedenissen, maar afgezien van de evangeliën en een paar losse teksten en beroemde hoofdstukken kende ik het Nieuwe Testament niet goed. Je bent dan gauw geneigd te denken aan onderwerpen die behandeld worden, en niet aan de mensen, aan wie Paulus bijvoorbeeld schreef. Waarom besprak hij deze onderwerpen met hen? Elke brief heeft namelijk een concrete achtergrond. Elke brief is gericht aan een bestaande gemeente. Soms werd de brief doorgestuurd naar een andere gemeente. Paulus vraagt bijvoorbeeld aan de gemeente van Kolosse of zij ervoor willen zorgen dat de brief ook aan de gemeente van Laodicea wordt doorgestuurd (Kolossenzen 4:16).

Wat speelde er in de gemeente van Rome? Deze gemeente bestond al vóór de komst van Paulus. Petrus was Paulus namelijk al vóór geweest. Het zal echt niet zo’n grote gemeente geweest zijn. Het is ook de vraag of ze in een gebouw samenkwamen. Er wordt eerder gedacht aan samenkomsten in een aantal huizen. Het was een bont gezelschap. Ze waren allemaal christen geworden. Maar het waren mensen met grote culturele verschillen. Geen wonder. Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk. Wat godsdienstige achtergrond betreft kon je de gemeente van Rome in twee groepen verdelen: christenen uit de Joden en christenen van heidense afkomst. Dat was de basis van de grootste problemen en vragen. Hoe zien we elkaar, wat verwachten we van elkaar, wat vraagt God van ons allemaal?

De kern

Het is belangrijk om ook de situatie in de stad Rome voor ogen te houden. De Joden en christenen hadden een heel moeilijk leven in deze stad. Keizers wilden vereerd worden als een god. De leefwijze was decadent, in het bijzonder aan het Romeinse hof. Je leest er iets over in het eerste hoofdstuk. Dan heb je dus te maken met de toch wel grote verschillen in de gemeente. Denk aan zo’n Joods gezin. Men droeg andere kleding, had andere eetgewoonten, vierde andere feestdagen en hield de sabbat trouw in eer. En dan ga je geloven dat Jezus de Messias is. Je komt in zo’n gemeente terecht, waar echt alles anders is. Daar wordt gezegd dat de wetten, waarmee je bent opgevoed, niet zo belangrijk zijn. Het is niet voor te stellen… Wat moet Paulus aan zo’n gemeente leren? Wat zal die man veel gebeden hebben om de verlichting met de Heilige Geest.

Lees met die informatie deze brief eens. Wanneer je dan weer bij Romeinen 1 zou beginnen, zie je dat Paulus direct met de kern van het evangelie begint: ‘Van Paulus, dienaar van Christus Jezus, geroepen tot apostel en uitgekozen om het evangelie van God te verkondigen, dat al bij monde van zijn profeten in de heilige geschriften is beloofd: het evangelie over zijn Zoon, een mens voortgekomen uit het nageslacht van David, aangewezen als Zoon van God en door de heilige Geest bekleed met macht toen hij, Jezus Christus, onze Heer, opstond uit de dood’ (Romeinen 1:1-4). Dat is de kern. Daar draait alles om.

‘De rechtvaardige zal door dat geloof leven’ (Romeinen 1:17).

Romeinen 12

Ja, en dan gaat Paulus vertellen hoe God begonnen is met Abraham. Ooit sloot God een verbond met hem en zijn nakomelingen. God wilde dat dit volk de drager werd van Zijn plan om ook de rest van de wereld te redden. Kern van dat plan is de komst van de Messias, de ware koning, niet alleen van Israël, maar ook van de wereld. In Zijn dood en opstanding werden Gods reddende liefde en macht zichtbaar. Voor iedereen! Voor Jood en heiden. Tot groot verdriet van Paulus waren het vooral zijn volksgenoten die dit evangelie niet wilden aanvaarden. Toch schrijft hij aan de gemeente: God heeft Zijn volk niet verstoten.

Hij heeft ook plannen met hen. Daar hebben we het dus de afgelopen keren over gehad. Belangrijk onderwijs, ook voor die gemeente. Waren de Joodse christenen tweederangs-christenen? Integendeel, God was met hun volk begonnen. De andere gemeenteleden waren er in feite bijgekomen. Ook al was dat gedeelte van de gemeente wellicht groter. Maar dan blijft de grote vraag: Hoe richt je dan samen, als christenen afkomstig uit heel verschillende culturen, het leven met Christus in? Romeinen 12 geeft daarop een antwoord. Om dat hoofdstuk goed te begrijpen, geef ik u een paar belangrijke leessleutels. Het is belangrijk om te weten dat Paulus in deze en andere brieven onderscheid maakt tussen het leven en denken in de huidige eeuw en in de toekomende eeuw. Alle leden van de gemeente hebben uiteraard te maken met het leven in de wereld, waarin zij geboren zijn en leven. Dat is het leven in het hier-en-nu: de tijd, waarin zij leefden. In de eerste hoofdstukken beschrijft Paulus dat leven in Rome in al zijn triestheid en goddeloosheid. Paulus laat de oorzaak zien: de zonde en de gevolgen van de zonde. Maar voor wie in Jezus Christus gelooft, is de toekomst nu al begonnen. God heeft een nieuw begin gemaakt, in en door Jezus Christus. Dat nieuwe leven dat met Pasen aan het licht kwam. Wie in Hem gelooft, leeft anders, denkt anders, is anders, ja, is een nieuwe schepping.

Verander je hart

Romeinen 12 is een oproep aan de christenen. Ze moeten zich niet laten bepalen door de huidige eeuw. Ze mogen weten dat ze door het geloof een nieuwe schepping zijn en dat ze daaruit mogen leven. En dan de tweede sleutel. Het andere leven, een leven bepaald door de toekomende eeuw, is begonnen, aan de dag gekomen, aan het licht gebracht door Jezus, toen Hij opstond uit het graf. Dat vraagt een verandering van denken, een nieuwe gezindheid, een geest die door de kracht van de Heilige Geest vernieuwd is. ‘U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is’ (Romeinen 12:2 NBV).

Het is heel belangrijk om je deze benadering van Paulus eigen te maken. Dat nieuwe leven, leven uit Pasen, begint niet met een stel nieuwe regels. Het begint niet vanbuiten, maar vanbinnen. Paulus gebruikt woorden als een nieuwe gezindheid, anders denken, ontdekken wat Gods wil is. Paulus zegt: ‘Word een ander mens, door uw gezindheid te vernieuwen!’ Dus door je innerlijk, je hart te veranderen. Doe je dat zelf, kun je dat zelf? Ja en nee. Ja, het is een keus! Maar tegelijkertijd is dit de essentie van het werk van de Heilige Geest. Hij is de Heilige Geest, de heilige God Zelf die in jouw binnenste wil komen wonen. Die ons leven tot een heilig offer maakt. Hij vernieuwt, zuivert en reinigt u en jou vanbinnen. Zodat je vanuit dat diepste innerlijk gaat leven! Bij het opvoeden van kleine kinderen zijn duidelijke regels nodig. Maar de roep om regels, hoe nodig ze soms ook zijn, kan ook wijzen op geestelijke onvolwassenheid. Het kan oppervlakkigheid met zich meebrengen: ‘Als we ons maar aan de regels houden.’ Het echte christelijke leven begint nooit met een aantal regels, hoewel die daar op den duur wel bij horen. Het begint met een offer. Het offer van ons denken, het centrum van ons bestaan.

Levend offer

Dat nieuwe leven is samen te vatten met het brengen van een offer. Ik moet het nog strakker formuleren. Je brengt geen offer, nee, je bent een offer. Je legt niet iets op het altaar. Maar je geeft jezelf! Dat gaat veel verder dan een offer brengen. Verder dan dat je dingen voor God opgeeft. Het leven wordt als een reukoffer: heilig en aangenaam voor God. Mens zijn, zoals God het heeft bedoeld. Samen het begin zijn van Gods nieuwe wereld.Jezelf als een levend offer in dienst stellen van God. Een ‘levend’ offer, de mens die jij bent. Daar was het God trouwens altijd al om begonnen, ook bij de offers die Israël bracht. Het gaat niet in de eerste plaats om wat je geeft, maar vooral om wie je wilt en mag zijn. Romeinen 12: Ons leven als een offer voor God. Midden in de wereld van toen én nu.

Hier zijn wij, als levend offer, Heer,

heilig en aangenaam voor U.

Hier zijn wij,

wij leggen voor uw troon neer,

al onze dromen en ons nu;

wij eren U.

Opwekking 648

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons