Medewerksters van Paulus

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Vandaag is het Moederdag. De perfecte dag om alle vrouwen in de gemeente eens in het zonnetje te zetten. Dat doen we samen met Paulus. Daarbij volgen we trouw ons Bijbelrooster. Want deze week staat Romeinen 16 centraal. In dat hoofdstuk komen we heel wat namen van vrouwen tegen.

Paulus wordt in het christendom nog weleens afgeschilderd als een man die niet veel met vrouwen ophad. Dat is niet helemaal terecht. Het is wel te begrijpen. Paulus is de man die aan Timoteüs schreef dat vrouwen moeten zwijgen in de gemeente. U weet overigens dat over de uitleg van die Bijbelgedeelten nog altijd heel verschillend wordt gedacht, ook onder de achterban van de EO. Laatst heb ik het met u gehad over de opstanding van de Here Jezus. We hebben toen al die verschijningen besproken. Toen viel me wel op dat Paulus in zijn uitgebreide uiteenzetting over de betekenis van de opstanding in 1 Korintiërs 15 met geen woord rept over de verschijningen van Jezus aan de vrouwen.

Waarom niet? Ik weet het niet precies. In het boek Handelingen met de verslagen van Paulus’ zendingsreizen en in de brieven van Paulus worden nogal wat namen van vrouwen genoemd. Zij zijn voor hem van grote betekenis geweest. Veel van die vrouwen vervulden in de gemeenten van toen best een belangrijke rol. Een grotere rol dan alleen hun huis ter beschikking stellen voor de samenkomsten en de rest aan de mannen overlaten. Ik kom straks uit bij Romeinen 16. En juist daar lees ik over veel meer activiteiten van vrouwen in de gemeente.

Tijdens de eerste zendingsreis van Paulus lees je meerdere keren dat hij begon met het bijwonen van een samenkomst van veelal Joodse vrouwen. In Handelingen 16:13 bijvoorbeeld, toen Paulus voor het eerst in Europa kwam. Paulus komt dan aan in de stad Neapolis, in de streek Macedonië, zeg maar het huidige Griekenland. Ook daar probeert hij de mensen te winnen voor het evangelie.

Lydia, Priscilla en Aquila

Daar lezen we het volgende: ‘Op sabbat gingen we de stadspoort uit in de richting van de rivier, want we vermoedden dat daar een gebedsplaats was. We gingen zitten en spraken de vrouwen toe die daar bijeen waren gekomen. Een van onze toehoorsters was een vrouw uit Tyatira die in purperstoffen handelde; ze heette Lydia en vereerde God. De Heer opende haar hart voor de woorden van Paulus. Nadat zij en haar huisgenoten waren gedoopt, nodigde ze ons uit met de woorden: “Als u ervan overtuigd bent dat ik in de Heer geloof, neem dan bij mij uw intrek”’ (Handeling 16:14,15). En dat gebeurt. Een paar dingen vallen op. Lydia was geen Joodse vrouw. Ze wordt een toehoorster genoemd. Een vrouw die grote belangstelling had voor het geloof. Lydia is een zakenvrouw. Ze handelt in purperen stoffen en ze heeft een huishouden met andere mensen. Zou ze weduwe geweest zijn?

Zo ontstaat in haar huis de eerste christelijke gemeente in Europa. Rond het jaar 60 schrijft Paulus een brief aan deze gemeente, die dan waarschijnlijk uit zo’n 33 mensen bestaat. In Handelingen 18:2 wordt opnieuw een vrouw genoemd: Priscilla (Prisca). Priscilla was getrouwd met ene Aquila. Het waren Joodse mensen, afkomstig uit de Romeinse provincie Pontus, de zuidoostelijke kuststreek aan de Zwarte Zee. Zij waren vanuit Italië naar Korinte verhuisd, omdat keizer Claudius had bevolen dat alle Joden Rome moesten verlaten. In Korinte ontmoetten zij Paulus. Paulus kwam bij hen wonen en werken, omdat hij net als zij het vak van leerbewerker uitoefende. Dit echtpaar is heel belangrijk geweest voor Paulus.

In het jaar 52 maakte het echtpaar samen met Paulus de oversteek naar Efeze. Dus eerst woonden zij in Italië, daarna in Griekenland en vervolgens in West-Turkije. Paulus moet vanuit Efeze eerst naar Jeruzalem. Priscilla en Aquila blijven in Efeze achter. Daar ontmoeten ze de Jood Apollos. Hij geloofde al in Jezus en sprak vrijmoedig over Hem. Toch wist hij bijvoorbeeld weinig over de doop. De Bijbel vertelt: ‘En de dingen die hij vertelde, klopten allemaal. Maar over de doop wist hij weinig. Hij kende alleen de manier waarop Johannes de Doper mensen gedoopt had’.
Toen Priscilla en Aquila hem hoorden spreken, namen ze hem mee naar huis. Daar legden ze hem het christelijke geloof nog beter uit. Als Paulus weer in Efeze komt, hebben Priscilla en Aquila een gemeente bij hen aan huis.

Groeten

In de drie jaar dat Paulus daarna in Efeze blijft werken, zijn Aquila en Priscilla zijn helpers. Ze zetten zelfs hun leven voor hem op het spel.

Priscilla en haar man worden nogal eens in de Bijbel genoemd. Hun namen komen voor in de Handelingen der Apostelen, de brief aan de Romeinen, de eerste brief aan de Korintiërs en de tweede brief aan Timoteüs. Zij worden tot op de dag vandaag als heiligen vereerd. Ja, en nu we het dan toch over Priscilla hebben, komen we automatisch terecht in dat laatste hoofdstuk van Romeinen. Want daar komen we hun namen weer tegen. Paulus is klaar met zijn brief aan de gemeente van Rome. En net zoals wij nog doen, sluit hij de brief af met groeten aan de lezers, zowel van hemzelf als van anderen in Korinte. Het is een lange lijst met namen. Wat opvalt, is dat daar ook heel wat vrouwennamen tussen staan, waaronder dus ook de naam Priscilla. Ik heb ze voor u allemaal op een rijtje gezet en daarbij vertel ik wat Paulus over hen schrijft. Met name dat laatste vind ik veelzeggend. Je kunt uit alles proeven dat deze vrouwen veel hebben gedaan. Op allerlei terreinen. Voorop gaat Febe. Paulus schrijft: ‘ze is velen tot steun geweest’ (vers 1). Prisca wordt een medewerker in de dienst aan Christus Jezus genoemd, die (samen met haar man) voor mij haar leven op het spel hebben gezet (vers 3,4). Over Maria zegt Paulus dat zij zich veel moeite voor de gemeente van Rome heeft getroost (vers 6). Junia heeft met haar man in dezelfde gevangenis gezeten als Paulus. ‘Zij zijn eerder dan ik één met Christus geworden’ (vers 7). En wat hebben Tryfena en Tryfosa zich ingespannen voor de dienst aan de Heer (vers 12). De moeder van Rufus was als een moeder voor Paulus (vers 13). Dus deze vrouwen hebben meer gedaan dan koffiezetten en de deur opendoen. Of mooier geformuleerd: dienstbaar zijn. Al die vrouwen worden door Paulus vooral genoemd, omdat zij veel mogen betekenen in de dienst van het Evangelie. Zij tellen helemaal mee in Christus’ gemeente, maar ook hun werk en medewerking in de ‘gewone’ gemeente (‘arbeid in de Heere’) worden door Paulus hoog aangeslagen. Wat zij allemaal precies hebben gedaan, wordt niet gezegd.

Er is meer te vertellen

Ik vertelde al: Febe ging voorop. Algemeen wordt aangenomen dat Febe de brief (waarschijnlijk een papyrusrol) van Paulus naar Rome heeft gebracht. Er wordt over haar verteld dat zij een heel belangrijke positie in de kerk van toen heeft bekleed. Ze wordt diaken genoemd. Maar ook dat zinnetje ‘dat zij velen tot steun is geweest’, duidt op veel meer dan dat zij ook met andere vrouwen actief geholpen heeft in de gemeente. Het werkwoord heeft de betekenis van ‘patrones’ of ‘beschermster’. Dus iemand die in de positie staat, de macht heeft om anderen te beschermen en te helpen. Reizen van Korinte naar Rome was in die tijd niet ongevaarlijk. Maar zij durfde het en deed het. Ze kon het zich blijkbaar ook veroorloven. Junia is een verhaal apart. In oudere vertalingen staat Junias. Gaat het nu over een man of een vrouw? Waarom had vroeger de vertaling Junias de voorkeur? Het is interessant om te zien hoe de vertalingen daarmee worstelen. We gaan die discussie hier niet voeren. Junia en haar man waren volgens de Statenvertaling ‘vermaard onder de apostelen’ (vers 7). En dan een opmerking bij de moeder van Rufus. Er wordt wel gedacht dat zij de vrouw is geweest van Simon van Cyrene, de man die het kruis van Jezus droeg. Marcus vertelt namelijk dat zijn zoon ook Rufus heette. Het zou kunnen. Maar wat we wel zeker weten, is dat deze vrouw als een moeder was voor Paulus.

Vrouwen tellen voor Paulus dus echt mee. Sterker nog, Paulus slaat hun werk voor Gods Koninkrijk hoog aan. Wat zij allemaal precies hebben gedaan, wordt niet gezegd. Of ze een ambt hebben bekleed en welke dat geweest zijn, weet ik niet. Eén ding weet ik wel: We lezen in het Nieuwe Testament over oudsten, opzieners en diakenen, over evangelisten, leraars, profeten en profetessen. Bij die groep hoorden vele vrouwen.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons