‘Geloof in God is biologisch verklaarbaar’

Maar maakt dat Hem ongeloofwaardig?

Op de populaire Amerikaanse nieuwswebsite Huffingtonpost.com staan 21 redenen voor slimme mensen om niet in God te geloven. In een serie blogs houdt theoloog Marinus de Jong deze redenen tegen het licht. In deze aflevering reden #19: ‘Geloof in God is biologisch verklaarbaar (en dat maakt God ongeloofwaardig)’.

Geloof in God is op veel manieren te verklaren en dat maakt God niet erg geloofwaardig. De filosoof Feuerbach zei: God is een psychologisch trucje van je hersenen. Maar ook historisch is het ontstaan van godsgeloof goed te verklaren. God wordt dan gezien als een projectie van de angsten en verlangens van de mens. Of als iets wat de gaten vulde van dingen die de mens niet begreep, zoals onweer, storm, het bewegen van de zon, et cetera. Tegenwoordig snappen we met wetenschappelijke uitleg waarom deze dingen gebeuren. God is overbodig geworden.

Wetenschap en geloof

Achter deze reden om niet in God te geloven, doemt de altijd brandende vraag op over de relatie tussen wetenschap en geloof. Brengt de wetenschap ons nu bij God vandaan? Zo lijkt het vaak. Het is volgens mij belangrijk om een middenweg te zoeken en met twee woorden te spreken. Brengt de wetenschap ons bij God vandaan? Mijn antwoord is: ja en nee. In dit blog eerst het nee: wetenschap en geloof zijn niet elkaars vijanden.

Het raakt me niet erg dat mijn geloof verklaarbaar is. Is dat niet gewoon hoe God mij gemaakt heeft? God gebruikt het natuurlijke, zodat ik kan geloven. Dat wij na een paar duizend jaar langzaamaan een beetje beginnen te ontdekken hoe dat werkt, is haast aandoenlijk. Dat we weten hoe de regenboog in elkaar steekt, zegt natuurlijk niet dat God het niet meer gebruikt. Dat we nu snappen dat de aarde om de zon draait, weerspreekt niet het beeld dat Gods wagens de zon voorttrekken. En ook bij evolutie: de vraag naar de oorsprong is daarmee niet beantwoord – we weten een beetje meer hoe God het heeft gedaan en moeten ook wat oude visies bijstellen.

Rondneuzen in de schepping

De theoloog Herman Bavinck ziet wetenschap als het opsporen van de gedachten Gods in de schepping. Hij had, ruim honderd jaar geleden, geen vrees bij het aangaan van de fascinerende zoektocht van de wetenschap die toen volop was losgebarsten. Het is tenslotte rondneuzen in de schepping van God, in Zijn wereld. Natuurlijk was hij kritisch op hoe velen wetenschap bedreven, bijvoorbeeld door het onzichtbare bij voorbaat uit te sluiten. Maar wetenschap zelf vond hij net zo geweldig en veelbelovend als zijn 19e-eeuwse tijdgenoten. Als christen moet je dat wel vanuit je geloof doen, zei Bavinck, net zoals elke wetenschapper dat doet vanuit een persoonlijk geloof in wat dan ook.

Ik vind dat een mooie houding van Bavinck. Hoe kun je als christen nou bang zijn om Gods schepping binnenstebuiten te keren en daar de diepte, rijkdom en schoonheid van te ontdekken? Zo brengt de wetenschap ons tot aanbidding. Ik moet denken aan de biologie die steeds nieuwe soorten ontdekt in de diepte van de oceaan. Daar ontdekken ze prachtige kleuren en vormen, fascinerende dieren met briljante eigenschappen. De Engelse dichter Thomas Gray dicht daarover:

Full many a gem of purest ray serene,
The dark unfathom'd caves of ocean bear:
Full many a flow'r is born to blush unseen,
And waste its sweetness on the desert air.

Nog altijd zijn er vele “ongepeilde grotten van de oceaan” die niemand ziet dan God alleen. En hoeveel bloemen zijn al eeuwen “geboren om ongezien te bloeien”. Gewoon omdat het kan. Neem ook de geologie. Je kunt daarin een vijand zien die een jonge aarde ontkracht. Maar hoe veelbelovender is het om je te verwonderen hoe God adembenemende canyons en bergtoppen laat ontstaan door miljoenen jaren slijtage. Wat een geduld, wat een inzicht!

Verdiepte aanbidding

Alle verklaringen van de wetenschap maken mijn geloof niet armer, maar rijker. Wetenschap en geloof is vaak een probleemstelling. Dat is begrijpelijk, maar het is het halve verhaal. Laten we ook niet vergeten dat dit conflict van recente datum is. Wetenschap werd geboren in de schoot van de kerk: in de kloosters. Wetenschap begon met nieuwsgierigheid naar God en aanbidding van God met het verstand. Eeuwenlang was de relatie tussen wetenschap en geloof harmonieus en wederzijds verrijkend. De wetenschap opent de ogen voor de schoonheid van God zelf. Zij geven meer inzicht in wie God is, hoe veel Hij kan en heeft gedaan en waarvan Hij geniet. Verklaren in vertrouwen leidt niet tot geloofsafval. Het leidt tot verdiepte aanbidding van de God die nog mooier is dan Zijn schepping.

Beeld: Shutterstock

In het voorjaar van 2018 verscheen bij De Vuurbaak het boek Altijd groter, 21 redenen om (niet) in God te geloven van de hand van Marinus de Jong. Het boek bevat de blogs die hij schreef voor Visie.eo.nl, inclusief verwerkingsvragen en verdere lees- en kijksuggesties.
Prijs: € 12,50.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons