Filmrecensie: 1917

Mee de loopgraven in

Waarschijnlijk is er niet eerder een film gemaakt die de Eerste Wereldoorlog zo dichtbij brengt als 1917. Vanaf de eerste minuten, waarin twee jonge soldaten in een loopgraaf de opdracht krijgen een levensbelangrijk bericht te bezorgen aan een verderop gelegen bataljon, is de chaos van het slagveld bijna te proeven.

In de twee uur die volgen, rennen we met de jongens mee door barre stukken niemandsland, verlaten loopgraven, kraters, prikkeldraad, een kapotgeschoten dorp, een rivier vol lijken. Ze hebben een strakke deadline en de klok tikt alsmaar door. 

Het zeldzaam beklemmende gevoel dat 1917 oproept, is deels het resultaat van een technische truc: de hele film is opgenomen in één aanhoudend shot. Althans, die indruk wordt gewekt – de makers hebben toegegeven dat er in feite tientallen shots aan elkaar zijn geplakt, maar dat is zo zorgvuldig verbloemd dat je er als kijker niks van merkt. Het effect is hoe dan ook overweldigend: je zit de hoofdpersonen constant op de hielen, in realtime, terwijl de camera in duizelingwekkende bochten door het gehavende landschap zweeft. Soms waan je je haast in een computerspel of een virtual reality-wereld.

Nu klinkt dat misschien wat plat of abstract, maar uiteindelijk is het niet de techniek die je meesleept, maar gewoon, heel ouderwets, het verhaal. Regisseur Sam Mendes (bekend van de Bondfilms Skyfall en Spectre) baseerde zijn scenario op oorlogsherinneringen van zijn eigen grootvader. Hoewel je weinig achtergrond van de hoofdpersonen meekrijgt, kost het geen enkele moeite om met ze mee te leven. Doodnormale jongens zijn het, niet overdreven heldhaftig en bovenal gedreven door de wens om heelhuids thuis te komen. Het is de menselijkheid, te midden van het visuele spektakel, die je uiteindelijk het meeste bijblijft.

Al is dat spektakel toch ook wel heel indrukwekkend. Ga de film dan ook vooral zien op een zo groot mogelijk scherm.

Trailer 1917

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons