Dit is het kleinste kerkdorp van Nederland

‘Als ik hier ben, vóél ik de geschiedenis’

in Geloven
Persingen kerkdorp Thornsche molen Geert Kroes

Op een rivierduin in het oosten van Gelderland ligt het kleinste kerkdorp van Nederland: Persingen. In dit dorpje in de Ooijpolder wonen zo’n honderd mensen. Visie gaat op bezoek. Wat is dit voor dorp? En hoe kan het dat de kerk al eeuwen leegstaat?

Henk Hummelen (72) en Hans Maat (72) zijn beiden lid van de stichting die de kerk in beheer heeft. Als Henk de deuren van de middeleeuwse kerk opent, vallen de uitgestalde schilderijen binnen meteen op. “De kerk leeft vooral van zulke exposities,” vertelt hij. “Soms vinden hier ook bruiloften of begrafenisdiensten plaats; dan ruimen we de exposities even op en vullen we de kerk met stoelen.” 

Hans pakt zijn aantekeningen over de historie van de kerk erbij. “In de 13e eeuw gaf de heer van Persingen opdracht om hier een houten kapel te bouwen. De toren kwam een eeuw later.” Maar in de eeuwen erna wordt de kerk nauwelijks als zodanig gebruikt. Henk: “De kerk van Persingen stond zelfs bekend vanwege het feit dat hij bijna nooit als kerk diende.” Hoe dat kwam? Henk haalt zijn schouders op. “Misschien was het net zo’n tijd als nu? En voor drie mensen ga je natuurlijk geen dienst houden.” 

Vee in de kerk

In noodsituaties zagen de inwoners van Persingen de kerk wel vanbinnen. Toen een overstroming Persingen in 1926 bedreigde, vluchtten de inwoners naar de hoger liggende kerk. In de toren wachtten ze tot het water zou zakken. “Meestal kon men na een dag of drie weer naar huis,” vertelt Hans. Als vanouds bracht men het vee naar de kerk. “De kerk was opgehoogd met zand zodat de koeien de graven niet zouden beschadigen.” 

Kerk Persingen
De kerk van Persingen

Thornsche molen

Niet de kerk, maar de molen blijkt het epicentrum van Persingen te zijn. Henny Driessen (74), voorzitter van het bestuur van de molen, ontvangt ons in het restaurant dat onder de molen is gebouwd. Vanaf onze plek aan het raam hebben we uitzicht op de heuvelrug. Wandelaars en wielrenners verplaatsen zich door het landschap. Henny haalt verschillende multomappen met oude krantenknipsels tevoorschijn. Nog voor de cappuccino is geserveerd, steekt hij van wal over de historie van de molen. 

Wanneer deze molen precies is gebouwd, is niet duidelijk. In 1459 wordt hij voor het eerst vermeld als Thornsche molen. ‘Thornsche’ vanwege de nabijgelegen toren. Henny: “Dit was geen gewone molen, het was een poldermolen. Hier werd het water uit de polder gepompt, zodat men achter de dijk droge voeten hield.” Dat lukte niet altijd. In februari 1799 stormde het hevig in Persingen. Het water van de Waal stortte zich over de dijk. In Persingen bleven alleen de kerk en twee huizen overeind. Dieren verdronken, akkers overspoelden en huizen raakten onbewoonbaar. Ook de molen moest naderhand worden gerestaureerd. 

Zware storm

In de Eerste Wereldoorlog werd de grens tussen Nederland en Duitsland streng bewaakt. Al snel kregen de douaniers een goede band met Gerrit Vierboom, de toenmalige molenaar. Ze brachten hun pauzes zelfs door in het molenaarshuis. Gerrit speelde echter onder één hoedje met smokkelaars die vee en brandstof aan Duitsers wilden verkopen. Hij sprak met hen een teken af: wanneer de wieken van de molen in een bepaalde stand stonden, zaten de douaniers bij hem binnen. “Zo wisten de smokkelaars altijd of de kust veilig was,” zegt Henny. In 1941 werd Persingen opnieuw geteisterd door een zware storm. De molen raakte zo beschadigd, dat-ie met de sloop bedreigd werd. Toch lukte het om voldoende geld bijeen te krijgen voor een restauratie. Een jaar later wapperde de Nederlandse vlag hoog aan de wieken ter ere van de heropening. 

Ze schoten net zo lang heen en weer tot er geen steen meer overeind stond

Niemandsland

Henny veert op. “Kijk, daar komt Annemiek.” Annemiek Breukers (66) blijkt niet de enige te zijn die Henny heeft uitgenodigd. In no-time schuiven meer Persingenaren aan. Ondertussen vertelt Henny hoe bijzonder het is dat de molen er nog staat. “In september 1944 barstten er heftige beschietingen los toen Amerikaanse parachutisten neerdaalden in de polder.” Henny wijst naar buiten: “Dit was niemandsland. Daar zaten de Duitsers, daar de Amerikanen. Ze schoten net zo lang heen en weer tot er geen steen meer overeind stond. Op 25 september 1944 werd de molen volledig vernietigd door brandbommen.” Zeger Stappershoef (64) is boer in Persingen en vertelt dat ook de boerderij van zijn ouders in brand werd gestoken door de Amerikanen. “Dan wisten ze zeker dat er geen Duitsers in zaten. De fosfor droop van het dak af. De kippen liepen brandend over het erf.” 

Plotselinge herbouw

De molen lag in puin totdat een groepje mannen in 2005 plotseling besloot hem te herbouwen. Tien jaar later werd de eerste steen gelegd. Onder de molen werd een modern restaurant gebouwd. Henny benadrukt het belang daarvan: “Het restaurant moet de molen laten draaien.” De stichting van de molen gebruikt een gedeelte van het restaurant. Daar worden presentaties gegeven aan toeristen, onder andere door Annemiek. “Als ik hier ben, vóél ik de geschiedenis. Ik vind het bereleuk om bezoekers daarover te vertellen.” 

Thornsche molen in Persingen
V.l.n.r. Zeger Stappershoef, Henry Driessen, Annemiek Breukens en Geert Kroes

Einde van de wereld

Al snel gaat het gesprek over het toenemende toerisme in Persingen. Henny: “Voor ons alleen maar gunstig.” Annemiek merkt dat Persingen steeds meer op de kaart komt. “Vroeger leefde ik aan het einde van de wereld. Nu steeds meer mensen de molen en de polder ontdekken, weten ze ons te vinden.” Zeger: “De molen is zo’n unieke plek. Als mensen mij vragen waar ze iets kunnen eten, stuur ik ze altijd hiernaartoe. Ik ben trots op deze molen.” Op de vraag wat Persingen kenmerkt, slaat Annemiek van enthousiasme op tafel. “O, wij zijn zó gezellig. Iedereen kent iedereen.” Zeger vertelt dat hij vorige week is gedotterd in het ziekenhuis. “Iedereen vraagt daarna hoe het met me gaat.” Annemiek: “Ik wilde eigenlijk op ziekenhuisbezoek, maar toen zat hij alweer op de tractor.” 

Rivaliteit tussen hoog en laag

Na het eten biedt Henny aan ons rond te rijden door de polder. “Ik heb de hele dag voor jullie uitgetrokken.” We rijden richting Beek, een klein dorp tegenover Persingen. Henny vertelt dat er vroeger rivaliteit bestond tussen de twee dorpen. “Beek ligt tegen de heuvelrug aan, ‘hoog’ dus, en Persingen ligt ‘laag’. Nu waren er mensen in Beek die het daarom wat hoger in hun bol hadden. Dat werd ze door ‘laag’ niet in dank afgenomen.” Via de dijk rijden we terug naar de molen. Henny wijst naar buiten: “Nu ligt de Waal een stuk verderop. Vijfhonderd jaar geleden lag de rivier naast deze dijk. Ongelofelijk, toch?” 

Je zit hier op een kluitje, maar toch heel vrij

Opvallend stil

Geert Kroes (53) en zijn vrouw Tera (50) bewonen een boerderij in het hart van Persingen. Maar als je over hun erf loopt, is het opvallend stil. Al twee jaar, zo blijkt later. In de lichte woonkamer van hun huis vertellen Geert en Tera over het wel en wee op deze Persingense boerderij. Geert woont al zijn hele leven in Persingen. Het boerenbedrijf heeft hij zo’n dertig jaar geleden overgenomen van zijn vader. Tera: “Persingen zou ik omschrijven als een klein dorp met mooie boerderijen en veel ruimte. Het is ook fijn dat het zo dicht bij Nijmegen ligt. Je zit hier niet in the middle of nowhere. Ik heb hier bos, stad, water en de heuvelrug. Hoe geweldig is dat?” Geert vult zijn vrouw aan: “Je zit hier op een kluitje, maar toch heel vrij. Je kunt elkaar in de gaten houden, maar als je de bocht omgaat, is het voorbij. We hebben geen last van elkaar. Maar als iemand op vakantie is, signaleer je dat wel snel. Dan is het rustig in het dorp.” 

Hockeyen in de kerk

Geert herinnert zich dat de kerk verderop in de straat altijd heeft leeggestaan. “Toen ik jong was, hockeyden we weleens stiekem in de kerk. De deur was het ene doel en het altaar het andere. De kerk stond toch leeg.” Verder hebben Geert en Tera weinig met de kerk. “Wij zijn gedoopt en hebben onze kinderen ook gedoopt, maar dat is alles,” zegt Tera. “Ik denk dat de goedheid in jezelf zit.” 

Rekenmachine

Geert en Tera deelden 28 jaar lang lief en leed met de koeien op hun boerderij. Twee jaar geleden schreef Geert zich in voor de stoppersregeling. Geert: “In ons vak liggen de kost- en omzetprijs dicht bij elkaar. Het rendement was al jaren dramatisch, terwijl we hard moesten werken.” Geert legt uit dat hij als boer altijd een probleem had met zijn rekenmachine en zijn gevoel. “Je blijft hopen en worstelen, maar je rekenmachine zegt dat het niet uitkomt. Toen hebben wij gezegd: iedereen kiest voor zijn gevoel en laat de rekeningen liggen. Wij gaan nu voor de rekenmachine kiezen.” Geert is even stil. “Stoppen is moeilijk. De boerderij is een stuk van jezelf.” Tera vertelt dat het besluit een enorme impact had op het gezin. “De boerderij was ons bestaan, ons werk, we woonden hier. Stoppen bracht veel onzekerheid met zich mee.” 

Geert en Tera Kroes

‘Het voelde leeg’

Tera: “Op 4 mei, dodenherdenking, zouden de bijna honderd dieren worden opgehaald voor de slacht. ’s Avonds kwam er een grote vrachtauto aanrijden. Om 20.00 uur was ik in de woonkamer twee minuten stil met de kinderen. Opeens hoorde ik op het erf: “Hup, hup, hup!” Tien minuten later reed de vrachtauto weg en wist ik: nu zijn de koeien er niet meer. Het was zo vreemd om daarna de lege stal in te lopen. Zo stil. Normaal hoorde je altijd het voerhek rammelen. Het voelde leeg. Zo was het nog nooit geweest.” 

Een stuk relaxter

Tera: “Als ik aan mijn collega’s vertel dat ik op een boerderij woon, vragen ze of ik wel internet heb.” Verontwaardigd: “Die mensen denken dat boerinnen van die vrouwtjes zijn die in een overall lopen!” Tera vertelt dat ze altijd het gevoel heeft gehad dat stadsmensen een beetje op haar neerkeken. “Terwijl ze niet eens weten hoe het er hier aan toegaat.” Geert: “Pas was ik in de Randstad. Het is gewoon triest dat mensen daar zo wonen. Al die drukte en al dat verkeer. Als je de voordeur opendoet, hoor je alleen maar zoef, zoef, zoef.” Tera: “Het is maar net wat je gewend bent. Je kunt ook mooi in de stad wonen. Voor een dagje vind ik de stad best leuk, maar ik ben blij dat ik in Persingen woon. Hier is alles een stuk relaxter.” 

Dit verhaal is een ingekorte versie: het hele interview staat in het magazine van Visie. Vaker dit soort verhalen lezen? Bestel dan eens een (gratis) proefnummer of word abonnee

Tekst: Aliene Boele
Beeld: Arianne Ramaker

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons