Sabbat spelen

Blog van TimZingt

Kinderen spelen op de grond

Mijn jongste kinderen kunnen het gewoon. Ik zie het ze voor mijn ogen doen alsof er geen wereld om hen heen is. Spelen. Ik kijk naar ze, terwijl op mijn scherm de agenda volloopt. Het werk is weer begonnen, ik maak strategische plannen en zij maar spelen. Alsof het altijd vakantie is.

Ik kan het niet meer. Spelen. Nou ja, ‘spelen is mijn werk’, maar ik bedoel: spelen zoals zij? Dat kan ik niet. Ik speel weleens met ze mee: mijn stramme overgewicht zakt dan knakkend door zijn knieën om af te dalen naar hun niveau. Want ik heb gelezen in de Visie-opvoedrubriek dat dit goed is. Dat ik daarmee investeer in de relatie met mijn kind. Dat duurt ook niet langer dan tien minuten, omdat mijn knieschijven anders tegen het plafond sjoelen.

Allemaal goed, hoor, maar dat is geen spelen. Het is een doordachte strategisch-pedagogische interventie. Spelen is dat er geen wereld meer is, alleen jij en je spel: zonder doel, hier en nu. Gewoon spel voor het spel. Ik speel alleen nog maar voor de knikkers – het liefst veel knikkers – en denk altijd aan de knikkers die morgen weer gewonnen moeten worden. 

Het was een bloedhete vakantiedag in augustus en we waren gevlucht naar het strand. Daar gebeurde het per ongeluk. Ik speelde: schepte zand, spetterde nat, viste naar garnalen en krabben. Liggend in het zand, vol verwondering kijken hoe mijn jongste met zand speelt en proeft of je het kunt eten (leerpunt: nee dus). ’s Avonds toen de kinderen op bed lagen, besefte ik dat ik de hele dag niet had nagedacht over gisteren of morgen, niet had nagedacht over de knikkers. Het was toevallig zaterdag. Sabbat. Ik had sabbat gespeeld, op het strand, ik was vrij. Spelen om het spelen. Recreatie.

En mijn jongste kinderen kunnen dat gewoon altijd: sabbat spelen. Wijst Jezus daarom op de kinderen? Hebben zij iets van dat koninkrijk van Hem? Het vervult me met een lichte weemoed. Een volwassene is een kind dat heeft verleerd te spelen. Heb ik iets verloren onderweg? Terwijl mijn agenda weer volstroomt met te winnen knikkers, zie ik hen spelen. Ik loop naar ze toe en zak knakkend op mijn knieën.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons