Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Luitenant Sem traint Koerden

‘Ik heb een groot rechtvaardigheidsgevoel’

in Geloven
Luitenant traint Koerden

In het snikhete Irak traint luitenant Sem (24) Koerdische commandanten, die z’n vader hadden kunnen zijn. Wat drijft hem om in dit door oorlog verscheurde land te werken, terwijl zijn verloofde thuis op hem wacht? Visie inspecteert zijn werkplek op een militaire basis in Noord-Irak en is benieuwd hoe hij zijn geloof combineert met het leger.

Weinig interviews uit het bijna vijftigjarig bestaan van Visie hadden zóveel voeten in de aarde als dit verhaal. Op papier leek het goed te doen. We waren namelijk toch al in Irak voor de reportage over fotograaf Ruben Timman en dus zou dit een mooie toevoeging kunnen zijn. Daarnaast sprak een gesprek met een christelijke militair in Irak de hele redactie direct aan.

Ook het maken van de afspraak met Sem* blijkt via WhatsApp een fluitje van een cent (“Wij kunnen zorgen voor opvang en ook een slaapplaats”). Wat rest, is ter plekke het ritje naar een locatie van het Kurdistan Training Coordination Center (KTCC), een trainingsmissie geleid door Britten en Nederlanders.

Trainingsmissie

Nederland neemt sinds 2015 deel aan de internationale coalitie, die in Irak strijdt tegen terreurorganisatie IS. Luitenant Sem geeft als pelotonscommandant leiding aan ongeveer dertig militairen en traint Koerdische militairen. Deze Peshmerga’s krijgen onder meer les in schietvaardigheid, leiderschap en het beveiligen van grote gebieden. Medio mei lag de missie een korte periode stil vanwege een verhoogd dreigingsniveau. Defensie.nl

Ondergrondse IS-cellen

Een ritje: dat is inderdaad wat onze lokale taxichauffeur in zijn hoofd heeft – maximaal anderhalf uur. Wat de kleine, kalende man met z’n smalle snorretje er niet bij vertelt, is dat hij dan wel door gebied wil rijden waar wij – zonder visum – niet mogen komen. Wat hij ook op de koop toe neemt? Dat die korte weg dwars door Kirkoek gaat: een onveilige stad, waar nog steeds ondergrondse IS-cellen actief zijn. “Dat is totaal geen goed idee,” vertelt Sem vele uren later. “Er zijn daar inderdaad nog altijd terroristen actief. Dat kun je ook in de krant lezen. IS heeft niet meer de stootkracht om gebied te veroveren, maar probeert wel met aanslagen onrust en angst te creëren. Er dreigt meer gevaar dan je op het eerste oog zou denken.”

Checkpoint

Gevaar of niet, onze vastberaden chauffeur (die nog geen twee woorden Engels spreekt) rijdt op het door bomen omzoomde checkpoint vlak voor Kirkoek af. Even later loopt hij met onze paspoorten richting een plukje militairen in blauwzwarte uniforms. In no-time beent hij driftig terug naar de witte bestelbus. Zijn blik staat op onweer, omdat we rechtsomkeert moeten maken. Hij mag als Irakees het checkpoint wel passeren, maar wij – zijn klanten – absoluut niet. Ondertussen houden we Sem per telefoon op de hoogte: “Het duurt langer. De chauffeur wilde via Kirkoek. Nu omkeren, terug naar Erbil, en noordelijker door de bergen jouw kant op.”

Het taxibusje keert om en de inmiddels rood aangelopen chauffeur trapt het gaspedaal stevig in. Achterin checken we nogmaals onze gordels, want de meeste doden in Irak vallen momenteel niet door aanslagen, maar door ongelukken op de openbare weg.

Operationeel inparkeren

Sem volgt het busje via enkele appjes en fronst z’n wenkbrauwen over het alternatieve traject dwars door de inmiddels donkere bergen (“Wat een rare route neemt hij, zeg”).
Toch kloppen we – na een ‘ritje’ van acht uur – iets voor middernacht aan bij de poorten van de basis. Er heerst een vredige stilte op dit tijdstip. “Ik begon me bijna zorgen te maken,” grijnst een vriendelijk, open gezicht boven een groot en gespierd lijf.

Sem, ruim 1.90 m lang en lichtbruin haar, schudt ons de hand en manoeuvreert het busje naar een parkeerplaats. “Neus naar voren, hè? Operationeel inparkeren noemen we dat, zodat je bij een calamiteit snel weg kunt rijden.”
Op weg naar een rechthoekig gebouw van twee verdiepingen met slaapplekken spreekt hij de planning voor de volgende ochtend door. “Om 7.00 uur begint mijn werkdag en voor die tijd moet je dus gegeten hebben. Ik zie jullie om 6.15 uur bij het ontbijt?”

In de frontlinie

De volgende ochtend vroeg, na een ontbijt met voldoende sterke koffie, volgen we Sem naar een klaslokaal aan de rand van de basis. Aan de muren hangen grote vellen papier met militaire codes en ander lesmateriaal. In de hoge ruimte met twee lekkende airco’s staan zo’n twintig schoolbanken, waarin evenzoveel Peshmerga’s plaatsnemen. Een enkeling komt iets later binnen.
“Vandaag gaat het over militair leiderschap en ik ben tot ongeveer 13.00 uur bezig,” vertelt Sem vlak voordat hij begint met lesgeven. “Ik vind dit enorm dankbaar werk, want ik zie de Koerden beter worden gedurende de training. Sommige commandanten hadden m’n vader kunnen zijn en toch leren ze veel van ons. De kans is ook groot dat ze de theorie ooit weer in de frontlinie nodig zullen hebben. En dat zal niet voor het eerst zijn, want iedereen weet hoeveel bloed er al is vergoten in deze regio.”

Er dreigt meer gevaar dan je op het eerste oog zou denken

Tweede jongensdroom

De basis van het KTCC ligt op een heuvel en ziet eruit zoals je het verwacht: zandzakken, uitkijkposten, militaire voertuigen en her en der soldaten. Alles in kleuren die opgaan in het lichtbruine landschap. Vanaf de heuvel kijk je uit over een droge vallei. In dit maanlandschap krijgen diverse plukjes soldaten een schiettraining.

Dat Sem ooit op zo’n plek zou komen, wist hij al heel lang, zeker toen zijn eerste jongensdroom in rook opging. “Ik wilde het gaan maken als profvoetballer,” vertelt hij ’s middags, als hij tijd heeft voor een interview, op het dak van het slaapgebouw. Beneden ons schalt luide dancemuziek uit het provisorische krachthonk, waar enkele Britse soldaten hun spieren kietelen. Sem groeide als jongste op in een christelijk gezin met twee broers en een zus.

“Ik speelde op leuk niveau voetbal, maar was echt niet goed genoeg. Toch bleef ik ambitieus en wilde ik gaan voor mijn tweede jongensdroom: het leger. Ik had altijd veel respect voor de rode baretten, de Luchtmobiele Brigade, maar vreesde dat ik mentaal en fysiek niet sterk genoeg zou zijn voor dit elitekorps. Niets bleek minder waar en inmiddels ben ik binnen de brigade pelotonscommandant.”

Kun je ook spreken van een roeping?
“Oei, dat vind ik lastig, want ik doe gewoon mijn werk. Toch ervaar ik het niet als gewoon werk. Militair ben je namelijk 24/7, ook als ik thuiskom of in burger over straat ga.”

Ben je altijd op je hoede?
“Nee, dat voelt te zwaar. Ik leef een uiterst relaxed leven. Wat ik wel onbewust doe, is nieuwe omgevingen direct inschatten. Kijk ik naar de natuur, dan zie ik soms mooie plekken waar je een aanval kunt opzetten, terwijl je normaal zou denken dat het gewoon een mooie heuvel is.”

‘Defensie beschermt wat ons dierbaar is’, staat op de website. Ken je die slogan?
“We hebben er meerdere, maar deze ken ik zeker ook.”

Het is geen quiz, maar wat is jou dierbaar?
“Ik heb een groot rechtvaardigheidsgevoel en kan slecht tegen onrecht. Dat merk ik als iemand me onterecht beschuldigt, maar ook als een bevolkingsgroep in het nauw komt. Ik vind het dan belangrijk om daartegen op te staan. Toch druipt de vaderlandsliefde er hier echt niet van af, hoor. Daarmee bedoel ik dat ik vooral mijn werk met de Koerden zo goed mogelijk doe. Tegelijk weet ik dat mijn inzet van waarde is voor Nederland en dat vind ik ook belangrijk.”

Jij zit nu een paar maanden hier. Heb je soms ook momenten dat je het liefst naar huis wilt?
“Ik heb wel af en toe een mindere dag, maar gelukkig niet zo erg dat ik het niet meer zie zitten. Het komt voor dat de Koerden in de klas wat minder meewerken en dan baal ik ’s avonds als ik alleen op m’n kamer ben. Dan helpt het me enorm om even te skypen met mijn vriendin. Ook bespreek ik dit soms met mijn meerderen, want iedereen zit weleens een dagje wat lager in zijn energie of motivatie. Militairen zijn ook maar gewone mensen, hè?"

Je bent gelovig. Welke rol speelt dat hier?
“Ik probeer elke dag goed te beginnen. Bij mij werkt dat het beste door ’s ochtends de wekker bewust een kwartier eerder te zetten en stille tijd te houden. Je begrijpt wel dat ik als militair prima tegen een stukje discipline kan. Ik wil me vullen met goede gedachten van God, die dan de hele dag bij me blijven.”

Heb je collega’s die net zoals jij in het leven staan?
Peinzend: “Nee, ik denk het niet. Maar het zou jammer zijn als nu het beeld ontstaat dat ik hier als gelovige eenzaam ben... Hoe mijn geloof me in mijn werk hier stimuleert? Mijn geloof geeft me rust, maar maakt me ook rustig. Dus reageer ik niet altijd uit emotie en God stelt me in staat het grotere geheel te bekijken. Dat ik geen kerkdienst kan bezoeken, overleef ik ook wel trouwens. Dan waardeer ik straks de diensten in mijn evangelische gemeente des te meer.”

‘Gij zult niet doden’

Van een woestijnperiode in zijn geloofsleven is geen sprake, al doet de twintiger zijn werk bij plus veertig graden. Toch zal niet iedere christen dit werk willen of kunnen doen, al is het maar vanwege het zesde gebod: ‘Gij zult niet doden.’ “Voor mij draait het om het beschermen van de zwakkeren tegen kwade invloeden,” reageert hij. “Hoe paradoxaal het ook klinkt, een wapen kan vrede brengen, of rechtvaardigheid. Daar ben ik van overtuigd. ‘Gij zult niet doden’ klopt zeker, maar er is een groot verschil of je dat in koelen bloede doet óf in opdracht van een land of missie. Daarbij heb ik een basisvertrouwen dat defensie alleen geweld toepast als er geen andere opties zijn.”

Een wapen kan vrede brengen, of rechtvaardigheid

Eigen rechter spelen

Sem haalt de film Machine Gun Preacher aan, over een dominee in Afrika die weeskinderen beschermt en daarbij het wapen niet schuwt. “Aan de ene kant een dominee die preekt, maar als de weeskinderen worden aangevallen, blijft hij niet aan de zijlijn toekijken hoe onschuldige kinderen afgeslacht worden. De dominee staat op en schiet letterlijk van zich af.

Dat vind ik een ijzersterk voorbeeld. Je probeert iets te beschermen, zonder voor eigen rechter te spelen of oorlogswetten te overtreden. Dat doet IS hier in deze regio natuurlijk wel; het laat zien dat het lang niet overal mooi en veilig is op deze wereld. Kom hier een dagje kijken en je weet dat oorlog het slechtste in mensen naar boven haalt.”

Maakt dat je niet cynisch?
“Niet per se, omdat ik weet dat deze wereld maar tijdelijk is. Ik geloof dat het ooit beter gaat worden, dat er een nieuwe wereld mag komen, waarin geen leger nodig zal zijn en mensen elkaar niet naar het leven staan. Daar kijk ik echt naar uit.”

*Om veiligheidsredenen is de naam van de luitenant gefingeerd.

Tekst: Maarten Nota
Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons