Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Zo wordt een nieuw EO-programma geboren

Welkom in de kraamkamer van de EO

retro televisie

Een idee voor een nieuw tv- of radioprogramma wordt niet zonder slag of stoot geboren. De EO heeft daarom een heuse innovatieafdeling als kraamkamer voor nieuwe programma’s én online concepten. Dat klinkt romantischer dan het is. “We zitten niet met de benen op tafel luchtkastelen te bouwen. Was het maar waar!”

Het begon met een onopvallend oproepje in de krant. Je zou er zo overheen kijken. Maar de emotionele vraag in deze oproep – ‘Wie kent mij nog?’ – kwam via via op de innovatieafdeling van de EO terecht. Zo werd deze vraag de titel van een tv- programma. Dit najaar brengt Wie kent mij nog? voor het derde seizoen eenzaamheid onder de aandacht tijdens de landelijke Week tegen eenzaamheid.

Zestig procent belandt in de prullenbak

Eén pakkende zin

“Veel mensen denken: als je een leuk televisie-idee hebt, hoeft het alleen nog maar gemaakt te worden. Zo werkt het helaas niet,” nuanceert Alexander Pleizier. Als eindredacteur van de afdeling contentinnovatie overziet hij nieuwe pilots en projecten. “Hoe het wel werkt? Vaak beginnen we letterlijk met een blanco vel: the sky is the limit. Bij het bedenken van een tv-programma moet je rekening houden met de profielen van de drie zenders: NPO 1 is voor de publiekstrekkers, NPO 2 voor informatieve programma’s en NPO 3 voor jongeren. Vaak steken we daarbij in op een onderwerp. Als je zegt: ‘We willen ‘iets’ met eenzaamheid op NPO 2’, dan geeft dat focus.”

Ook een succesvol idee van innovatie: Bijbelpodcast 'Eerst Dit'

De Bijbelpodcast Eerst Dit is een verrassend groot succes: amper vier maanden na de lancering had de podcast – een gezamenlijk initiatief van de EO en de IZB – al 25.000 abonnees. “Mijn collega Daan startte de podcast als een test, dat is nog het allerleukste eraan,” lacht Alexander. “Wat hier blijkt te werken, is het creëren van vaste momenten: je krijgt elke werkdag om 6.00 uur een audiobericht via WhatsApp. Je hoort een Bijbelgedeelte en een overdenking in slechts zeven minuten – niemand zal daarvan zeggen: ‘Dat is te lang.’

Maar vooral de manier van distribueren via WhatsApp maakt het vernieuwend. Wat opvalt, is dat de abonnees audioberichten doorsturen: het verspreidt zichzelf. Dat is een leuk voorbeeld van innovatie: Bijbelmeditaties bestaan al eeuwen, maar door ze via WhatsApp te versturen, geven we er een subtiele en eigentijdse draai aan. Dat maakt het vernieuwend.”

Scherp idee

Daarop volgt een lang traject van brainstormen en zoeken hoe je het concept vervolgens kunt samenvatten in één pakkende zin. “Als het lukt een programma in één of twee zinnen uit te leggen, en de ander snapt het, dan heb je meestal een goed idee,” verduidelijkt Alexander. “Daarom trainen we elkaar in het goed pitchen van ideeën, zodat het idee echt scherp wordt. Soms moeten we het ook durven wegleggen. Dan hebben we het van alle kanten bekeken en wel twintig manieren bedacht waarop we het willen agenderen, maar is het toch niet gelukt.”

Prullenbak

Waar zo’n idee blijft? “Heel simpel: in de prullenbak. Ik zeg weleens dat we zestig procent voor de prullenbak bedenken,” lacht Alexander. “Dat voelt heel dubbel, vooral als er veel liefde en energie in gestoken is. Maar het hoort erbij: elk bedrijf met een innovatieafdeling zal beamen dat veel concepten het niet halen. Het voordeel is dat we aan tien tot vijftien projecten tegelijk werken. Dat maakt het relatief. Het is altijd: ‘Dit idee haalt het helaas niet, maar we hebben nog genoeg andere plannen.’ Gelukkig blijken veel ideeën op een ander moment ineens wél passend. Dat zijn leuke momenten: oude concepten die met een kleine twist weer nieuw en fris zijn.”

Levenslicht

Om de zes tot acht weken dient de innovatieafdeling kansrijke concepten en formats in bij de netmanagers. Een cruciaal moment. “Als na afloop alles afgeschoten blijkt te zijn, is dat voor ons frustrerend,” geeft Alexander toe. “Het zou raar zijn als dat niet zo was, toch? We hebben er zo veel energie in gestoken!

Gelukkig is de terugkoppeling vanuit de NPO meestal gevarieerder: sommige voorstellen worden – helaas – afgeschoten, maar bij andere vragen de netmanagers om doorontwikkeling. Weer andere formats worden ingetekend. Dat is de finaleklap: je mag het gaan maken. Een idee dat tot dan toe alleen op papier en in je hoofd heeft bestaan, gaat het levenslicht zien. Dat zijn de momenten waar je het voor doet.”

Bekende programma’s als Boer Zoekt Vrouw en Heel Holland Bakt zouden wij als EO niet maken

Wat typeert een EO-programma?

Alexander vertelt dat er nogal wat misverstanden bestaan over wat hij en zijn collega’s doen. “Hoe langer ik voor innovatie werk, hoe meer ik ontdek dat conceptontwikkeling een vak is. Mensen denken vaak dat we heerlijk kunnen freewheelen. Maar een format moet aan veel voorwaarden voldoen, wil het slagen. Het is een moeilijke wedstrijd, met forse concurrentie van producenten en andere omroepen, beperkte budgetten en weinig zendtijd. Daar moet je zien tussen te komen. Dus nee: we zitten niet met de benen op tafel luchtkastelen te bouwen. Was het maar waar, haha!”

Het is gewoon hard werken.
“Jazeker. Je wordt constant gedwongen een stapje extra te zetten. Bovendien hebben we een ‘moeilijker’ verhaal dan de andere omroepen: als EO hebben we al een gefocuste keuze gemaakt over wat we willen vertellen. En dan moet je het zo aankleden dat het voor een breed publiek interessant is én dat het mensen raakt en in beweging zet. Het zou veel makkelijker zijn om een mooie dagelijkse quiz te verzinnen.”

Wat typeert een programma van de EO?
“Gods liefde voor iedereen: dat is de lat waarlangs we elk programma-idee leggen. En die boodschap proberen we vervolgens met zo veel mogelijk impact te vertellen. ‘Gods liefde voor iedereen’ is zo breed als het is – dat is het mooie eraan. Zo hoeven er niet altijd christelijke gasten of expliciete geloofsonderwerpen in een programma te zitten. Maar altijd weer draait het om zoeken naar het goede, naar recht, naar de ander, naar vrede. Dat zijn allemaal christelijke elementen die we in een programma proberen terug te laten komen. Eigenlijk de thema’s die ook in het Bijbelboek Ester langskomen, terwijl God daar niet expliciet genoemd wordt.”

Hetzelfde verhaal

“Bewogenheid is een belangrijk woord hierin,” zegt Alexander even later. “In de onderwerpkeuze, maar ook in de manier van maken en vertellen. Neem Tygo in de GHB van afgelopen december: een NPO 3-programma over excessief drugsgebruik, dat niet expliciet christelijk lijkt. Terwijl we daar wel een bewogen programma maakten over een groot maatschappelijk probleem. Ook dat gaat over Gods liefde voor iedereen. Het lijkt een containerbegrip, maar dat is het zeker niet. Bekende programma’s als Boer Zoekt Vrouw en Heel Holland Bakt zouden wij als EO niet maken. Ook al zijn ze nog zo succesvol: deze programma’s passen niet langs die lat.”

Gods liefde voor iedereen: met een beetje creativiteit zou je ‘Boer Zoekt Vrouw’ daar nog wel in kunnen praten...
“Dat is dus de truc: dat je het er níét in praat. Het moet oprecht zijn. Want met omhaal van woorden kun je inderdaad een makkelijke U-bocht maken. Als je oprecht zoekt naar Gods liefde voor iedereen, vind je dat terug in klassieke EO-programma’s als Nederland Zingt en Metterdaad, maar óók in de NPO 3-kloosterserie Bad Habits, Holy Orders. Daar proberen we hetzelfde verhaal te vertellen. Alleen dan via een stel feestende meiden, die wanhopig op zoek zijn naar zichzelf en naar rust. Een totaal ander programma, voor een compleet andere doelgroep. En tóch vertel je hetzelfde verhaal.”

Zoeken naar nieuwe zakken

“Dit jaar – 2019 – is het eerste jaar dat er volgens onderzoekers meer niet-gelovigen dan gelovigen zijn in Nederland,” vervolgt Alexander. “Als EO, de EO-achterban en kerken moeten wij nog een beetje wennen aan dat gegeven. De media lopen daarin altijd net een stapje vooruit. Dit betekent dat we moeten zoeken naar nieuwe zakken om die oude wijn in te doen. Wat je op tv ziet, oogt anders dan tien jaar geleden. Dat is toch ook niet zo gek? De cultuur ís anders. En dus moet je voortdurend zoeken naar nieuwe vormen. Misschien kunnen we het verhaal minder expliciet brengen dan vroeger, maar we doen het nog steeds met dezelfde overtuiging en passie.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons