Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Psychiater Dirk De Wachter: ‘Troosten is hoopvol wachten’

‘We zijn méér dan ons verdriet’

“Ieder mens heeft een ‘grond om te zijn’ nodig die tegenslagen en lastigheden kan dragen,” zegt psychiater Dirk De Wachter. Met zijn peilstok zoekt hij in moerassige levens naar vaste grond. “Er is altijd hoop!”

Dirk De Wachter zit aan zijn met kranten en boeken bezaaide eettafel. Zijn huiskamer in Antwerpen is gedecoreerd met schilderijen, beelden en kunstzinnige snuisterijen. Hij komt, vertelt hij, uit een liefdevol, katholiek gezin. “Mijn broer en ik ervoeren van mijn ouders, ooms en tantes onuitgesproken liefde. Ik wist: ik mag er zijn, mijn bestaan is gewenst. Dat is belangrijker dan uitgesproken getroost worden.”

Het onuitgesproken gevoel van te mogen bestaan is in zichzelf al een troost?
“Het komt vóór de troost. Ieder mens heeft een ‘grond om te zijn’ nodig die tegenslagen en lastigheden kan dragen. Door toeval van het lot of genade Gods heb ik die grond gekregen. Het is schandalig, maar ik heb zelf geen grote tegenslagen gekend. Grote troost was niet nodig.”

Wat is troost eigenlijk?
“Troost is er mogen zijn, ook als de dingen mislopen. De ander kan daarvoor zorgen, bijvoorbeeld door je vast te pakken. Zoals ik u nu bij de handen pak. Dat is heel essentieel. Hou vast. Houvast. Letterlijk.”

Pakt u – in deze tijd van #MeToo – uw patiënten ook bij de hand?
“Daar ben ik terughoudend in. Maar stel dat iemand in diep verdriet zegt: ‘Mijn kind is dood.’ Dat vind ik het ergste wat iemand kan overkomen. Zo iemand kan ik dan vastpakken. Ik pleit ervoor dat mensen elkaar meer vastpakken. Ik zie u denken: wat zegt u nu? Ik juich de #MeToo- beweging toe, maar juist in deze tijd is het belangrijk dat we niet nog meer afstand van elkaar nemen. Het zou verschrikkelijk zijn als we anderen niet meer durven te benaderen.”

Als ik mijn handen op die van een verdrietige vrouwelijke collega leg, kan dat verkeerd overkomen.
“Ik mag hopen dat u dat wél doet. Natuurlijk! Waar zijn we anders mee bezig? Veel #MeToo-daders zijn niet gehecht in hun jeugd. Ze hebben niet geleerd om goed om te gaan met lichamelijkheid en intimiteit, waardoor ze gefrustreerd doorschieten in een autoritair vastpakken, omdat ze niet respectvol, wederkerig en voorzichtig kunnen vastpakken. We moeten onze kinderen op schoot nemen en seksualiteit benoemen als iets liefdevols dat thuishoort in het relationele en intieme.”

De Wachter ziet dagelijks mensen die ongelofelijke tegenslagen hebben, maar die dat toch aankunnen. Zijn vak is om bij mensen “te zoeken naar hun grond”. “Sommigen hebben in hun opvoeding moerassigheid meegekregen, met plekken die je naar beneden zuigen, zodat je verzuipt. Ik ga voorzichtig met een peilstok zoeken naar grond. Als we goed voelen, vinden we plekken om te staan. Ik moet dus niet zozeer troosten, want dat kan neerbuigend, kleinerend, kleuterend en afhankelijk makend zijn. De kunst van het troosten is: mensen in hun waarde laten. In hun grond kan troost wortelen en gedijen. Troosters zeggen vaak: ‘Och, arme, volg mij, ík zal zeggen wat je moet doen.’ Op lange termijn maakt dat de ander klein. Dát is het probleem van kolonialiseren en was lange tijd ook het probleem van de psychiatrie: met goede bedoelingen mensen iets willen bijbrengen, maar ze klein en afhankelijk houden.”

Hoe kunnen we onze buren, gemeenteleden en familieleden troosten? 
“Ik hoop van ganser harte dat niet alleen psychiaters troosten. We hebben nu al te veel werk omdat er te weinig wordt getroost. Het wordt uitbesteed aan professionele zorgers. Troost dreigt gepsychiatriseerd te worden omdat zélf troosten niet past in de leukigheidscultuur. Men zegt: ‘Ga maar naar de dokter, die zal u wel troosten of een pil geven, dan voelt u het niet meer.’ Maar het is juist heel wezenlijk om in verdriet contact te hebben met uw medemens. Dat kan door iemand vast te pakken.” Hij pakt weer de hand van de interviewer. Lachend: “Dat voelt een beetje ongemakkelijk hè? Excuseer mijn vrijpostigheid.” Dan: “De essentie is: wees nabij, loop niet weg. Tater niet te veel: ge moet dit of ge moet dat. Wees stil! Dan kan de mens zelf tot een ingeving komen wat hij moet doen. De essentie van troost zit ’m in het geduldig wachten en hoopvol weten dat het goed komt; kunnen wachten zonder verwachting. Bijzonder dat ik De Wachter heet.” Glimlachend: “Mijn naam is de meest betekenisvolle die er is.”

Wanneer komt het moment dat mensen zozeer bij hun verdriet blijven dat het hun identiteit gaat bepalen?
“Bij momenten is het verdriet alles. Ge zult uw geliefde maar verliezen... Maar het is niet goed als de identiteit alleen maar uw depressie, slechte jeugd of slechte huwelijk is. De taak van de psychiater is de identiteit uit te breiden. We zijn méér dan ons verdriet.”

Kan alle verdriet op den duur overgaan?
“Soms niet. We kunnen het niet amputeren, maar wel zwachtelen: zoeken naar manieren om het verdriet te leven. De kunst van het leven is om ongelukkig te kunnen zijn. Onze cultuur dreigt met pillen, drank, drugs en leukigheid het ongeluk niet langer te verdragen. Wie troost, moet laten weten dat je in de ander gelooft. Wees een vertegenwoordiger van hoop. Zeg: ‘Ik weet dat ge het kunt.’ Ook de psychiater moet hoop brengen: we vinden altijd wel plekken van vaste grond. Er is áltijd hoop! Ook in de meest verschrikkelijke omstandigheden.”

Waar komt die hoop vandaan?
“De hoop zit in het leven zelf. Er is altijd een elan vitale, een wezenlijkheid van leven. Dat is een fundamenteel geloof in de mens, al mag je dat van mij ook goddelijk noemen. De filosoof Levinas zei: ‘God verschijnt in de ogen van de lijdende medemens naar wie ik opkijk.’ In die ogen verschijnt de mens én God. In de ogen van de ander verschijnt dat wat voorbij het begrijpen gaat: het mystieke, het niet zichtbare, het oneindig mooie, het mysterie, het spirituele en het religieuze. Dat verschijnt niet boven in de wolken, maar in de lijdende medemens. Hoewel Levinas een jood was, is dit natuurlijk ook een christelijk perspectief.”

Omdat Christus een lijdende mens was?
Enthousiast: “Natuurlijk! God stuurt Zijn Zoon naar beneden en zegt: ‘Voilà: een lijdende mens in nood.’ Geboren als kind van vluchtelingen, die nergens naar binnen mag, met een ongehuwde moeder, zwanger van een buitenechtelijk contact. Een Zoon die na Zijn dood nog verschijnt en honger heeft. Ik ben niet kerkelijk meer, maar deze universele verhalen hebben een enorme betekenis. Onze cultuur drijft op de Griekse filosofie én het christendom. Het is heel raar als de samenleving zou zeggen: die christelijke wortels snijden we door.”

Een gat geslagen

In zijn boeken constateert De Wachter dat de ontkerkelijking van Europa pijnlijke gevolgen heeft voor de samenleving. ‘Onze waarden – barmhartigheid, naastenliefde, gerechtigheid –, ideeën en idealen danken we aan de Bijbel,’ schrijft hij in Borderline Times. ‘Dat christendom vindt men nu oubollig, autoritair en achterhaald, maar we staan naakt in de wereld als we dat overboord gooien.’ Het ‘met een pennenstreek’ achterlaten van tweeduizend jaar kerk en geloof heeft volgens hem een gat geslagen in ons zijn. Het wegvallen van het geloof in God heeft de samenleving ‘met gigantische problemen opgezadeld, en verlatingsangst is zeker niet het kleinste’. Immers, zo schrijft De Wachter, God was er altijd en liet je nooit in de steek. ‘Wat een zekerheid! Maar wie vult het gat op?’

‘Ook de psychiater moet hoop brengen’

Welk gevolg heeft de secularisering voor de troostende mens?
“Mensen weten niet meer hoe je moet troosten, omdat ze geen God meer hebben die hen daartoe stimuleert. Er werd altijd vanuit een goddelijke opdracht getroost. Met de ontkerkelijking is die verdampt en verkruimeld. Als mensen zich nu dus afvragen hoe ze moeten troosten, is dat heel goed. Want er dreigt een zelfgenoegzame inbunkering. Mensen die zeggen: ‘Troost? Daar doe ik niet aan. Verdriet? Dat wil ik niet. Ik bezoek geen mensen in het ziekenhuis, ik wil die misère niet weten. Ik kijk niet meer naar het nieuws. Honger in Afrika? Ik wil het niet weten.’ Steeds meer mensen willen in een wellnesscentrum bubbelen in het bubbelbad. Dat leidt tot ledigheid.”

U schrijft in een van uw boeken dat de troost van het paradijs, de hemel, is verdwenen en dat mensen daarom geen plek meer geven aan ver- driet, terwijl dat nu juist eigen is aan dit leven. U legt een verband tussen het verdwijnen van het geloof en het feit dat mensen geen verdriet meer willen.
“Ik ben voorzichtig om dat zo expliciet te zeggen...”

Ik citeer uit uw boek.
“Zeker, maar ik wil er niet mee zeggen dat we daarom God moeten terugbrengen in de samenleving. Mijn punt is: we moeten de troost en de medemenselijkheid terugbrengen. Ik ben een christelijke non-theïst. ‘Christelijk’ omdat ik mijn christelijke opvoeding niet wil verloochenen. En ‘non-theïst’ omdat ik de redding niet van de klassieke God-met-de-baard verwacht. Kunnen we zélf zonder expliciete traditionele goddelijkheid toch medemenselijk zijn? Dat is onze verantwoordelijkheid, onze responsabilité: respons op het lijden van de ander. Hoe kan ik beantwoorden aan zijn vraag? De mens moet het doen!”

Maar door wie laat die mens zich dan inspireren?
“Door de medemens. Als we het laten afhangen van de God van de kerk staan we er niet goed voor. We moeten het niet afschuiven op God! Hij heeft andere dingen aan Zijn hoofd.”

Het is toch juist de God van de Bijbel die mij oproept om te zien naar die ander?
“Het is de medemens die mij oproept. Mensen die zich door God laten inspireren, moeten dat vooral blijven doen. Maar anderen moeten zich laten inspireren door de lijdende medemens, vanuit een andere zingeving die we niet goddelijk noemen, maar die een spiritueel mysterie blijft. De essentie van de mens is dat we op zoek zijn naar zin en betekenis. Een goed leven is zorgen voor het geluk van de ander, de lijdende medemens. Dat kunnen kleine dingen zijn. Het is niet zuiver altruïstisch, want door te zorgen voor de ander krijgt mijn eigen leven betekenis.”

Gelooft u zelf nog in God?
“Ik heb geen behoefte om te etiketteren of ik wel of niet gelovig ben. Ik ben loyaal aan mijn katholieke opvoeding, maar ben niet met God bezig, maar met mensen. Daar heb ik al werk genoeg mee. Ik voel me thuis bij Spinoza’s idee van God: er is in de kosmos heel veel wat wij niet begrijpen. Dat mysterie, dat ‘niet-weten’ mag men van mijn part goddelijk noemen.”
De Wachter spreekt behoedzaam over zijn eigen spiritualiteit. Dat komt, verklaart hij, doordat mensen hem graag in een hoek willen duwen. “Ze vragen over tal van onderwerpen: zijt ge voor of zijt ge tegen? Nou, ik ben weinig ‘tegen’. Een psychiater moet vóór zijn. Ik wil niet in een kamp van gelovigen, maar ook niet in het kamp van de atheïsten.”

U sluit uw boek ‘Borderline Times’ af met Psalm 94:19. ‘Ich hatte viel Bekümmernis...
“... in meinem Herzen, aber deine Tröstungen erquicken meine Seele.’ Dat komt uit een Bachcantate. Geen dag zonder Bach. Hij maakte de meest troostende, de meest ongelofelijke muziek ooit. Zijn muziek biedt grond, het appelleert aan iets harmonieus, de ordening van de kosmos. Zijn Bijbelse teksten waardeer ik, maar meer nog zijn muziek. Zijn cellomuziek is van bijna goddelijke perfectie.”

U zei eens dat de stilte voor ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’ in zijn Matthäus Passion uw ziel raakt. Wat gebeurt er dan met u?
“Ja... Ik word altijd opnieuw overrompeld. ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’, dat is de essentie van het bestaan! Het is troostend om niet weg te lopen bij het verdriet, maar erbij te blijven. Dat is de paradox. Als je bij het verdriet blijft, kan het gehanteerd en gezwachteld worden. Dan kun je het dragen.”

‘Het is troostend om niet weg te lopen bij verdriet’

In de diepte 

De Wachter staat op van tafel en loopt naar een trap die leidt naar zijn werkruimte beneden. Hij wijst naar de muur boven het trapgat. Daar prijkt een regel uit Psalm 130: ‘Aus der Tiefe rufe ich, Herr, zu dir.’ “Het komt uit een prachtige Bachcantate. Als ik daar beneden – in de diepte – ga werken, denk ik: voilà, aus der Tiefe rufe ich zu dir. Die tekst bemoedigt mij om de dag in te gaan. Patiënten zien de tekst overigens niet, zij komen buitenlangs.”

De Wachter schreef een aanbeveling voor de Bijbel in Gewone Taal, omdat alle Bijbelverhalen volgens hem gaan over het wezen van mens-zijn. “Dat geldt overigens ook voor verhalen van Plato en Aristoteles,” relativeert hij direct.

Ademt de Bijbel een bepaald mensbeeld?
“Niet een mensbeeld, maar een wezenlijkheid.”

Gaat de Bijbel niet vooral over mensen die geneigd zijn om fouten maken, maar niettemin door God liefdevol worden aangenomen?
“Dat vind ik een mooi idee: tekortige mensen die fouten maken. Mensen die niet van goddelijke orde zijn, maar dat dat mag en dat men elkaars lastigheid moet verdragen.”

Dat lijkt op wat Paulus zegt: draagt elkanders lasten.
“Dat is de essentie van het menselijk bestaan. Samen machteloos zijn.”

Bijbels

Hij wil niet de indruk geven dat hij enthousiast is over de Bijbelse taal alleen om Visie-lezers een plezier te doen, zegt De Wachter even later. “Mijn geliefde auteur Gerard Reve bezigde ook een Bijbelse schrijfstijl. En in de popmuziek kan ik tot tranen toe bewogen zijn door Leonard Cohen. Bijbelser dan Cohen kan men het niet maken. Zijn stem raakt me.” Met een lage stem: “‘I stepped into an avalanche, It covered up my soul...’ Jaaa... Dat is juist. Het verhaal gaat dat Cohen er vijftien jaar over deed om zijn song ‘Hallelujah’ te schrijven.”

U bent katholiek opgevoed. De protestantse traditie kent een catechismus waarvan de eerste vraag is: wat is uw enige troost in leven en in sterven?
“Het antwoord zal God wel zijn, veronderstel ik.” Hij lacht. “Mijn antwoord is: de ander, de medemens. Eerst de ander, dan ik. Ik besta in de ogen van de ander. Eenzaamheid is dus het ergste wat er bestaat.”

De Heidelbergse Catechismus geeft als antwoord: ‘Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus.’
“Als Jezus Christus dan die lijdende Mens is die naar de aarde gekomen is om ons te tonen wat wezenlijk is voor het leven, dan is dat een mooi antwoord.”

Personalia

Dirk De Wachter (1960) is psychiater, psychotherapeut, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit in Leuven en veelgevraagd spreker en opiniemaker. Hij schreef de bestsellers Borderline Times; het einde van de normaliteit, De wereld van De Wachter en Liefde. Een onmogelijk verlangen?. De Wachter zit in de jury van het spirituele boek en het religieuze boek. De Wachter is getrouwd en heeft drie kinderen.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons