Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Marrienke voelde zich extra zondig omdat ze lesbi was

'Kijk verder dan de keuze die ik maak'

Marrienke voelde zich extra zondig omdat ze lesbi was

Zondig voelde Marrienke (27) zich als puber sowieso al. Maar omdat ze op meisjes viel, dacht ze dat ze extra zondig was. Ze veroordeelde zichzelf voortdurend, en trok zich steeds meer terug. “Tot mijn moeder op een dag vroeg wat er toch met me aan de hand was...”

“Zestien was ik, toen ik ontdekte dat ik op vrouwen viel. Aanvankelijk wilde ik het tegen niemand zeggen. Niet nodig, vond ik. Ik zou als zendingsarts gaan werken, en dan misschien, na een paar jaar, zou ik het vertellen. Zodat mensen zagen dat iemand die homo is, ook een goed mens kon zijn.

Extra zondig

Ik was in die tijd vrij rigide in mijn denken. Ik had behoefte aan duidelijkheid en bestempelde dingen als goed of fout. Van- wege de erfzonde was ik zondig, maar ik was éxtra zondig omdat ik lesbi was. Ik kon daar natuurlijk niets aan doen, maar alle gedachten die ik over andere meisjes had, waren fout. Verliefd zijn was ook slecht. Ik was echt een denker. Behalve dat ik mezelf voortdurend veroordeelde, trok ik me ook steeds meer terug. Tot mijn moeder op een dag vroeg wat er toch met me aan de hand was. Toen kon ik er niet meer omheen.

Twee keer uit de kast

Het gekke was: toen ik het mijn ouders vertelde, gingen zij allerlei argumenten aandragen waarom het eigenlijk niet zo hoefde te zijn. Mijn vader zei bijvoorbeeld: ‘Heel veel mensen op jouw leeftijd hebben weleens dat soort gedachten.’ En het feit dat ik niet zo veel met jongens had, hoefde niet meteen te betekenen dat ik lesbisch was. Misschien had ik wel de gave van onthouding, waarover Paulus het heeft in 1 Korintiërs 7. Ik kon er weinig mee. Want wanneer wist ik het dan wél zeker? Ik beloofde dat ik er- over zou nadenken, maar het voelde alsof ik twee keer uit de kast moest komen.

Ontkenning

Dat heb ik mijn ouders overigens nooit kwalijk genomen. Ik begreep het wel. Want als je iets hoort wat je niet wilt horen, ga je eerst in de ontkenning. Dat deed ik immers zelf ook. Eerst in twijfel trekken en beredeneren waarom het niet zo zou zijn. Mijn ouders reageerden eigenlijk precies volgens het boekje. Al maakten ze het me wel extra lastig, omdat ik weer ging twijfelen. Tegelijkertijd waren ze er heel open over. Mijn vader stimuleerde mij om erover te praten. Mijn moeder was vooral verdrietig. Ze gunde mij een makkelijker leven.

Nauwelijks afwijzing

Vanaf het moment dat ik ontdekte dat ik lesbi ben, was ik van mening dat ik alleen moest blijven. De Bijbelteksten die hierover gingen, vatte ik heel letterlijk op en golden dus ook voor mij. Dat had tot gevolg dat ik in mijn omgeving nauwelijks afwijzing heb ervaren. Niemand hoefde er iets van te vinden, want ik maakte de juiste keuze. De algemene visie was immers: je mag het wel zijn, maar niet doen. En daar was ik het mee eens.

Tenzij je alleen bleef, had je in de kerk niet echt een plek

Bidden voor homoseksuelen

In onze gemeente, een gereformeerde-bondsgemeente in een Overijssels stadje, werd er weinig over homoseksualiteit gesproken. Ik herinner me dat we op een gegeven moment een andere dominee kregen, die tijdens doopdiensten bad voor mensen die geen kinderen konden krijgen en voor homoseksuelen. Verder wist ik van twee gemeenteleden dat ze homo waren, maar zij waren bewust alleen. Maakte je als homo een andere keuze, dan ging je vaak ongemerkt de kerk uit. Want tenzij je alleen bleef, had je in de kerk waar ik opgroeide niet echt een plek.

Niet voor mij

Ondertussen piekerde ik mezelf suf over dit onderwerp. Toen ik eens naar een bijeenkomst ging voor christelijke homo’s, bleek dat ik een van de twee bezoekers was die alleen wilden blijven. De anderen wa- ren allemaal voor een relatie. Toen dacht ik: het kan niet zo zijn dat al deze mensen het bij het verkeerde eind hebben, en dat zij allemaal geen goede christenen zijn. Ik kwam tot de conclusie dat het dus kán zijn dat je je homo-zijn wel mag praktiseren. Maar, dacht ik er meteen bij, dat geldt niet voor mij. Ik weet niet waarom, maar God had het gewoon niet voor mij bedoeld. Achteraf denk ik: misschien durfde ik het simpelweg niet.

Monogame relatie

Toch kwam ik er niet helemaal uit. Want de tekst die vaak aangehaald wordt door tegenstanders van een homoseksuele relatie – Romeinen 1 – wordt heel verschillend uitgelegd. Zo zou Paulus dit gedeelte geschreven hebben in een context waarin een monogame relatie tussen twee man- nen of twee vrouwen nog niet bestond. Dus daar kon hij niet op doelen.
Daarbij is het de vraag of de dingen die Paulus aan een specifieke gemeente in die tijd schreef, een-op-een gelden voor iedereen die anno 2019 leeft. En dan zijn er nog mensen die stellen dat je alles wat in de Bijbel staat, letterlijk moet opvatten en dat je je er ook aan moet houden. Maar dan is mijn vraag: waarom houden we ons dan niet aan een heleboel andere wetten en aanwijzingen?

Ellende, verlossing en dankbaarheid

Ik vond niet dat ik de wijsheid in pacht had. Want als er zo veel verschillende meningen zijn, wie ben ik dan dat ik weet wat de juiste is? Dus toen ben ik vooral gaan nadenken over de vraag wat God dan met míj wilde. Ik ben opgegroeid met de drieslag ‘ellende, verlossing en dankbaar- heid’. Ik was zondig omdat ik lesbisch was, ik had daarom de verlossing door Jezus nodig, en uit dankbaarheid moest ik mijn kruis op mij nemen – en dat betekende voor mij dat ik alleen zou blijven.

Openstaan voor relatie als lesbi

Op een gegeven moment besloot ik op papier te zetten wat er positief was aan alleen blijven en wat er positief was aan lesbisch zijn. Mijn conclusie was dat ik best wel tevreden was met mijn leven, ook al dacht ik dat ik alleen moest blijven. Maar precies dat laatste leek vanaf dat moment tussen mij en God in te staan. Ik had het idee dat ik niet zo dicht bij God kon komen en contact kon hebben als daarvoor. Toen dacht ik: wat nu als ik tegen mezelf zeg dat ik opensta voor een relatie? Ik wilde er niets mee doen, maar gewoon kijken wat er gebeurde. Wat ik toen ontdekte, was dat het toelaten van de gedachte dat ik een relatie kon hebben, voor mijn geloofsleven eigenlijk juist heel verbredend werkte. Tot dan toe leek mijn geloof alleen maar over dit onderwerp te gaan. Terwijl God zoveel groter is. De gedachte aan een relatie bracht me dichter bij God, terwijl ik dacht dat dit alleen mogelijk was als ik single zou blijven.

God moet altijd de eerste zijn in mijn leven

Twijfel

In al mijn verdriet en worstelingen heb ik trouwens nooit overwogen mijn gevecht met God op te geven. Natuurlijk twijfelde ik weleens: wat nu als het niet waar is, doe ik dit mezelf dan voor niets aan? Maar dat kon ik niet echt geloven. Ik had van jongs af aan zekerheid over het bestaan van God en heb in die moeilijke jaren echt ervaren dat God er is.
Toen ik besloot dat ik toch openstond voor een relatie, zei ik wel tegen God: ‘Maar U moet altijd groter blijven.’ Daar herinner ik mezelf zo nu en dan nog steeds aan. God moet altijd de eerste zijn in mijn leven.

Verkering

Vrij snel nadat ik de beslissing had genomen, kreeg ik verkering met Joke. Vooral mijn moeder vond dat moeilijk. Opnieuw maakte zij eigenlijk eenzelfde proces door als ik. ‘Joke is zo aardig,’ zei ze. ‘En jullie stralen alleen maar liefde uit. Maar in de Bijbel staat toch dat het niet goed is, dus hoe moet ik dat met elkaar rijmen?’ Dat waren natuurlijk ook míjn vragen geweest. Ik vond het heel fijn dat zij dat proces wel aanging en daar ook open over was.

Moeilijke positie

In de kerk was het lastiger. Daar mocht ik geen tienerclub meer geven en Joke mocht niet mee aan het avondmaal. Ik mocht nog wel aangaan, maar we mochten niet samen als stel. En als ik zou trouwen, mocht ik ook geen avondmaal meer vieren. Het gekke is: ik heb het nooit echt als een afwijzing ervaren. Ik kon geen volwaardig gemeentelid meer zijn, nee. Maar ik begrijp het wel. De kerk wilde niemand voor het hoofd stoten. En dat gold in die tijd trouwens voor alle beslissingen die ze nam. Ik vind dat geen hoofdreden voor een beslissing, maar ik heb wel begrip voor de moeilijke positie waarin de kerk zat.

Paradijs

Soms vraag ik me af of een relatie tussen twee mannen en twee vrouwen is zoals God het in het paradijs bedoeld heeft. Ik denk dat God bij de schepping wel man en vrouw voor elkaar had bedacht. Maar na de zondeval is er veel veranderd. En niet alles wat veranderd is, is per se fout. Al kan ik niet in het hoofd van God kijken natuurlijk. Ik ben op zoek gegaan naar wat het dichtst bij Gods bedoeling komt. In mijn situatie, waarin het voor mij niet mogelijk is om liefde te hebben met een man, denk ik dat ik dichter bij Gods plan kom door een relatie met Joke te hebben dan om alleen te blijven. Twee jaar geleden zijn Joke en ik getrouwd. Ik twijfel niet aan de keuze die ik heb gemaakt, daar sta ik volledig achter. En ik zie het ook als een bevestiging dat wij Gods liefde en zegen ervaren in onze relatie.

Laten we elkaar geen pijn doen door de ander te veroordelen

Eenheid

Ik realiseer me dat er mensen zijn die moeite hebben met het feit dat ik een relatie heb. En dat begrijp ik, die moeite had ik zelf ook! Maar laten we elkaar geen pijn doen door de ander te veroordelen. Kijk verder dan de keuze die ik maak. Kijk naar mijn hart en het geloof in Jezus, want daar gaat het om. Ik denk dat eenheid onder christenen een hoger doel is dan de vraag of je homo mag zijn of niet.”

Beeld: GoedFolk

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons