Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Gertjan van der Kraan leefde van God los

Toch publiceert hij zijn 5e gedichtenbundel: 'Een uitgestoken hand'

Hij groeide op in een streng-orthodox milieu. Maar toen hij eenmaal iets van de wereld had geroken, haakte hij compleet af van God en de kerk. “Als ik maar lol had en kon feesten,” zegt de 66-jarige Gertjan van der Kraan nu. Inmiddels is zijn vijfde gedichtenbundel – ‘Een uitgestoken hand’ – verschenen. Een bundel die overloopt van vertrouwen en hoop op God.

“De tweede druk van deze bundel is net binnen,” zegt Gertjan verwonderd, terwijl hij op de bank zit in zijn woonkamer in de Alblasserwaard. “Het is hartverwarmend, dat had ik nooit verwacht. Mensen vinden de gedichten eenvoudig, maar rakend. Ze worden er soms tot tranen toe door geraakt.”

Feestvieren

Wie in zijn roerige jaren, nu ruim veertig jaar geleden, had voorspeld dat Gertjan ooit nog eens stichtelijke gedichtenbundels zou schrijven, zou hij hartelijk hebben uitgelachen. Want als Gertjan na zijn middelbareschooltijd voor het leger kiest, laat hij zijn hele christelijke opvoeding achter zich. “Ik ben opgegroeid in de zogenaamde zwartekousenkerk, maar in het leger wilde ik van God noch gebod meer weten; ik kwam nooit meer in een kerk.”

Ken je het tv-programma Van God los? Zo zag mijn leven eruit

Na een paar jaar stapt Gertjan uit het leger, gaat op zichzelf wonen in Dordrecht en krijgt een baan in de offshore. Daar werkt hij steeds een aantal weken aaneengesloten op een booreiland, om vervolgens een aantal weken vrij te zijn. “Ik verdiende goudgeld, en in die vrije weken leefde ik mijn eigen leventje. Ik dronk veel en stapte in die vrije weken rustig in de auto om alleen naar Spanje te rijden en feest te vieren. Het hele leven interesseerde me niets, als ik maar lol had.
Ken je het tv-programma Van God los? Nou, zo zag mijn leven eruit. Ik zat op taekwondo, een behoorlijk zware vechtsport, was helemaal gek van rockmuziek, ik dronk en ging met vrouwen om.”

Knettergek

Tot er op een nacht iets heel eigenaardigs gebeurt, wat levenslange gevolgen heeft. “Ik kreeg hoofdpijn,” vertelt Gertjan. “Zo erg, dat ik er knetter-, knettergek van werd. Mijn hele leven weigerde ik al naar een huisarts te gaan – ‘het is vanzelf gekomen, dus het gaat ook vanzelf weer over; zo’n type was ik. Ik ben naar de buren gekropen om te vragen of ze paracetamol voor me hadden, en vanaf dat moment is alle ellende begonnen. Niemand weet wat er precies in mijn hoofd is gebeurd, maar van het ene op het andere moment sliep ik niet meer. Ja, hooguit twee tot drie uurtjes per nacht, maar soms sliep ik vier, vijf dagen achter elkaar helemaal niet.”

Hel van pijn en jeuk

“Niemand geloofde het, want iedereen zei: ‘Dat bestaat niet.’ Ondertussen sloopte het slaapgebrek mijn hele lichaam, waardoor ik de ene na de andere aandoening kreeg. Zo kreeg ik atopische dermatitis, een agressieve en ongeneeslijke huidaandoening. Ik had 24 uur per dag jeuk, en werd er helemaal gek van. Sterker nog: ik ging door een hel van pijn en jeuk. Sinds tien jaar slik ik dagelijks prednison, die de jeuk grotendeels onderdruk. Het nadeel van de prednison is dat het beetje bij beetje mijn lichaam afbreekt. Daardoor heb ik diverse oogoperaties ondergaan en heb ik nu twee kunstknieën.
Na een tijdje kreeg ik osas, wat inhoudt dat ik zo’n 37 ademstops per uur heb. Er staat daarom een pomp bij mijn bed en op het moment dat die pomp registreert dat ik geen adem meer haal, krijg ik een puls met lucht. Daarnaast lijd ik aan tinnitus; kortom: één bonk ellende. Ik was soms letterlijk driehonderd keer per jaar in het ziekenhuis; voor een afspraak met een specialist, bestraling of een speciaal huidbad.”

De zon schijnt en ik zit nog niet in een rolstoel, zeg ik altijd

Rasoptimist

Ondanks alles is Gertjan een rasoptimist, die het liefst zo weinig mogelijk over zijn ziekte praat. “Als collega’s vroegen hoe ik mijn leven volhield, antwoordde ik steevast: ‘De zon schijnt en ik zit nog niet in een rolstoel.’ Dat ervaarde ik ook echt zo. Er is immers nog zo veel meer ellende op de wereld.
Bovendien, aan de buitenkant zien mensen vaak niets aan mij. Dat komt door de prednison. Normaal heb ik een heel smal gezicht, maar door de prednison heb ik een wat boller hoofd, wat mij een ogenschijnlijk gezond uiterlijk geeft.”
Daardoor stuit Gertjan ook weleens op onbegrip. “Mijn optimisme zet mensen op het verkeerde been. Ik doe me altijd beter voor dan ik me in werkelijkheid voel. Met als gevolg dat mensen mij vaak niet begrijpen, en dat doet weleens pijn.”

Doopdienst

In die eerste jaren van zijn ziekzijn leeft Gertjan er nog steeds zo veel mogelijk op los. Tot zijn zus hem vraagt de doopdienst van haar zoontje bij te wonen. Gertjan is dan 25. “Daar kon ik niet echt omheen, dus ik ben toch maar gegaan. Ik ging boven op de galerij zitten, helemaal achterin. Ik dacht: daar ziet niemand me en kan ik mooi een tukkie doen.
Voor de dienst zat ik wat om me heen te kijken, het was een mooie oude kerk. Ik zocht mijn zus, helemaal voorin, en op een gegeven moment zag ik daar toch een mooie vrouw zitten! Vlakbij mijn zus; ik kon alleen nog maar naar haar kijken.
Een week later was ik bij mijn zus en zwager en vroeg ik wie die vrouw was. Ze bleek een collega van mijn zus te zijn. Ik kwam met haar in contact en niet lang daarna kregen we een relatie. Waarom zij als gelovige vrouw een relatie aanging met mij, terwijl ik zo van God los was? Ik heb geen idee. Maar door onze verkeringstijd ging ik het leven wel anders zien. Ik ontdekte dat er wel wat meer in het leven was dan alleen mijn lege bestaan van drank, vrouwen en feesten.”

Nooit meer naar het café

“Voor we trouwden, heb ik mijn vrouw beloofd dat ik nooit meer naar een café zou gaan. En ik heb woord gehouden. Tijdens het voorbereidingsgesprek voor onze trouwdienst vroeg de dominee aan mij: ‘Waarom trouw je eigenlijk voor de kerk?’ Toen antwoordde ik: ‘Als het van mij zou afhangen, ben ik binnen een jaar weer gescheiden. Als ik er eentje nodig heb om mij vast te blijven houden, is het God wel.’

Dat had ik inmiddels wel ontdekt, in best korte tijd trouwens. Na onze trouwdag is mijn geloof alleen maar gegroeid. Na twee jaar huwelijk heb ik belijdenis van het geloof gedaan en ben ik onder andere evangelisatie-ouderling geworden.”

Handreiking

En dan die gedichten. Gertjan heeft er in de loop der jaren al heel wat geschreven, maar het was nooit zijn bedoeling een gedichtenbundel uit te geven. “Ik ben maar een hobbyist, maar ik schrijf op wat ik inkrijg. Ik heb daarom altijd een kladpapiertje en een balpen in m’n zak. Ik schreef weleens een gedicht voor mensen die ziek zijn, of bijvoorbeeld voor een vrouw die geen kinderen kon krijgen. Daar waren mensen zo enthousiast over, dat ik steeds vaker te horen kreeg: ga nu eens wat uitgeven. Ik vond dat lange tijd te veel gedoe, tot ik mijn teksten uiteindelijk toch opstuurde naar een uitgever. Eerst naar Boekscout, die heeft vier bundels van mij gepubliceerd. En nu deze vijfde gedichtenbundel bij een nieuwe uitgeverij."

Bij de totstandkoming van dit boekje dacht Gertjan dat hij niet lang meer te leven had. “Het ging steeds slechter en slechter met mij. Mijn vrouw en twee kinderen hebben al een paar keer afscheid genomen van me in het ziekenhuis. Toch krabbelde ik er steeds weer bovenop. Ik denk dan: God heeft nog een taak voor me. Wat die taak is? Ik denk gedichten schrijven. Ik zeg altijd: ik schrijf geen handleiding, maar een handreiking. Deze bundel heet niet voor niets: een uitgestoken hand.”

Ervaart u die uitgestoken hand ook van God?
“Ja. Ik krijg kracht naar kruis. Ik ben ook nooit boos op God geweest. Toen ik net tot geloof gekomen was, zei ik tegen God: ‘Vindt U het nu onderhand niet genoeg? Ik heb nu wel genoeg op mijn bord.’ Toch kreeg ik dan weer kracht om door te gaan. Ja, één keer is het me te veel geworden. Toen wilde ik echt niet verder meer en raakte ik in paniek. Ik werd knettergek van de pijn en de jeuk, dag in dag uit, 24 uur per dag. Jeuk vind ik veel erger dan pijn. Gelukkig ben ik daarna toch weer tot rust gekomen.”

Vergeetachtig

Gertjan merkt vooral de laatste weken dat hij verder achteruitgaat. Ik ben heel erg vergeetachtig en ook ontzettend moe. En toch, ik ben dankbaar voor het leven dat ik heb. Zelf dacht ik altijd dat ik niet ouder dan 65 zou worden. Maar afgelopen maart ben ik 66 geworden!” Hij lacht: “‘Krakende wagens gaan het langst mee,’ zei mijn zus laatst nog. Als ik nog twee, drie jaar krijg, knijp ik in m’n handen. Aan de andere kant: ik heb een machtige vrouw, heerlijke jongens, kleinkinderen – ik heb alles gehad! En nee, ik ben niet bang om te sterven. Dan kom ik thuis bij mijn Vader.”

Welk gedicht vindt u zelf het mooist?
“‘Aan Gods hand’ vind ik prachtig. Want die toegestoken hand heb ik echt nodig.”

Aan Gods hand

Begrijpen doe je het niet
Net als Job in zijn grote verdriet
Als David bij ‘t sterven van z’n vrind
Of het verlies van zijn eigen kind
Maar in alle nood, verdriet en pijn
Wil God steeds dicht bij je zijn
Ook al blijven je vragen bestaan
Aan Zijn hand mag je verdergaan

Een uitgestoken hand

N.a.v. Een uitgestoken hand, Gertjan van der Kraan, ISJB Uitgevers, 71 blz., € 9,95

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons