Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Bron van levend water, dorstig aan het kruis

Jezus' vijfde kruiswoord: ‘Ik heb dorst’

We waren al een tijd onderweg. Tijdens deze hete zomervakantie in Frankrijk was ik een jaar of vijftien. Hoewel mijn vader zijn best deed om bij ons de moed erin te houden, waren mijn zussen en ik de wandeltocht inmiddels zat. De zon brandde op ons hoofd en de waterflessen waren leeg. Wat begon als een leuk vakantie-uitje, was nu een stoffige, dorstige tocht geworden…

Ineens zagen we een huisje, iets verderop in het natuurgebied. We klopten hoopvol op de poort. Een wat sjofel geklede man deed open en nodigde ons uit op zijn binnenplaats. Uit een oude bron haalde hij water voor ons. Even later vervolgden we met gevulde flessen onze tocht. Het water smaakte stoffig, maar leste onze dorst. Het was een van de schaarse momenten in mijn leven waarop ik een beetje begreep hoe het is om dorst te hebben.

Water werd wijn

Tijdens Zijn leven op aarde, gebruikte Jezus geregeld voorbeelden die met water te maken hebben. Tijdens het eerste wonder dat Hij verrichtte, veranderde Hij water in wijn. Het bleek de beste wijn te zijn die ze tijdens het feest te drinken kregen. Jezus liet zien dat relaties met anderen belangrijk zijn. Hij nam de tijd om samen met Zijn leerlingen de bruiloft te vieren. En toen het feest in duigen dreigde te vallen doordat de wijn op was, zorgde Hij er voor dat het kon blijven doorgaan.

Bij de waterput

Later lezen we in Johannes 4 dat Jezus onderweg is naar Galilea. Zijn route ging dwars door het gebied van de Samaritanen, een volk dat bepaald geen goede vrienden was met de Joden. In dit verhaal zien we duidelijk dat Jezus mens was. Het is rond het middaguur, de tijd dat de zon hoog aan de lucht staat en op z’n heetst is. De discipelen gingen iets te eten halen en Jezus rustte uit bij een waterput. Als een Samaritaanse vrouw naar de put komt om water te halen, vraagt Jezus haar of ze iets te drinken voor Hem heeft. De vrouw reageert verbaasd: hoe kon Jezus als Joodse man een Samaritaanse vrouw om hulp vragen?

Eeuwig leven

Jezus gebruikt het voorval om de vrouw op het spoor van zijn Vader te zetten. Hij zegt in vers 13 en 14: “Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft. Of Hij van de vrouw water gekregen heeft, lezen we niet. Maar het gesprek dat volgde op Jezus’ vraag had effect: ze gaat het dorp in en veel Samaritanen kwamen tot geloof. Zij dronken van het levende water.

Alsof een bakker zou omkomen van de honger

Jezus heeft dorst

Wanneer je in Johannes 19 leest welke woorden Jezus aan het kruis heeft gesproken, kun je in verwarring raken. “Ik heb dorst,” zei hij. Hoe kan de Man die mensen geregeld uitnodigde om levend water te drinken, tijdens Zijn laatste momenten op aarde aangeven dat Hij iets wil drinken? Hij, die zelf het levende water is, heeft dorst? Ontkracht dit niet de boodschap die Hij zo overtuigend heeft gebracht? Het is alsof een bakker in zijn overvolle winkel zou uitroepen dat hij omkomt van de honger. Zou hij te midden van tientallen broden, manden vol krentenbollen en vitrines met gebak de hongerdood sterven?

Maar hoe kan Jezus het levende water geven, nu Hij hulpeloos en dorstig aan het kruis hangt? Soldaten bespotten Jezus: laat Hij zichzelf nu maar redden. Maar als Jezus zegt dat Hij dorst heeft, steekt iemand een spons op een stok en geeft Hem zure wijn te drinken. In Johannes 19 valt op dat Jezus niet zomaar over Zijn dorst spreekt. Volgens vers 28 doet Hij dat om de Schrift helemaal in vervulling te laten gaan. Mogelijk is dit een verwijzing naar wat David zegt in Psalm 69: 22: “Ze mengden gif door mijn eten en lesten mijn dorst met azijn.” Zelfs hier, nu hij intens pijn heeft na een urenlange marteling aan het kruis, verwijst Jezus er op meerdere momenten naar dat Hij de beloofde Messias is.

Van God verlaten

Rond het middaguur was het pikdonker geworden; een duisternis die drie uur aanhield. Jezus heeft het uitgeschreeuwd naar God. Hij was zelfs door zijn hemelse Vader verlaten. Zijn lijden doorstaat Hij alleen. Als mens, in diepe pijn, met verstikkende dorst. Soms moeten mensen op aarde ook zulk intens lijden doorstaan, dat ze zich misschien wel in Jezus’ noodkreet herkennen: waar bent U, God? “Mijn kracht is droog als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte, U legt mij neer in het stof van de dood,” zegt Psalm 22.  

Jezus boort een fontein van eeuwige blijdschap aan

Uitbundige blijdschap

Jezus wilde de dorst op zich nemen van iedereen die leefde en ooit zal leven. Zijn dorst werd voor even gelest met azijn. Alsof Hij daarmee zijn laatste krachten verzamelde om uit te spreken dat het is volbracht. Niet alleen zijn lijden, zijn dorst, zijn eenzaamheid, maar álles, van iedereen. Terwijl alles verloren leek, boorde Jezus een eeuwige fontein van blijdschap aan. Een bron van uitbundige blijdschap, zoals op een bruiloftsfeest. Met voldoende wijn voor iedereen. Of sterker: met levend water, waardoor we nooit meer dorst zullen hebben, maar eeuwig leven vinden.

Beeld: Shutterstock

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons