Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Hoe zat het ook alweer met de Synode van Dordrecht?

‘Het was crisis met zes hoofdletters’

Wanneer koning Willem-Alexander op 10 november bij de viering ‘400 jaar Synode’ in Dordrecht is, leest hij voor uit de Statenbijbel. Dat deze vertaling er moest komen, werd besloten tijdens de Synode van Dordrecht (1618-1619). Aan deze vergadering ging een indrukwekkende geschiedenis vooraf.

In een rechthoekige zaal zijn de banken gevuld met bebaarde mannen. Ze dragen een zwarte hoed, om de meeste schouders hangt een cape en sommigen hebben een witte kraag. De mannen schrijven met veren of fluisteren druk gebarend met hun buurman.

Dit beeld, dat schilder Pouwels Weyts de Jonge maakte van de Synode van Dordrecht, zal voor velen symbool staan voor het evenement dat veel invloed heeft gehad op onze huidige cultuur. Tijdens de synode werd besloten tot een eigen, Nederlandse vertaling van de Bijbel, die jaren later zou uitmonden in de Statenvertaling. Maar had die synode ook niet iets te maken met een godsdienstconflict? En welke rol speelden mannen als Gomarus, Arminius, prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt?

Bemoeien

“Er was inderdaad een godsdienstconflict, maar daarvoor moeten we terug naar het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aan het eind van de zestiende eeuw,” vertelt dr. Arjan Nobel, docent Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. “Er was spanning tussen de kerk en de overheid. Ieder gewest had een eigen godsdienstpolitiek, en de grote vraag was: in hoeverre mag de overheid zich bemoeien met kerkzaken?”

'Voorwetendheyt’

Aan het begin van de zeventiende eeuw ontstond er op de Universiteit Leiden een ingewikkeld conflict tussen twee hoogleraren, Arminius en Gomarus. Arminius stelde dat God ‘voorwetendheyt’ heeft, oftewel dat Hij al heeft besloten of mensen zalig worden. Maar, zei Arminius, mensen kunnen dit proces zelf sturen, door te kiezen om wel of niet te geloven. Onzin, vond zijn tegenstander Gomarus. De zaligheid van de mens is wel door God voorbestemd, maar juist omdat God almachtig is, komt daaraan geen mens te pas. De zaligmaking van de mens is Gods genade.

Rellen en gevechten

Er volgden debatten waarin beide hoogleraren zich verdedigden. Als het daarbij was gebleven, was er weinig aan de hand geweest, zegt Arjan Nobel. “Maar ook predikanten begonnen zich te buigen over dit theologische vraagstuk. Zij kozen partij voor een van de twee hoogleraren. Zo ontstonden de arminianen – later ook wel bekend als de remonstranten – en de gomaristen. Zij noemden zich ‘contraremonstranten’.” De twee groepen stonden lijnrecht tegenover elkaar. “Dit ging zover, dat de burgers erbij betrokken raakten,” vertelt Arjan. “Mensen scholden elkaar uit. Remonstranten werden uitgemaakt voor ‘bavianen’ en contraremonstranten voor ‘slijkgeuzen’, omdat ze over modderige paden moesten lopen om naar hun eigen kerkdienst te gaan. Er braken rellen en gevechten uit. Mensen gooiden stenen naar elkaar en smeten met modder. De Nederlanden stevenden af op een burgeroorlog. Het was crisis met zes hoofdletters.”

'Mensen gooiden stenen naar elkaar'

Rust

Maar dit religieuze conflict was niet het enige probleem in die tijd. Ook op politiek niveau werd er strijd gevoerd, vooral tussen landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt en stadhouder prins Maurits. “De relatie tussen die twee was eerst goed,” vertelt Arjan. “De spanning liep pas op tijdens het Twaalfjarig Bestand, de wapenstilstand tussen de Republiek en Spanje. Van Oldenbarnevelt was hier een voorstander van, maar legeraanvoerder Maurits wilde doorvechten. De kloof werd groter door ontwikkelingen in de buitenlandse politiek. Maurits was gericht op Engeland, Van Oldenbarnevelt keek meer naar het katholieke Frankrijk. Dat maakte hem in de ogen van zijn tegenstanders verdacht. Wie zo met de katholieken bezig was, heulde misschien met de Spanjaarden.”

Toppunt

Maurits en Johan raakten verder van elkaar verwijderd, en de politieke en religieuze geschillen begonnen door elkaar te lopen. Stadhouder Maurits bevestigde dit toen hij op 23 juli 1617 openlijk kleur bekende en naar een contraremonstrantse kerkdienst ging. Het toppunt was bereikt. Van Oldenbarnevelt wilde nog maar één ding: rust. Hij besloot daarom dat steden kleine huurlegers mochten inhuren. Voor Maurits was dit reden orde op zaken te stellen. Hij besloot dat het geschil tijdens een synode moest worden opgelost. Standplaats hiervoor werd Dordrecht, de oudste stad van Holland, die bovendien positief tegenover de contraremonstranten stond.

Schavot

De Synode van Dordrecht startte in november en duurde 180 dagen. Prins Maurits liet Van Oldenbarnevelt en andere remonstrantse kopstukken – zoals Hugo de Groot – intussen oppakken. De landsadvocaat schakelde hij uit door een rechtbank op te richten die Van Oldenbarnevelt ter dood veroordeelde. Johan van Oldenbarnevelt eindigde op 16 mei 1619 op het schavot, omdat hij zou hebben geheuld met de vijand.

Kerkelijke rechtbank

Ondertussen naderde in Dordt het einde van de vergadering, waarvan later vaak gezegd zou worden dat de uitkomst van tevoren al vastlag. “De remonstranten werden uitgenodigd als gedaagde. Tijdens de synode gaven ze direct aan het daarmee niet eens te zijn,” vertelt Arjan. “Zij wilden juist een gesprek, geen kerkelijke rechtbank. Maar van de buitenlandse afgevaardigden die waren uitgenodigd, waren vooral theologen gekozen die aan de kant van de contraremonstranten stonden. Het was duidelijk dat de remonstranten de wind uit de zeilen moest worden gehaald.”

Vertalen en redigeren

Na zes weken stroperig vergaderen stuurde voorzitter Bogerman de remonstranten weg. Het ‘dimittimini exite’ – wat betekent ‘wij zenden u weg, gaat heen’ – zouden de remonstranten zich nog lang herinneren. Daarna ging de synode verder. De vergadering nam besluiten over de kerkorde en de Dordtse Leerregels werden opgesteld. De rust in de Republiek keerde terug. Daarnaast werd tijdens de synode besloten tot het maken van een nieuwe Bijbelvertaling. Arjan: “Voor het vertalen en redigeren waren predikanten nodig. Omdat zij hiervoor een periode weg moesten uit hun gemeente, zou dat veel geld gaan kosten. Daarom werd de Staten Generaal gevraagd te betalen. Dat is waarom het de Statenvertaling heet. In 1637 was de vertaling klaar.”

EO en de Synode

Ook de EO besteedt op verschillende manieren aandacht aan vierhonderd jaar Synode:
Nederland Zingt zendt uit vanuit de Augustijnerkerk. Met een variatie aan kerkmuziek staan we stil bij vierhonderd jaar Statenbijbel.
 Nederland Zingt, zaterdag 10 november, 19.10 uur, NPO 2
Blauw Bloed is live aanwezig bij de opening van het Syno- dejaar door koning Willem-Alexander. Hij leest dan een passage voor uit de Statenbijbel.
 Blauw Bloed, zaterdag 10 november, 19.40, NPO 2
• EO-presentator Bert van Leeuwen rijdt met een vrachtwagen door Nederland op zoek naar bijzondere verhalen rond de Bijbel.
 De Grootste Bijbel van Nederland, woensdag 14 november, 20.30, NPO 1

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons