Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

‘Geluk? Dat is als mijn man even helder is’

Jannie is de mantelzorger van haar man

in Geloven

Op deze Dag van de Mantelzorg vertelt Jannie de Graaf haar verhaal. Twaalf jaar geleden kreeg haar man Jan-Piet parkinson. Jannie moest hem meer en meer verzorgen en inmiddels is ze fulltime zijn mantelzorger. “Als je elkaar trouw belooft, is dat in voorspoed en tegenspoed, gezondheid en ziekte.”

De keuken van de boerderij uit 1929 in Numansdorp is het domein van Jannie de Graaf (72). Daar leest ze haar kranten – het ND en het AD –, drinkt ze haar koffie en ontvangt ze bezoek. Twee deuren verder, in de slaapkamer op de begane grond, ligt haar man Jan-Piet (73) het grootste deel van de dag op bed. In 2006 kreeg hij de diagnose parkinson, een ongeneeslijke hersenaandoening waarbij de aansturing van spierbewegingen wordt aangetast. Door de parkinson heeft hij ook dementie gekregen.

Baggerboten

“Het is heel lang goed gegaan,” vertelt Jannie aan de keukentafel. “Maar hij kon steeds minder.” De klok slaat half tien, ergens verderop centrifugeert een wasmachine. De geur van Dettol dwarrelt door de ruimte. “We hebben altijd een eigen bedrijf gehad, Degra. Jan-Piet was machinebouwer. Hij ontwierp, maakte en verkocht machines. Een slootreinigingsmachine bijvoorbeeld en baggerboten. Ik deed de administratie. Tot december vorig jaar zat ik nog vier dagen per week op kantoor. Jan-Piet ging dan mee. Hij zat in een stoel en kon in de werkplaats kijken. Maar in december kreeg hij griep, waarna het veel slechter ging; hij kon niet meer lopen.”

De deurbel gaat. “Goedemorgen, hoe gaat het met u?” klinkt de opgewekte stem van Irma Donkersloot. Ze is van MarthaZorg, een christelijke organisatie die sinds juni een paar uur per week de zorgtaken van Jannie overneemt. Op die manier kan Jannie even het huis uit. “En hoe gaat het met uw man?” Irma loopt de gang in en opent de slaapkamerdeur. “Ja, hij slaapt lekker,” zegt ze, als ze even later op een keukenstoel gaat zitten.

Bordje fruit

Hoewel de ochtend nog maar halverwege is, heeft Jannie er al heel wat uurtjes op zitten. Iedere morgen staat ze om kwart over zes naast haar bed. Ze moet zorgen dat ze een uur later klaar is, want dan komt de thuiszorg. “Van tevoren geef ik Jan-Piet dan al zijn medicijnen, zodat hij een beetje aanspreekbaar is. Samen met de thuiszorg verzorg ik vervolgens mijn man; wassen of douchen en schone kleren aan. Daarna is hij best wel moe en gaat hij weer slapen. Dan moet ik alles schoonmaken. Om negen uur ga ik ontbijten. Ik maak ook altijd een bordje fruit voor mijn man: vijgen, dadels, frambozen, druiven. Daarna ga ik mijn krantje lezen en heb ik even rust.” Er klinkt gehoest vanuit de slaapkamer.

Verjaardag

Niet veel later komt dochter Marieke de keuken binnen. Ze woont op hetzelfde adres als haar ouders, samen met haar dochtertje van 5. Jannie: “We hebben drie kinderen: Jan-Willem, Marieke en Christien. En we zijn ook gezegend met acht kleinkinderen in de leeftijd van zeven jaar tot zes maanden. Ze zijn hier vaak en daar genieten we van. Jan-Piet ook; hij straalt als hij ze ziet.”

De drie kinderen hebben de zaak van hun ouders inmiddels overgenomen. Naast hun werk helpen ze hun moeder waar ze kunnen, net als schoondochter Saskia en schoonzoon Wouter. Op die manier kan Jannie makkelijker naar een verjaardag, of op zondag naar de kerk. Jan-Piet alleen laten kan niet.

'Hij straalt als hij de kleinkinderen ziet'

Rustige doorzetter

De verzorging doen moeder en kinderen met alle liefde. Lastiger vinden ze het dat Jan-Piet zo veranderd is. Jannie: “Hij doet weleens lelijk tegen me en wijst me soms af.” Ook Marieke vindt het hard om te zien dat hij het niet meer is. “Mijn vader was sterk, een stille en rustige doorzetter.” Jannie: “Hij woog ooit 103 kilo. Nu 73.” Marieke verdwijnt even naar de kamer van haar vader. “Hij is wakker,” zegt ze als ze terugkomt. “Hij zei net tegen me: ‘Je moet me even helpen met die balken.’ Hij is nog altijd aan het werk.” Jannie knikt. “Laatst werd hij ’s ochtends wakker en vroeg hij me om m8-boutjes.”

Slapen en waken

Om half twaalf staat Irma op om Jan-Piet zijn fruit te geven. Jannie kan vandaag rustig blijven zitten. Gewoonlijk volgt na het fruit de lunch en daarna gaan beide echtgenoten rusten tot een uur of half vier. “Als mijn man goed genoeg is, gaat hij daarna in de rolstoel. De thuiszorg komt om daarbij te helpen. We zetten hem in de kamer en gaan koffiedrinken bij de tv. We kijken tot we gaan eten Nederland Zingt terug en De Slimste Mens. Dat vindt hij ook leuk. Om half negen breng ik mijn man met hulp van de thuiszorg weer naar bed. Als hij niet te snel in slaap valt, lees ik nog uit een dagboekje en kunnen we samen bidden. Soms moet ik in de nacht even voor hem uit bed. Maar meestal lukt het om goed te slapen en gelijktijdig te waken.”

Reisjes en spullen

Ondanks het verdriet en de zorgen, kan Jannie niet ongelukkig zijn. Mensen zoeken het geluk overal; in reisjes en spullen. Maar dat is het niet. Het ligt veel dichterbij. Als mijn man even helder is. Of als Marieke ineens een airco meebrengt als het zo heet is.” Ze haalt 1 Samuël 7 aan: “Tot hiertoe heeft de Heer ons geholpen.” Weer gaat de bel. “Ja, je kunt hier nooit even rustig zitten,” glimlacht Jannie. Het is de fysiotherapeut. Irma gaat met hem mee naar de slaapkamer van Jan-Piet. “Vandaag is Irma er,” gaat Jannie verder. “Zij vervangt onze vaste hulp Marcolien vanwege haar vakantie.” Ze pakt een ansichtkaart van tafel. “Kijk, deze is van haar. Leuk hè? Marcolien is echt een schat. We hebben het zo getroffen met haar. We kunnen goed met elkaar praten en ik kan rustig weggaan als zij er is. Ik ga er dan even uit, naar de kringloopwinkel of even op een terrasje wat drinken met Marieke. Dat was al zo lang geleden.”

‘Gisteren draaide ik onze trouwpsalm; mijn man huilde en ik ook’

Cadeautje

Eigenlijk wil Jannie niet te veel praten over alle moeilijkheden. Ze getuigt liever. “We hebben hier zo veel wonderen meegemaakt. Toen we 42 jaar geleden trouwden, begonnen we met niks.” Als Jannie begint te praten over Gods trouw, lichten haar ogen op en komen de voorbeelden als vanzelf. Van jongs af aan is ze christen, ze is gevormd door haar opvoeding en de kerkdiensten. “Ik word gebouwd door programma’s als Ik mis je en Nederland Zingt. Sommige zinnen uit liederen gaan zo voor je leven.” Ze pakt haar telefoon. “Vaste rots van mijn behoud’ met Florian Poepjes heb ik al wel tachtig keer gedraaid.” Ze opent YouTube en zet een versie gezongen door Mannenkoor Urker Zangers op. “Zo rustig, hè. Prachtig. Ja, ik huil ook weleens. ‘Mijn tranen hebt G’ in Uwe fles vergaard’, staat er in Psalm 56. Wat houd je nou over als je het geloof niet hebt?”

“Mijn man doet weleens lelijk, maar soms krijg ik ook een cadeautje van hem. ‘Het was lekker,’ zegt hij dan na het eten. En gisteren draaide ik Psalm 56:5 en 6 – onze trouwpsalm. ‘Ik roem in God; ik prijs ’t onfeilbaar woord.’ Dan pak ik zijn hand vast en zeg: ‘Dit is onze psalm hè.’ Dan knikt hij en zit hij een beetje te huilen. En ik ook. We hebben zo veel mooie jaren gehad samen. Als je dit dan een poosje moet doen, vind ik dat geen opgave.”

Tekst: Linda Stelma
Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons