Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

‘Soms willen ze me even aaien, kijken of ik wel echt ben'

Renske is verloskundige in Pakistan

Vrouwen met hun baby in Pakistan

Met gevaar voor eigen leven werkt de 65-jarige Renske al zes jaar als verloskundige in een christelijk ziekenhuis in Pakistan. Ze begeleidt zo’n honderd bevallingen per maand en maakt er de wonderlijkste dingen mee. Makkelijk is het niet. “Ik leid daar een leven van 120 procent gehoorzaamheid.”

Zelf boodschappen doen mag ze niet; te gevaarlijk. Het ommuurde ziekenhuis* wordt dagelijks door zes wachtposten bewaakt, en na zonsondergang gaan de toegangswegen dicht. Reizen op dezelfde tijdstippen via dezelfde wegen wordt afgeraden, vanwege extremistische stammen die actief zijn in de regio. En ondanks de hoge temperaturen – in de zomer kan het kwik oplopen tot 50 graden – is Renske in het openbaar altijd gesluierd.

Allemaal stofnesten

Misschien wel mede door haar grijze haren – die in de islamitische cultuur respect afdwingen – staat ze haar mannetje. Terwijl een vrouw die moet bevallen, vaak ál haar vrouwelijke familieleden meeneemt naar het ziekenhuis, laat Renske maar één andere vrouw toe in de verloskamer. “Al duurt het soms tien minuten, ik wacht net zo lang met mijn werk tot iedereen op de gang staat. Want ze bemoeien zich er allemaal mee. Maar als zes vrouwen staan te gillen en aan me zitten te trekken, kan ik mijn werk niet doen. Bovendien zijn de boerka’s die ze dragen allemaal stofnesten. Die wil ik er niet bij hebben.”

Ze schiet in de lach: “En dan staan ze nóg met z’n allen in de deuropening te gluren, en roepen ze allerlei dingen naar mij over wat ik wel of niet moet doen. Dus je moet wel echt stressbestendig zijn.

Het treurige is,” zegt Renske even later, “als het kind een meisje blijkt te zijn, zakt het hele zootje als een plumpudding in elkaar en druipen ze allemaal af Dat is ongelooflijk. Vooral als het het eerste kind is, is het voor hen zo belangrijk dat het een jongetje is. Jongens zijn de voortzetting van de geslachten en degenen die geld binnenbrengen. Meisjes kósten alleen maar geld.”

Meisjes kosten alleen maar geld

Cultuurverschillen

Renske zit ontspannen in de zonnige tuin van haar tijdelijke verblijf in Nunspeet. Nog een paar dagen en dan zit haar zesweekse verlof er weer op. Kijkt ze ernaar uit om weer terug te gaan? Ze glimlacht. “Ze zeggen in Nederland weleens tegen me: ‘Je gaat weer dat mooie en dankbare werk doen.’ Nou, wij genieten daar, en als je een goede dosis humor meebrengt, heb je er een leuk leven. Maar je moet er wel een bepaald karakter voor hebben, want makkelijk is het niet. Vooral de cultuurverschillen zijn soms pittig. Soms willen ze mij even aaien, om te zien of ik wel echt ben. En ze bedanken je bijvoorbeeld nooit. Ook kunnen ze niet fatsoenlijk om hulp vragen als ze komen. Ze trekken aan je kleren om je aandacht te vragen, en oude tantes kietelen je onder je kin. Ze respecteren geen enkele afstand, daar heb ik wel moeite mee. Dus je moet voor jezelf de overtuiging hebben dat je daar zijn moet.”

Moeder- en kindzorg

Renske hééft die overtuiging. Hoewel ze al sinds 1981 in het buitenland werkt, ervoer ze zes jaar geleden een duidelijke roeping om in specifiek dit ziekenhuis te gaan werken. Het van oorsprong Finse missieziekenhuis staat in het westen van Pakistan, aan de grens met Afghanistan. Het telt vijftig bedden en richt zich vooral op moeder- en kindzorg. Die zorg is hard nodig in deze regio. Het afgelopen jaar waren er 1261 bevallingen in het missieziekenhuis, waarvan bijna tien procent – 103 kinderen – niet levend ter wereld kwam. Zeven moeders stierven tijdens of kort na de bevalling.

Wat zijn de belangrijkste oorzaken van die hoge sterfte?
“Voor moeders zijn dat bloedingen die niet te stelpen zijn, zwangerschapsvergiftiging en ongereguleerde diabetes. Veel vrouwen zien tijdens hun zwangerschap geen enkele arts of verloskundige. Soms vanwege geldgebrek, maar ook omdat ze vinden dat je een kind gewoon zelf moet kunnen baren. En dan zijn er nog de vrouwen die elders ondeskundige hulp hebben gehad, of verkeerde medicijnen, waardoor bijvoorbeeld de baarmoeder is gebarsten.

Onder baby’s die thuis geboren zijn, komt veel neonatale tetanus en bloedvergiftiging voor, vaak als gevolg van ondeskundig handelen.
De navelstreng wordt bijvoorbeeld doorgeknipt met een vies keukenmes of een smerige schaar. Tel daarbij op de hoge temperaturen in het land. Als een baby niet drinkt, droogt hij bij 50 graden heel erg snel uit.”

Kun je iets doen aan neonatale tetanus?
“Eigenlijk niet. Alleen heel goede medicijnen, die op een constante temperatuur worden vervoerd, kunnen helpen. Maar als die helemaal uit Islamabad moeten komen bij 50 graden, gekoeld met koelelementen, is dat eigenlijk zinloos. We geven die kinderen wel iets tegen de krampen, maar ik heb eigenlijk nog nooit een kindje zien overleven. En als er eentje overleeft, zegt de dokter vaak: ‘Wellicht is het geen tetanus geweest.’
Meísjes met neonatale tetanus zien wij overigens nooit. Zij worden gewoon niet gebracht, omdat ouders geen geld aan hen willen besteden.”

De navelstreng wordt soms doorgeknipt met een vies keukenmes

Drie- en vierlingen

Omdat mannen vaak lange tijd van huis zijn, maar vrouwen wel binnen een jaar na hun trouwdag een kind willen krijgen, slikken vrouwen vaak op eigen houtje vruchtbaarheidsbevorderende medicijnen, waardoor drie- en zelfs vierlingen geen zeldzaamheid zijn. “De meeste mensen uit deze streek zijn analfabeet en op seksueel vlak nauwelijks geïnformeerd,” zegt Renske. “Ze trouwen niet heel jong – rond hun 22e; er moet immers veel geld voor hen betaald worden – maar ze weten helemaal niet wat hen overkomt. Een zwangerschap en bevalling laten ze maar over zich heenkomen. Hun eigen moeder is vaak buiten beeld, want ze trouwen in bij de man, waardoor de zussen en moeder van de man de dienst uitmaken.”

Zo bepalen deze dames bijvoorbeeld dat de eerste moedermelk niet goed is voor de boreling. In plaats daarvan geven ze de pasgeborene groene thee, honing, of water waar een stukje heilige schrift in opgelost is. “En daar mag je niets van zeggen, want met de blasfemiewet die hier in Pakistan geldt, kan dat zomaar tegen je gebruikt worden. In die zin moet ik constant op mijn qui-vive zijn.”

Pasgeboren vierling Pakistan
Pasgeboren vierling in Pakistan

Moeilijke bevalling

“In Nederland weten we dat juist die eerste moedermelk heel erg goed is voor een baby,” vervolgt Renske. “Het is goed voor de hechting tussen moeder en kind, het helpt de borstvoeding op gang, en het heeft ook verloskundige voordelen omdat de baarmoeder beter samentrekt, waarmee je nabloedingen voorkomt. Als dus soms de placenta er niet uitkomt, leg ik de baby aan de borst van zijn moeder, om de placenta-uitdrijving te bevorderen. Nou, dan moet je die tantes horen!” Glimlachend: “Dus dan verwijder ik die dames.”

Sowieso moet Renske oppassen dat een baby direct na de geboorte niet onder haar deskundige handen vandaan gekaapt wordt. “Stel dat ik een moeilijke bevalling heb gedaan, met een vacuümpomp. Dan heeft dat arme kind aardig in de verdrukking gezeten, dus roep ik: ‘Het kind mag niet weg voordat ik klaar ben met hechten!’ Maar sjongejonge, dan moet opa zo nodig in de oren blazen, om die baby te zegenen. ‘Dat kind heeft hoofdpijn! Hij heeft rust nodig,’ zeg ik dan. Maar dat snappen ze helemaal niet.”

Als Renske alle medische handelingen heeft verricht en de baby ‘vrijgeeft’, wordt het kind door oma en tantes meteen ingezwachteld. Soms zo strak, dat het lijfje bijna afgebonden wordt. De ogen worden met kooltjes zwart gemaakt, om de boze geesten af te schrikken.

Waar zijn de mannen tijdens een bevalling?
“Een man is nooit bij een bevalling. Hij is er zelfs niet bij als er een echo gemaakt wordt. Soms zijn ze gewoon aan het werk, maar meestal wachten ze in de speciale mannenruimte.

Ze mogen ook echt niet op de vrouwenzalen komen. Als een loodgieter iets moet repareren op de vrouwenzaal, moeten we de vrouwen vooraf waarschuwen – waarop ze allemaal in hun boerka duiken. Het bezoekuur is ook de meest bijzondere voorstelling die je kunt bedenken. Alle vrouwen zitten in hun boerka, en de mannen zitten daar ‘gezellig’ omheen, met elkaar te praten. Niemand kijkt naar de kraamvrouw om.”

Het bezoekuur is de meest bijzondere voorstelling die je kunt bedenken

Opgetut met lippenstift

Door de boerka’s, die zelfs het gezicht van de vrouwen bedekken met een gaasje, herkent Renske haar patiënten nauwelijks. “Ik kijk altijd maar naar hun slippers. Dan weet ik of ik de juiste patiënt voor me heb. Alleen in de vrouwenvertrekken gaan de boerka’s uit. Dan ligt er in de hoek een hele stapel van die kleden. Ik ben altijd verbaasd dat ze weten welke van hen is. En als die boerka valt, of als ze dat gaas boven hun ogen terugslaan, sta ik vaak verrast over hoe keurig ze er dan uitzien, in prachtige kleding en opgetut met lippenstift.”

Mannelijke chirurg

Twee, drie keer per jaar maakt Renske mee dat familie weigert hun zwangere vrouw of schoondochter door de mannelijke chirurg – de enige die het ziekenhuis heeft – te laten behandelen. “Je moet er maar niet aan denken wat er dan gebeurt. Dat gaat mij wel aan het hart. Maar je hebt niet zomaar een vrouwelijke arts die keizersnedes kan uitvoeren.

Het beroerde is namelijk dat Pakistaanse artsen hier niet willen werken, omdat het ziekenhuis in een achtergebleven gebied staat, met een achtergestelde bevolkingsgroep, de Pathanen – ook wel bekend als de Pashtun.

De verpleegsters in ons ziekenhuis zijn voornamelijk christelijke vrouwen die uit Punjab komen, een grote welvarende provincie. Wij leiden deze mensen zelf op, maar zodra we ze een training aanbieden in de grote stad, lopen we het risico dat ze daar een baan vinden en niet meer terugkomen. Daarom blijft dit ziekenhuis voor een groot deel afhankelijk van buitenlandse krachten. Al is het voor buitenlanders niet echt een populaire plek. Je moet ertegen kunnen om daar een soort kloosterleven te leiden. Je kunt niet zonder begeleiding de compound af, en dan nóg is het soms volgens de politie te gevaarlijk. Dan kun je dus niet weg. Vragen stellen is er niet bij, helemaal niet als vrouw. Ik leid daar een leven van 120 procent gehoorzaamheid.”

Renske als verloskundige in Pakistan
Renske als verloskundige in Pakistan

Hoe houdt u het vol?
“Wij zeggen altijd: ‘Go with the flow.’ De dingen gaan eigenlijk nooit zoals je ze gepland had. Dan doet de waterpomp het niet, dan valt de stroom uit, dan moet je midden in de nacht je bed uit voor een bevalling… Ik houd het vol door structuur in te bouwen in mijn dagelijks leven; drie keer per dag eten, goed drinken, dagelijks stille tijd houden. Bovendien, dit is mijn roeping. Dat het leven zo is, aanvaard ik omwille van de roep die ik ervaar. Anders zou ik het niet volhouden.”

U bent zelf nooit getrouwd geweest en heeft geen kinderen. Maakt dat het werk extra zwaar?
“Ik heb daar nu geen moeite meer mee. Ik zie al die kinderen die ik ter wereld heb helpen brengen, ook een beetje als mijn kinderen. Als ik ze medisch nakijk, bid ik altijd voor hen en zegen ik hen. Ze zijn geschapen naar het beeld van hun Schepper en worden dan in elk geval één keer in hun leven gezegend. Wat daar verder mee gebeurt, moet ik loslaten. In Psalm 46 staat: ‘Wees stil en weet dat Ik God ben.’ Maar in andere vertalingen staat: ‘Laat los en weet dat Ik God ben.’ Ik doe wat mijn hand vindt om te doen, en dan laat ik het los.”

Kunt u iets van uw geloof kwijt aan die vrouwen?
“Meestal zijn de situaties heel acuut, waarbij een gesprek over de zorg zelf al minimaal is. Maar elke morgen wordt er op de zalen een stuk uit de Schriften gelezen en zingen we een lied. En dan is het doodstil, hoor. De geschriften zijn heel heilig, ook bij moslims. Zo moet ik nooit mijn bijbel op de grond leggen, dat vinden ze heel erg. Of onze houding vruchtdraagt, weet ik niet. En dat is misschien maar goed ook; daar zou ik alleen maar trots van worden. Alles wat van mij gevraagd wordt, is trouw zijn.

Vaak vragen patiënten of we willen bidden en dat doen we dan ook. Waarbij zij dan hun eigen gebeden opzeggen. Soms zeggen ze: ‘De medicijnen die we van jullie krijgen zijn beter, omdat jullie ervoor gebeden hebben.’”

Volgend jaar gaat u met pensioen en komt u terug naar Nederland. Gaat u het werk daar missen?
“Ja, want overal waar je gewerkt hebt, laat je een stukje van je hart achter. En ik vind het een voorrecht om onder deze bevolkingsgroep te werken. Aan de andere kant: ik wist dat dit nog een korte periode voor mijn pensioen was. Dan is het goed dat ik het afrond voordat ik echt te oud word en dit harde leven niet meer aankan. Ik merk nu al dat ik niet meer zo fit ben als vijf jaar geleden. Mijn lichaam vindt het niet meer zo leuk om 55 tot 60 uur per week te werken. Altijd oproepbaar, bij nacht en ontij je bed uit omdat baby’s zich nu eenmaal niet aan kantooruren houden….

Bovendien, het ziekenhuis bestaat deze maand 150 jaar. Dat is echt heel bijzonder in een land als Pakistan. Wij worden gedoogd als christenen en zijn een licht op de berg. God gaat door met deze plek. En zo niet, dan heeft Hij er een ander plan mee.”

* Om veiligheidsredenen kan de naam van het ziekenhuis niet genoemd worden.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons