Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Recensie van Shusaku Endo’s eindelijk vertaalde Jezus-boek

‘Meest overtuigende Jezusverhaal’ sinds de Matthäus?

Hij was een van de grootste naoorlogse Japanse schrijvers: Shusaku Endo (1923-1996). De katholieke auteur schreef indrukwekkende romans als 'Stilte' (succesvol verfilmd door Martin Scorcese: 'Silence') en 'De samoerai'. Zijn toegankelijke studie 'Jezus – Het verhaal van een leven' is nu voor het eerst in het Nederlands beschikbaar. “Het meest overtuigende Jezusverhaal sinds de Mattheüs Passion,” stelt publicist Willem Jan Otten in zijn inleiding. Terecht?

Je moet ze met een lantaarntje zoeken, boeken over Jezus vanuit Japans perspectief. Alleen daarom al is Endo’s studie uit 1973, bedoeld voor een breed publiek en tot voor kort alleen vertaald in het Engels, beslist interessant te noemen.
Bovendien biedt dit werk een belangrijke sleutel om Endo’s oeuvre beter te begrijpen. Want onder meer in Stilte en De samoerai duikt een Jezusfiguur op die heel sterk doet denken aan Endo’s uitgebreide – en soms eigenzinnige – portret van Jezus van Nazaret.
Storend is overigens wel dat de vertaling op detailniveau verre van vlekkeloos is. "Je kon een spelt horen vallen" (blz. 78): Endo kan hier onmogelijk 'spelt' (grove tarwe) hebben bedoeld. En met 'hun' en 'hen' gaat het bijvoorbeeld ook opvallend vaak mis. Maar dit terzijde.

Dode Zee

In Jezus. Het verhaal van een leven (uitg. Kok) schildert Shusaku Endo Jezus, Zijn tijdgenoten en leefwereld met behulp van literaire technieken én op basis van zijn eigen reisobservaties. Dat levert legio mooie scènes en rake zinnen op. Zoals deze beeldende passage op blz. 29:

Kale bergen tooiden de horizon als evenzovele roestkleurige schedels. Een woestenij die zich uitstrekte tot aan de Dode Zee, zonder levende ziel, alleen hier en daar een stoffig bosje en een doornstruik. De Dode Zee zelf, waarin geen enkele vis voorkomt, was omgeven door een eeuwige stilte; het rimpelloze oppervlak weerspiegelde de bergen van Moab, de ene kale helling na de andere, waarin de elementen hoge kliffen hadden gesleten die uittorenden boven de wadi, de drooggevallen beddingen van beken en stroompjes.

Beelden die beklijven

Of neem deze treffende typering van Jezus, aan het kruis genageld, “als een verfomfaaide kauw aan een paal om soortgenoten te verjagen” – dat zijn beelden die beklijven. Deze twee voorbeelden zijn moeiteloos met heel veel andere uit te breiden.
Heel boeiend is dat hij de historische context nadrukkelijk meeneemt. Zo bracht de val van Sejanus ("die grote politieke macht bezat") in Rome de positie van Pilatus, het Sanhedrin én van Herodes Antipas in gevaar. Het laatste wat zij konden gebruiken, was "oplaaiende nationalistische sentimenten onder de bevolking van Judea" – bijvoorbeeld door berichten over de komst van de Messias.
Net als in zijn romans, brengt Endo in Jezus de ruwe, schurende werkelijkheid van dit aardse bestaan heel indringend naar voren. Juist in het perspectief van (soms onbegrijpelijk) menselijk leed wordt de vraag naar Gods aanwezigheid en Zijn liefde des te klemmender.
Het lijkt trouwens wel of Endo een voorkeur, om niet te zeggen voorliefde heeft voor het uittekenen van mensen die gebutst door het leven gaan. Dat doet hij, ook hier, meesterlijk.

Laatste avondmaal

In zijn studie geeft Endo een soms overtuigende, soms speculatieve reconstructie van Jezus’ omwandelingen door Israël. Vaak schakelt de auteur daarbij z’n verbeelding in. Zo spreekt hij over de “rijzige” gestalte van Johannes de Doper, of – tot twee keer toe – over Jezus’ “smalle” schouders. Op zich niets mis mee, al moet je je daar als lezer wel van bewust zijn.
Soms gaat hij echter veel verder. Volgens Endo was Jezus bijvoorbeeld aanvankelijk een leerling van Johannes de Doper. Daar lezen we niets over in het Nieuwe Testament, en het is hoogst onwaarschijnlijk (gezien ook zijn reactie bij Jezus' verzoek om door hem gedoopt te worden).
Verder poneert hij, nogal nadrukkelijk, dat er veel 'pottenkijkers' aanwezig waren tijdens het laatste avondmaal in Jeruzalem. Inclusief "een groot aantal notabelen". Maar als je de evangeliën leest, zie je dat Jezus juist nog één keer alleen wilde zijn met de leerlingen. Niet voor niets was de locatie, een bovenzaal in Jeruzalem, klaarblijkelijk geheim.

God van liefde

Heeft Willem Jan Otten gelijk? Is dit inderdaad "het meest overtuigende Jezusverhaal sinds de Mattheüs Passion"? Wat mij betreft is het antwoord, spijtig genoeg: nee.
Een belangrijk bezwaar is dat Endo duidelijk een wig drijft tussen ‘de God van het Oude Testament (die hij karakteriseert als een soort wraakzuchtige despoot), en ‘de God van liefde’ die Jezus verkondigde. Dit ondermijnt de geloofwaardigheid van zijn Jezusverhaal.
Geen misverstand: Jezus beklemtoonde inderdaad Gods liefde – en hoe! Maar dat Hij bij specifieke gelegenheden óók nadrukkelijk over Gods toorn, het eindoordeel en de hel sprak, verzwijgt – of negeert? – Endo consequent. Daarmee wordt zijn portret van Jezus (en dus ook van Gods liefde) beslist te bleekjes, vergeleken met hoe het Nieuwe Testament Hem tekent.

‘Wishful thinking’?

Neem dit veelzeggende citaat: “Anders dan de profeten van weleer predikte Hij niet over toorn, vergelding en straf. Hij sprak alleen over het Koninkrijk van God, de God van liefde.”
‘Wishful thinking’, wellicht? Zelfs in het bekendste Bijbelvers, Johannes 3:16, schittert Gods liefde tegen de donkere achtergrond van Zijn toorn (heilige woede) over de zonden van de mensen. Lees alleen al Johannes 3:18 en Johannes 3:36. Hoe kan Endo desondanks volhouden dat Jezus alléén over Gods Koninkrijk en Zijn liefde sprak?

Eeuwige Metgezel

Deed Jezus echt wonderen? Volgens de schrijvers van het Nieuwe Testament, deels ooggetuigen, beslist wel. Hij genas allerlei zieken, wierp demonen uit, stilde de storm en wekte zelfs doden tot leven.
Maar Endo lijkt het gros van deze wonderen op te vatten als louter volksverhalen en legenden. Hij schetst Jezus vooral als degene die – machteloos? – meelijdt met verschoppelingen en zieken, een “eeuwige Metgezel”. Eén voorbeeld. “Waar in de Bijbel mensen worden beschreven die zijn bezeten door een boze geest," schrijft hij op blz. 19, "gaat het vermoedelijk om malariaslachtoffers." Dat hij hier en elders vraagtekens zet bij het nieuwtestamentische getuigenis, maakt zijn portret van Jezus minder overtuigend.

Alternatieve verklaringen

In navolging van de liberale theologie die hij heeft bestudeerd, lijkt de auteur op voorhand sceptisch te staan tegenover wonderen. Dan móét je dus wel op de proppen komen met alternatieve verklaringen voor wat we in de Bijbel lezen. En dat doet hij.
De engel van God die volgens Johannes 5 van tijd tot tijd in het badwater van Bethesda afdaalde? Volgens Endo was er helemaal geen sprake van een hemels wezen dat het water deed rimpelen, maar van “valwinden”. De genezende kracht van die vijver op dat moment? “Oudewijvenpraat” (blz. 50).
Overigens lijkt Endo soms wél te erkennen dat Jezus wonderen deed. Want met name tegen het eind van zijn boek kun je ineens op een zinnetje stuiten als: "Waar was die macht die zelfs doden tot leven had gewekt?", en "Jezus de wonderdoener werd Jezus de willoze" (blz. 184).

'Jesus Seminar'

Neemt hij de verhalen over Jezus’ genezingswonderen doorgaans met een korrel zout, datzelfde geldt helaas voor een aantal van Jezus’ uitspraken. Want Endo gelooft dat de evangelieschrijvers Jezus allerlei dingen ‘laten zeggen’ die Hij – volgens hem – nooit gezegd kán hebben.
Maar op grond van welke criteria kun je ooit feilloos onderscheid maken tussen wat Jezus wel en niet gezegd zou hebben? De geschiedenis van het zogenaamde Jesus Seminar in de VS leert dat discussies hierover oeverloos zijn.
En wat te denken van deze passage, over Jezus' komst naar Jeruzalem op een ezel? "Het is heel goed mogelijk dat Jezus nooit op een ezel heeft gereden, maar de stad stilletjes binnen is getrokken met het oog op Zijn voornemen de dood onder ogen te zien." Volgens Endo is het "heel goed mogelijk" dat de discipelen, na Jezus' smadelijke dood, "een dergelijke scène hebben bedacht" (blz. 130).
Daarmee beweert hij overigens niet dat zij "leugens" verspreid hebben, want "creatief schrijverschap is heel wat anders". Dat mensen 'Hosanna' riepen, "kan ook een fictieve toevoeging zijn". Endo's naar eigen zeggen "heldere onderscheid" in de betekenis van 'feit' en 'fictie' stuurt je als Bijbellezer het bos in. Dat is in ieder geval mijn ervaring.

Barabbas

Wel erg bont maakt de auteur het als hij suggereert dat de leerlingen het op een akkoordje hebben gegooid met de toenmalige machthebbers. In aanloop naar Jezus' proces en executie – vooral op grond van Godslastering – zouden ze hun Meester doelbewust tot zondebok hebben gemaakt. Puur uit angst. Om hun eigen hachje te redden.
Op deze manier wil Endo onder andere verduidelijken waarom de toegestroomde menigte de beruchte crimineel Barabbas boven Jezus verkoos, toen Pilatus een laatste middel zocht om Hem vrij te kunnen laten. Maar met deze wilde speculatie vliegt de schrijver volledig uit de bocht. Niets in het Nieuwe Testament wijst in deze richting.

Meer kritische noten

Zo zijn er meer kritische noten over deze studie te kraken. Wat met name jammer is, is dat Endo keer op keer een knieval maakt voor de liberale, Bijbel-kritische theologie. Veelzeggend is dat hij vaak met instemming theologen citeert als Stauffer, Renan, Bornkamm en Bultmann.
Als het gaat om het leven van Jezus en de betrouwbaarheid van de Bijbel, zijn er beduidend betere gidsen aan te wijzen. Denk bijvoorbeeld aan het werk van N.T. (Tom) Wright, Tim Keller en wijlen dr. John Stott.

Jezus' opstanding

Des te verrassender – en vooral: verheugender – is dat Shusaku Endo wél vasthoudt aan het wonder van Jezus’ opstanding. Daarover zegt hij rake en mooie dingen, met een apologetische spits.
Terecht stelt hij dat alléén de opstanding verklaart waarom een voorheen doodsbang groepje mannen (Jezus’ leerlingen) zelfs met foltering en executie voor ogen bleef volhouden dat Jezus de Levende is. En dat terwijl zij drommels goed wisten dat Hij aan een Romeins kruis was gestorven.
In het kader van diezelfde opstanding belijdt Shusaku Endo trouwens ook voluit Jezus’ Godheid. Daarmee slaat hij gelukkig opnieuw een andere weg in dan de liberale theologie (die de latere christelijke traditie verwijt dat zij Jezus 'vergoddelijkt' zou hebben). Alleen het "historische feit" van Pasen kan verklaren "hoe het bestaat dat die voltallige gemeenschap van leerlingen de Goddelijke natuur van Jezus heeft omarmd" (blz. 199 en 193).

Gemengde gevoelens

Op deze kardinale punten toont Shusaku Endo een fierheid van geloof en een soort robuuste orthodoxie, die ik op menig bladzijde node heb gemist. Al kan hij het niet laten om, op blz. 214, nog één keer dit aan het papier toe te vertrouwen: "De wonderverhalen over het leven van Jezus in de evangelieën zijn boterzacht in vergelijking met wat er over de opstanding wordt beweerd." Kort en goed: een boek dat ik met gemengde gevoelens las – maar wel van A tot Z geboeid.

N.a.v. 'Jezus – Het verhaal van een leven', Shusaku Endo, uitgeverij Kok, 192 blz. (gebonden), € 19,99.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons