Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Hoe ‘napalmmeisje’ Kim Phuc toch hoop vond

'Ik had dood moeten zijn'

Zwaar verbrand na een napalmbombardement, rent ze naakt en gillend over straat: de foto van ‘napalmmeisje’ Kim Phuc benam de wereld de adem tijdens de Vietnamoorlog. Zijzelf werd die dag in 1972 stervend achtergelaten in een mortuarium. Maar de 9-jarige Kim overleefde. Dwars door gruwelijke pijn heen, vond ze God.

“Weg hier! Rennen! We moeten hiervandaan! Het is niet meer veilig, ze gaan alles vernietigen! Kom, kinderen eerst – rennen!”

Zodra ze die alarmerende woorden van een Zuid-Vietnamese soldaat hoort, rent de 9-jarige Kim Phuc weg uit het tempelcomplex waarin ze schuilt voor de oprukkende oorlog. Het is dinsdag 8 juni 1972, net na het middageten. Zojuist heeft een legervliegtuigje een rookgranaat binnen dit complex laten vallen, om de plek te markeren waarop de aanstormende bommenwerper zich moet richten. De napalmbommen zijn bedoeld voor de vijandelijke Vietcong, maar zullen – per abuis – bevriende militairen en ongewapende burgers raken. Binnen enkele seconden.

Vol getroffen

Halsoverkop rent Kim de hoofdweg op, Route 1. Het is al te laat: zij wordt van achteren vol getroffen door de kleverige napalm. Het wijde, katoenen tuniekje dat ze draagt, verbrandt onmiddellijk. Het vuur vreet zich een weg door Kims naakte huid en haar spierweefsel.
Ondanks de folterende pijn in haar nek, rug en linkerarm, blijft ze rennen. Weg van het vuur dat haar dorp en haar toekomstdromen verzengt. Met haar rechterhand probeert ze de vlammen te doven die ze op haar linkerarm naar boven ziet kruipen.

‘Te heet! Te heet!’

Beeld: Nick Ut

Iets verderop staan persmensen op diezelfde Route 1, een belangrijke verkeersader tussen Saigon en de Cambodjaanse grens. Onder hen de 21-jarige AP-fotograaf Nick Ut. Hij schiet, naar later blijkt, een van de meest iconische beelden van de hele 20e eeuw.
“Te heet! Te heet!” schreeuwt Kim. “Ik ga dood!” Haar hele lichaam schreeuwt pijn. Omdat ze wanhopig om verkoeling blijft smeken, zet een BBC-verslaggever zijn veldfles tegen haar lippen. Daarna giet hij water over Kims hoofd. Onmiddellijk bezwijkt ze van de pijn. Want water veroorzaakt een chemische reactie: de napalm ontvlamt weer op haar ontvelde huid.

Geen schijn van kans

Nick Ut, die haar in elkaar ziet zakken, wikkelt haar in zijn jas en racet haar naar het ziekenhuis in Saigon, 30 minuten noordelijker. Na een blik op haar verwoeste lichaam, schudden artsen en verpleegkundigen hun hoofd. Dit bewusteloze meisje heeft geen schijn van kans: napalmslachtoffers zijn ten dode opgeschreven. Kim wordt naar een mortuarium gebracht. Ze krijgt alvast een plek tussen de doden.
Maar wonder boven wonder kan ze het navertellen. “Toen mijn ouders me vonden, in dat mortuarium, zagen ze dat ik nog leefde. Mijn vader wist een dokter over te halen te proberen mijn leven te redden. Tegen het protocol, maar hij deed het. Een bloedtransfusie, daarna zestien chirurgische ingrepen.” Stilte. “Ik ben zo dankbaar dat ik leef. Ik had dood moeten zijn.”

Martelgang

Ze verbleef veertien maanden in het ziekenhuis: een onvoorstelbare martelgang. “Vastgebonden op een brancard, moest ik bijvoorbeeld elke dag brandwondbaden nemen. Die veroorzaakten gruwelijke pijnen. Door de aanraking met het water, trokken mijn wonden samen.”
Pijn zou haar voortaan continu vergezellen. Door al het littekenweefsel is het geschonden huidoppervlak (“een derde van mijn lichaam”) vier keer zo dik als een normale huid: stug en hard, zonder doorbloeding.

Die brandwondbaden veroorzaakten gruwelijke pijnen

'Ik haatte mezelf'

Toen ze na veertien maanden weer onder gezonde mensen kwam wonen, wist Kim dat ze voorgoed mismaakt was. “Telkens als ik mijn littekens bekeek of voelde, haatte ik mezelf. De fysieke pijn was verschrikkelijk. Maar de pijn in mijn hart was dieper. Ik dacht dat niemand ooit van me zou houden.”

U wilde uzelf helemaal toewijden aan jullie geloof: de cao dai. Wat is dat voor religie?
“Een mengvorm van onder andere boeddhisme, confucianisme, islam en christendom. Het tempelcomplex waarin wij die dinsdag schuilden, was een belangrijk heiligdom.”

Uitgebuit als 'napalmmeisje'

Maar de cao dai bood haar geen enkele troost. Bovendien werd Kim, na de oorlog, door de nieuwe Vietnamese regering gebruikt als propagandamiddel. “Tien jaar na de eerste publicatie van de foto moest ik telkens buitenlandse journalisten te woord staan. Als ‘het napalmmeisje’ werd ik uitgebuit. Mijn woorden werden bewust verkeerd vertaald. Alsof ik de Amerikanen de schuld gaf van het bombardement, en het communistische regime prees. Ik voelde me verschrikkelijk eenzaam.”

Jezus met littekens

Op een dag bezocht Kim een bibliotheek in Saigon, om te ontsnappen aan de overheidsfunctionarissen. Die konden telkens opduiken en haar ontvoeren voor een volgend ‘optreden’. “Ineengedoken bij een kast met religieuze boeken, pakte ik het Nieuwe Testament. Daarin las ik over een heel andere Jezus dan ik vanuit de cao dai kende. Hij beweerde dat Hij de enige weg tot God was. Bovendien wist Hij óók wat pijn was, wat littekens zijn. Was zelfs bereid te sterven voor anderen.” Kort en goed: in een lokale kerk kwam ze tot geloof. “Op kerstavond 1982. Voor het eerst ervaarde ik een diepe vrede.”

Huwelijksreis naar Rusland

Kim reisde in 1986 naar Cuba, voor verdere studie. Ze bleef er zes jaar én leerde er Toan kennen. Die kreeg haar ondanks haar littekens lief. Als 29-jarige trouwde Kim met hem. Ze was er heilig van overtuigd dat ook hij (een atheïst) tot geloof zou komen.
In 1992 gingen ze op huwelijksreis naar Rusland. Tijdens een tussenstop op de retourvlucht besloten ze naar Canada te vluchten: Kim wilde ontsnappen aan “de kooi van het communisme”. Daar vroegen ze asiel aan. Sindsdien wonen ze in Toronto. Hier kwam ook Toan tot geloof, en kregen zij twee zoons.

Verlegen meisje

“Ik was een doodgewoon, verlegen meisje uit een onbelangrijk dorpje…,” besluit Kim, die met haar KIM Foundation andere jonge oorlogsslachtoffers helpt. “Nu ontmoet ik wereldleiders en spreek ik voor grote groepen mensen. Ooit was ik oorlogsslachtoffer, nu ben ik vredesambassadeur. Mijn hart is genezen. Die napalmbommen hebben me bij Jezus gebracht. Ik ben zo dankbaar dat ik leef, Hem mag dienen. Voor God is niets te wonderlijk. Niets.”

N.a.v. ‘Het napalmmeisje. Haar leven van vuur naar vrede,’ Kim Phuc Phan Thi, Boekencentrum, 287 blz., € 19,99.

Beeld: Ruben Timman

Dit is de verkorte versie van een groot interview met Kim Phuc in Visie 38, 2018. Meer lezen uit Visie? Vraag hier een gratis proefnummer aan.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons