Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Onmacht of onwil?

Blog van Arie van der Veer

Het gaat deze keer over het optreden van Jezus in de plaats, waar Hij bijna dertig jaar gewoond heeft. Kortom, verreweg het grootste deel van Zijn leven. De mensen daar hebben Hem gekend. Ze moeten hebben geweten hoe bijzonder dat kind van Jozef en Maria was.

Maar wat lees je over hen? ‘De sabbat was aangebroken. Jezus gaf onderricht in de synagoge, en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: “Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?” En ze namen aanstoot aan hem’ (Marcus 6:1-3 NBV). Jezus bracht in Nazaret dezelfde boodschap als in andere plaatsen. Je leest over mensen, die Zijn Woord hoorden en aannamen. Er gebeurden overal vele wonderen. Maar in het dorp waar Hij was grootgebracht, ergerde men zich aan Hem. In Kapernaüm heeft Jezus Zich verbaasd over het grote geloof van de hoofdman, nota bene een niet-Israëliet. In Nazaret gebeurde het tegenoverstelde. Daar was Jezus verbaasd dat de mensen juist geen geloof hadden (Marcus 6:6). Daar wil ik deze keer dieper op ingaan. De mensen in Nazaret stonden versteld van Zijn onderwijs! Men vroeg zich af waar Jezus Zijn wijsheid en Zijn krachten vandaan haalde! Maar gingen zij in Hem geloven? Nee!

Ze kwamen tot de conclusie dat dit niet kon kloppen! Jezus, Hij was toch die timmerman? En dan was het toch niet mogelijk dat Hij deze dingen deed? De bewondering ging over in ergernis.

Ergeren aan Jezus?

Hoe is het mogelijk? Maar het staat er echt: Ze ergeren zich aan Jezus! Er staat nog meer. Het is een schokkend bericht. ‘Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas’ (Marcus 6:5). Matteüs zegt het iets anders: ‘En Hij verrichtte daar niet veel wonderen, vanwege hun ongeloof’ (Matteüs 13:58). Over dit bericht hebben vele mensen zich het hoofd gebroken. Hoe moet je dit nu uitleggen? Heeft Jezus wel wonderen willen doen? Maar schoten Zijn krachten tekort? Was de macht van het ongeloof van de mensen van Nazaret sterker dan de kracht van Jezus? Matteüs zegt: ‘Hij deed daar niet vele wonderen vanwege hun ongeloof.’ Het kwam door hun ongeloof. Zo zou je Matteüs kunnen uitleggen. Maar Marcus zegt het scherper: Jezus kon het niet. Hebt u weleens over deze tekst nagedacht?

Kan ongeloof de macht van Jezus tenietdoen? Die conclusie ligt voor de hand. Maar is die conclusie terecht? Ik wil u uitnodigen om het verhaal in Marcus te lezen dat voorafging aan deze gebeurtenis in Nazaret. Het verhaal over het dochtertje van Jaïrus, de overste der synagoge in Kapernaüm. Jezus wekte haar op uit de dood. Toen Jezus zei dat het meisje niet gestorven was, maar sliep, lachten de mensen Hem uit. Over ongeloof gesproken. Liet Jezus Zich toen door het ongeloof van die mensen tegenhouden? Absoluut niet! Hij ging het vertrek binnen, waar het meisje lag opgebaard. Hij pakte het bij de hand en zei: ‘Talita koem’, wat betekent: ‘Meisje, ik zeg u, sta op!’ De dood was voor Hem geen barrière. Het ongeloof van al die klagende mensen ook niet.

Alleen wat Hij wil?

Nooit is er voor Jezus een hindernis geweest. Als Hij die niet wegnam, was dat Zijn keuze. Jezus heeft zelfs wonderen gedaan in het leven van mensen die niet in Hem geloofden. Zo genas Hij Malchus, die door een onbezonnen zwaardslag van Petrus zijn oor verloor.

Het geloof van mensen in Hem en het openbaren van wie Hij is, bijvoorbeeld door tekenen en wonderen, hebben uiteraard veel met elkaar te maken, maar vallen niet samen. Het geloof is geen absolute voorwaarde voor wat Jezus kan en doet. Hij is vrijmachtig. Ook kan het ongeloof geen onneembare barrière vormen voor Zijn geneesmacht en reddingswerk. Maakt het dan allemaal niets uit? Doet Jezus alleen wat Hij wil? We kunnen veel leren van dit verhaal over de gebeurtenissen in Nazaret. Natuurlijk kan God een mens ‘krachtdadig bekeren’, zoals we vroeger wel zeiden. De apostel Paulus is daar een voorbeeld van. Toch speelt de wil van mensen een heel belangrijke rol. God is geen inbreker. Let maar eens op hoe Jezus op andere momenten in Zijn leven mensen geroepen en uitgenodigd heeft. Hij dwong ze niet. Hij nodigde ze uit! Jezus heeft gezegd: ‘Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven’ (Matteüs 11:28). Tegen Zacheüs zei Hij: ‘Ik moet heden in uw huis zijn.’ Het deed me denken aan wat Jezus later zei bij de intocht van Jeruzalem. Jezus was diep ontroerd, intens verdrietig over het toekomstige verschrikkelijke lot van zijn zo geliefde stad:

‘Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar jullie hebben het niet gewild’ (Matteüs 23:37). ‘Jullie hebben het niet gewild.’ Daarom is de verklaring van wat er staat over de inwoners van Nazaret, wellicht veel eenvoudiger dan menigeen denkt.

Schokkend

Volgens mij is er daar in Nazaret geen sprake van dat Jezus niet kon, maar dat de inwoners van Nazaret niet wilden. Geen onmacht, maar onwil. Jezus geneest in Nazaret immers wel ‘enkele zieken’ door hun de handen op te leggen. Waarom nu ‘enkele zieken’? Niet omdat Jezus op dat moment kracht tekortkwam. Zijn ‘accu’ was niet leeg. Er zijn geen grenzen aan de macht van Jezus. Wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet. De genezing van een paar mensen laat zien dat Jezus de anderen niet kan genezen, omdat zij niet kwamen. Ze wilden niet. Een mens gaat niet verloren om Gods onmacht, maar om zijn eigen onwil. ‘De wachtkamer blijft leeg in Nazaret.’ Ze gingen niet. Jezus had ook over de inwoners van Nazaret kunnen zeggen: ‘Jullie hebben het niet gewild’ (Matteüs 23:37). Het is schokkend. De inwoners van Nazaret, onder wie zijn verwanten en huisgenoten, bewonderden de kennis en de wijsheid van hun plaatsgenoot en familielid. Ze hebben Jezus zelfs wonderen zien doen. Al waren het er maar een paar. Maar ze weigerden Hem als de Messias te zien. Als je aan een groep mensen had gevraagd of ze Jezus kenden, dan hadden deze mensen zeker bevestigend geantwoord. Ze zouden gezegd kunnen hebben: ‘Ik ken Jezus heel goed. Ik heb in de straat bij Hem gewoond. We hebben in dezelfde klas gezeten.’ Weet u waar de negatieve reactie van de inwoners en familie van Jezus mij weer bij bepaalde? Dat Jezus wel voor 100% echt mens is geweest. Neem nou die familie. Die hebben blijkbaar nooit beseft dat Jezus ook God was. Voor veel mensen zal dat onbegrijpelijk zijn.

Jezus, God en mens

Op internet kwam ik een hele discussie tegen, over wat Jezus als mens en wat Jezus als God zou hebben gedaan. Wonderen deed Hij als God en vermoeidheid ervoer Hij als mens. Alsof die twee naturen te scheiden zijn geweest. Het concilie van Chalcedon (451 na Christus) heeft al verklaard dat de goddelijke en menselijke natuur van Christus niet alleen ongemengd en onveranderd waren, maar ook ongedeeld en ongescheiden. Dat is altijd zo geweest en niet pas na Zijn dertigste levensjaar. Vanaf de geboorte van Jezus geldt dat het woord vlees is geworden en onder ons heeft gewoond.

Het is wel heel belangrijk wat de apostel Paulus ons heeft geleerd: ‘Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.’

Dat Jezus de Zoon van God was, zal Hij wel bij het ouder worden hebben ontdekt. Als Jezus op twaalfjarige leeftijd discussieert met de schriftgeleerden, vraagt Hij Zijn ouders of zij niet wisten ‘dat Hij in het huis van zijn vader moest zijn’ (Lucas 2:49). Er staat ook dat Jezus daarna in wijsheid toenam: ‘Hij kwam steeds meer in de gunst bij God en bij mensen’ (Lucas 2:52). Het valt op dat Zijn ouders Hem toen al niet begrepen. Nota bene Jozef en Maria. Twee mensen die vóór en bij Zijn geboorte al zoveel hadden gehoord en meegemaakt. Ze kenden Jezus al dertig jaar en beseften nog steeds niet wie Hij werkelijk was. Het is niet voor te stellen. Zoiets is dus blijkbaar wel mogelijk. ‘In Nazaret bleef de wachtkamer leeg.’ Deze profeet werd in Zijn eigen vaderstad niet geëerd. We kunnen het ons bijna niet voorstellen.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons