Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Marike Veldman werd neergestoken door een terrorist

‘God vroeg of ik hem wilde vergeven’

De Nederlandse Marike Veldman (71) woont in Israël en zorgde daar als pleegmoeder voor in totaal twintig Arabische kinderen. Haar opvoeding stond in het teken van vrede, “want met haat schiet je niets op”. Maar toen werd Marike bij een aanslag neergestoken.

“Mama, hoe kun je iemand vergeven die jou probeerde te vermoorden?” Het is oktober 2015. De Nederlandse Marike Veldman ligt op de intensive care van het Hadassah Medisch Centrum in Jeruzalem. Een paar dagen daarvoor werd Marike slachtoffer van een terroristische aanslag: in de bus stak een Palestijnse man zes keer op haar in met een mes. Terwijl Marike in het ziekenhuis via slangetjes aan allerlei apparaten gekoppeld ligt, neemt ze een besluit: ik vergeef de man die mij dit heeft aangedaan. Haar kinderen staan om haar bed. Ze begrijpen niets van die woorden.

Vergeving is een keuze, dat geloof ik stellig

“Ik kan het ook niet uitleggen,” vertelt Marike tweeënhalf jaar later. Haar huis staat op een heuvel buiten de Oude Stad van Jeruzalem. Israël is sinds 1977 haar thuis, maar enkele details verraden waar haar wortels liggen: een ouderwetse bel met ‘Holland’ erop naast de voordeur, en Het grote IQ-raadselboek in de kast. “God vroeg aan me: ‘Wil je hem vergeven?’ Toen zei ik ‘ja’. Dat klinkt zo simpel dat mensen het niet begrijpen. Voor mij was het ook de eerste keer dat het begrip vergeving tastbaar werd. Iemand vergeven die jou probeerde te doden; dat is iets enorms. Maar vergeving is een keuze, dat geloof ik stellig. En als je ervoor kiest, helpt God je verder.”

Afschuwelijke gegil

Hoewel Marike al ruim veertig jaar in Israël woont, is haar Nederlands foutloos. Ze praat kalm over die ene, vreselijke najaarsdag. Ze was naar de huisarts geweest en stapte in bus 78, naar huis. “Ik zag de twee mannen gelijk zitten: onverzorgd en in donkere kleren. Ik kreeg er een akelig gevoel bij.” De bus was net een paar honderd meter op gang, toen een van de twee mannen tegenover Marike kwam zitten. Daarna slaakten ze allebei een kreet. “Ik weet niet precies wat ze riepen, maar ik vermoed dat het ‘Allahu Akbar’ was. De man tegenover mij stond op en begon op me in te hakken met een mes. Terwijl hij dat deed, zei ik steeds opnieuw de naam van Jezus in het Nederlands: ‘Here Jezus, Here Jezus, Here Jezus...’ Achteraf denk ik dat de naam van Jezus mijn redding is geweest.”

In totaal werd Marike zes keer gestoken in haar handen, arm en borst. Haar handen rusten in haar schoot terwijl ze vertelt hoe de tweede terrorist met een pistool verder de bus in liep en begon te schieten. “Ik kan me niet alles meer herinneren, maar het afschuwelijke gegil van de andere mensen ben ik niet vergeten.”

Kleren onder het bloed

“Het plan van de terroristen was om de bus naar een plek te rijden waar ze ons allemaal zouden ombrengen,” vertelt Marike. Alle deuren van de bus waren dicht. Tot de deur naast Marike plotseling openging. Hoe dat kon gebeuren, is tot op de dag van vandaag een raadsel voor haar. “Maar door dit wonder kon ik de bus uit stappen.” Toen Marike eenmaal op straat stond, zag ze hoe haar kleren onder het bloed zaten. Haar rechterlong was ingeklapt, waardoor ze nauwelijks kon ademen en bijna in elkaar zakte. “Er waren geen soldaten of politieagenten die konden helpen. Er was niemand.” Uiteindelijk kwam er een oude auto langs, volgens Marike een ‘echte rammelkast’. De bestuurder belde de hulpdiensten. “En hij deed zijn shirt uit, zodat ik dat tegen mijn wonden kon aandrukken. Later heb ik geprobeerd deze man te traceren om hem te bedanken, maar dat is niet gelukt.”

De eerste keer ging ik gelijk op de plek van de terrorist zitten

Briefje met Bijbelteksten

Bij de aanslag vielen drie doden en vijftien gewonden. De eerste maanden erna durfde Marike niet met de bus te reizen. “Als bus 78 kwam aanrijden, keek ik de andere kant op. Soms kreeg ik in de stad een paniekaanval. Speciaal voor die momenten had ik een aantal Bijbelteksten opgeschreven. Dan pakte ik het briefje erbij en las ik de teksten hardop voor.” Een van die teksten was 2 Tessalonicenzen 3:3: ‘Maar de Heer is trouw, Hij zal u kracht geven en u tegen het kwaad beschermen.’
Marike: “Na vijf maanden durfde ik weer in de bus te stappen. De eerste keer ging ik gelijk op de plek van de terrorist zitten. Dat deed me niets, dus toen ik uitstapte, zei ik tegen God: ‘Ik geloof dat ik genezen ben.’ En dat is ook zo. God heeft mij zowel fysiek als geestelijk genezen.”

Geen enkel excuus

Tijdens haar leven in Israël was Marike pleegmoeder van in totaal twintig Arabische kinderen – christenen en moslims. Ze leerde hen om andere mensen niet te haten. “In mijn huis was ook geen haat en nijd naar de Joden toe,” vertelt ze. “Maar toen ik in het ziekenhuisbed lag, vroeg een van mijn kinderen: ‘Mama, haat je ons nu? En de Arabieren?’ Marikes ogen vullen zich met tranen, als ze zegt: “Dat raakte mij intens. Want nee, natuurlijk haat ik mijn kinderen niet. En ook de Arabieren niet. Er is geen enkel excuus voor wat die twee terroristen hebben gedaan. Maar ik heb een roeping voor de Arabieren, wat er ook is gebeurd.”

Beeld: Willem Jan de Bruin

Geschreven door:

Femke Taale

Redacteur

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over