Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Opvoedcoach Steven Pont: 'Straffen is geen opvoeden'

Vrijheid en verantwoordelijkheid in de opvoeding horen bij elkaar

Deugen. Doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Dat is een waarde die Steven Pont hoog in het vaandel voert.  Visie maakt kennis met deze – naar eigen zeggen – "ferme opvoeder".

In tegenstelling tot wat zijn Bijbelkennis doet vermoeden, is Steven (55) niet gelovig opgevoed. Toch vindt hij het “een leuk idee” om aan de hand van zeven Bijbelteksten over opvoeding te reflecteren op zijn werk, zijn opvoedpraktijk en op zichzelf.

Nooit gestraft

“Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan wordt u gezegend met een lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.” (Exodus 20:12)

“Als kind had ik respect voor mijn ouders, omdat ze mij geen reden gaven om geen respect te hebben. Een heftige puber ben ik nooit geweest, want ik vond dat mijn ouders wel redelijke dingen van me vroegen. Voorspelbaar veilig, zo zou ik mijn ouderlijk huis noemen. We hadden weleens conflicten, maar het werd nooit hysterisch. Harmonieus, zonder dat er een lavastroom van boosheid onder lag.

Zelf hebben mijn vrouw en ik met onze zoons van 13 en 14 jaar ook wel onze dingetjes, maar het escaleert nooit. Ik heb mijn kinderen ook nog nooit gestraft, daar geloof ik niet in. Straffen is onveilig en vernederend. De wereld is een bedreigende situatie voor een kind. Je kindertijd is geen roze wolk. Je beleeft geen periode waarin je méér vecht, wordt uitgesloten, vaker ruzie hebt en beoordeeld wordt dan je kindertijd. Ouders zijn de grote ‘veiligmakers’, die niet horen te straffen.

Boos worden is wat anders dan straffen. Boosheid is een schone vorm van contact, een emotie die je uitwisselt. Je voedt een kind met empathie, het leert: wat ik doe, landt daar ergens in een hoofd. Een kind dat veel straf krijgt, ontwikkelt ook nog eens een verminderde gewetensfunctie, blijkt uit onderzoek.”

Socialisatie

“Leer een kind van jongs af aan de juiste weg, en het zal er niet van afwijken wanneer het oud geworden is.” (Spreuken 22:6)

“Dit is socialisatie, je leert de mores van het systeem. Tegelijk gaat deze tekst volgens mij uit van het kind als een onbeschreven blad, maar elk kind heeft al een natuurlijk toerental. Het gaat erom hoe je daar als ouders op reageert. De eerste tien jaar zijn daarbij van groot belang. Een man van 24 lijkt meer op het kind dat hij als 9-jarige was, dan op de puber van 14 die hij ook was. Je verkent het grote bos in je puberteit, maar 85 procent van alle mensen komt daarna weer terug naar het perceeltje van zijn ouders.

Ieder kind krijgt van zijn ouders een soort schoenendoosje mee met een erfenis, zogenoemde legaten. Een legaat dat ik meekreeg, was: ‘Gij zult sporten.’ Sport was in ons gezin heel belangrijk, met name tennis. Mijn zoons zijn weer meer van het voetballen. Zij veranderen dus hun legaat, maar het blijft om sport draaien.

Ik heb zonder overdrijven 200 Franse kerken vanbinnen gezien. Dat zegt toch genoeg?

Mijn vader kreeg van zijn ouders het rooms-katholieke geloof mee. Dat raakte hij op jonge leeftijd echter kwijt. Maar als je iets uit je schoenendoos gooit, wat hij dus deed, blijft dat ook een thema. Dat geldt zeker voor zoiets groots wat generaties lang is doorgegeven. Ik heb zonder overdrijven wel tweehonderd Franse kerken vanbinnen gezien. Dat zegt toch genoeg? Niets doortrekt zo alle levensgebieden als dat wat je van je ouders meekrijgt, zelfs als je besluit dat je er niets meer mee te maken wilt hebben.”

Wie is Steven Pont?

  • Geboren in 1962 te Amsterdam.
  • Ging na de havo studeren aan de pedagogische academie.
  • Studeerde vervolgens ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit van Amsterdam.
  • Werkte in Calcutta met straatkinderen en in een van de ziekenhuizen van Moeder Teresa.
  • Bij terugkomst in Nederland ging hij als pedagogisch medewerker aan de slag op een behandelgroep voor uit huis geplaatste jongeren.
  • Werkte tot 1998 binnen de jeugdhulpverlening, en gaf leiding aan drie behandeltehuizen.
  • Schreef diverse (ontwikkelings)psychologische boeken, onder meer Alle liefde is economie en Mensenkinderen.
  • Is werkzaam als ontwikkelingspsycholoog, mediator en systeemtherapeut.
  • Was in het voorjaar van 2018 te zien als opvoedcoach in het EO-programma De Opvoeders.

Vrijheid en verantwoordelijkheid

“Wie zijn zoon de stok onthoudt, haat hem, wie hem liefheeft, tuchtigt hem.” (Spreuken 13:24)

“Slaan is onmacht. Straf vooral, maar denk niet dat je dan aan het opvoeden bent. Je bent namelijk aan het africhten. Bij een hond werkt dat, want die heeft geen zelfbewustzijn. Dat wil je bij kinderen juist wel stimuleren.

Wij hebben in Nederland een bepaald opvoedideaal: je wilt dat je dochter doet wat jij zegt, maar ook dat ze met alle problemen bij jou aanklopt. Stel, je dochter heeft voor het eerst gezoend. Ze vertelt het tegen je en jij denkt: dat gaan we niet doen! Dat is ingewikkeld. Als je dat namelijk tegen haar zegt, zal ze het nog wel doen, maar niet meer tegen jou zeggen.

Mijn opvoedstijl is ferm. Niet streng, niet antiautoritair. Je weet wat je aan me hebt. Toen mijn jongens nog op de basisschool zaten, was de regel: ‘Tot half zes ’s avonds raken we geen schermen aan.’ Maar ook: ‘Voor sport en spel is altijd geld.’ Er waren altijd andere kinderen bij ons over de vloer en in de hal lagen soms wel twaalf voetballen.

Straf vooral, maar denk niet dat je dan aan het opvoeden bent

Zelfstandigheid vind ik ook belangrijk. Ben je 6 of 7 jaar oud? Dan smeer je je eigen brood. En ik zal nooit vragen of ze aan hun huiswerk moeten. Dat is hun ding en als ik daarnaar zou vragen, zou het van mij worden. Ik ben wel beschikbaar voor ondersteuning. Dat is wat de Duiters da sein noemen. Nu de jongens ouder worden, gaat dat steeds meer naar behoefte. Ze hebben recht op een eigen, afgeschermd leven, maar ik hoop wel dat we in verbinding blijven. Om dat te bereiken kun je beter vragen of ze nog gelachen hebben op school dan simpelweg: ‘Hoe was het vandaag?’

Vrijheid en verantwoordelijkheid in de opvoeding horen bij elkaar, het zijn volle neven. Toon je als kind veel verantwoordelijkheid, dan betaalt zich dat terug in vrijheid.”

Betrek kinderen bij je conflict

“Maak uw kinderen niet verbitterd, maar vorm en vermaan hen bij het opvoeden zoals de Heer dat wil.” (Efeziërs 6:4)

“Daar ben ik het hartgrondig mee eens. Ik moet meteen denken aan kinderen die verbitterd raken door een echtscheiding. Ze zitten zogezegd op de eerste rij bij het toneelstuk waarin hun ouders hun sores uitvechten, en concluderen daaruit dat het aangaan van een relatie niet loont. Tijdens hun socialisatie leren deze kinderen dat het beter is om te vertrekken, terwijl je juist in een relatie kunt laten zien dat het doorstaan van conflicten of crises een sterk fundament legt.

Betrek kinderen erbij, zowel bij het conflict – ik bedoel niet de ruzie, maar het onderzoek, het ontdekken van wat de ander drijft – als bij de afwikkeling. Dan zeg je met een gekke kop: ‘Tja, papa vindt eigenlijk wel dat mama gelijk heeft en dat we nog maar twee keer in de week vlees moeten eten, maar ik vind vlees zo lekker.’ Pomp er een beetje lucht en humor in en laat zien dat een conflict niet altijd tot ruzie hoeft te leiden.”

Geef toe

“Zijn moeder zei tegen Hem: ‘Kind, wat heb Je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar Je gezocht.’” (Lucas 2:48)

“Maria wil aangesloten blijven bij haar Kind. Jezus hoeft als jongen van 12 geen toestemming meer te vragen. De tijd van ‘Mag Ik naar de tempel?’ is voorbij, maar ze laat in haar verwijt wel zien dat ze verbonden is met Jezus. Wij zouden hetzelfde gezegd hebben.

Achteraf kan Maria misschien hebben ingezien dat ze fout zat. Ik zeg ook weleens tegen mijn jongens dat ik te snel ben geweest of dat ik boos werd terwijl ik nog niet alles wist. Dan geef ik toe dat ik dat niet goed heb gedaan.”

Wees mild

“Laat de kinderen bij Me komen, houd ze niet tegen, want het Koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij.” (Marcus 10:14)

“Het Koninkrijk van God gaat over goed en kwaad. Maar wat ideaal is voor de een, is niet ideaal voor de ander. Als ik een brood steel voor mijn hongerige kind, doe ik zowel goed als kwaad. Ik vind de vraag naar goed en kwaad dus verkeerd. In mijn ideale wereld gaat het om empathie, om mildheid. Als we weten van elkaars wordingsgeschiedenis, kunnen we pas echt begrijpen waarom ik A zeg en jij B. Een dader, bijvoorbeeld van kindermishandeling, is nooit alleen maar een dader, maar vaak ook dader-slachtoffer. Dat bedoel ik niet vergoelijkend, maar een jongetje van 3 jaar dat in zijn luier op het balkon wordt gezet, doet dertig jaar later hetzelfde met zijn zoontje.

We kunnen elkaar veroordelen of mild zijn. Dat is de keuze. Ook als mild zijn pijn doet. Eigenlijk gaat het dan pas echt tellen. Dat is volgens mij wat Jezus bedoelt met ‘Heb uw vijanden lief’, dat is pure pijn.

Hechting, empathie, dat is de brug naar de ander. Het gaat mis als je karikaturen van elkaar maakt, als je woorden als ‘altijd’ en ‘nooit’ gebruikt. Dan kijk je niet meer in elkaars winkeltje, maar stop je bij de etalage.”

Deugen

“Voor de schuld van de ouders laat Ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze Mij haten; maar als ze Mij liefhebben en doen wat Ik gebied, bewijs Ik hun Mijn liefde tot in het duizendste geslacht.” (Deuteronomium 5:9-10)

“Dat vind ik hardvochtig. Deze tekst is voor mij typisch het product van een collectieve maatschappij, een samenleving die draait om de gemeenschap. In onze samenleving zijn we geïndividualiseerd en daarom kunnen we dit niet goed meer begrijpen.

Ik moet denken aan een Iraanse jongen met wie ik eens sprak. De Iraanse cultuur is duidelijk nog een collectieve. De vader van deze jongen had zijn vrouw vermoord, omdat ze verdacht werd van overspel. Die jongen zei tegen mij: ‘Jij weet niet wat eer is.’ Ik moest hem gelijk geven. Ik kan zo empathisch mogelijk zijn, maar daadwerkelijk voelen wat eer is ten opzichte van het collectief, is iets heel anders.

Dat betekent niet dat mijn omgeving geen invloed op mij heeft. Ik ben ook op een bepaalde manier door mijn ouders gesocialiseerd. Sport, onderwijs, integriteit, het zijn allemaal waarden die mijn ouders hooghielden. Deugen, dat is echt zo’n woord voor mijn ouders. Doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Verantwoording kunnen afleggen voor wat je doet. Ieder mens heeft zijn zwarte randjes van strategie en politiek, dat weten we. Maar als die zwarte randjes te veel ruimte gaan innemen, als je je bijvoorbeeld alleen nog maar strategisch opstelt, vergiftigt het randje je persoonlijkheid. Dan deug je niet meer.”

Beeld: Jelte en Eljee Bergwerff

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons