Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--arrow-down Icon--chevron-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Hoe Pasen begon

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Vandaag is het Eerste Paasdag. Het is niet zomaar Pasen in ons leven. Er moet soms veel gebeuren om tot dat geloof en die overtuiging te komen. Het druist in tegen al onze ervaringen. Zo was het al vanaf het begin.

Het Bijbelrooster in het EO-magazine Visie behandelt vandaag en de komende dagen Johannes 20 en 21. In deze hoofdstukken kunt u lezen hoe het Pasen is geworden voor Johannes en de anderen. Hoe groot de ontreddering en verwarring was bij de volgelingen van Jezus bij de eerste berichten. Maar ook hoe het geloof in de waarheid van Pasen werd geboren. Dankzij Jezus Zelf. Alle vier evangeliën vertellen over de opstanding. Dat is opvallend. Want niet alle evangeliën vertellen over de geboorte van de Here Jezus. Hoe zit dat met het verhaal van Pasen? De evangelisten schrijven er alle vier over. Dat onderstreept hoe belangrijk ze het vonden om te vertellen hoe het allemaal gegaan is. Over de spanningen en de schrik die ze die ochtend ervoeren en over het feest aan het einde van de dag. Ze doen dat natuurlijk allemaal op hun eigen manier. Bovendien is het evangelie van Johannes weer heel anders. Johannes schrijft over zichzelf. Ook al noemt hij zijn eigen naam niet. Ik denk dat ik mijn verhaal in twee delen ga knippen. Vandaag ga ik een samenvatting geven, waarbij ik gegevens uit alle evangeliën gebruik. De komende twee zondagen zal ik vertellen hoe Jezus Zelf stap voor stap Zijn discipelen tot dat geloof bracht. De evangelisten geven een eerlijk verslag. Eerlijk, omdat ze openhartig vertellen dat de volgelingen totaal in de war waren en heel bang. De evangelisten schrijven dat zelfs de eerste getuigen van de opstanding het aanvankelijk niet konden geloven en ook niet geloofd werden (Johannes 20:14, Marcus 16:8, Lucas 24:11).

Wat is er gebeurd?

Ik begin bij Matteüs. Hij vertelt wat er allemaal gebeurde op de dag na de sabbat. De vrouwen hadden op vrijdag hun verdrietige werk, de verzorging van Jezus’ lichaam, niet kunnen afmaken. Op de sabbat konden ze niets doen. Dus vertrokken ze de dag erna in alle vroegte naar de graftombe. Het was heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang (Marcus 16:2). Ze waren met een groepje vrouwen. Matteüs noemt er twee: Maria uit Magdala en Maria, de moeder van Jakobus. Maar als je de gegevens van de andere evangelisten erbij pakt, moeten het er meer zijn geweest. Marcus vertelt over Salomé en Lucas schrijft over enkele andere vrouwen die hen vergezelden (Lucas 24:10). Het is daarom goed denkbaar dat al die vrouwen ook aanwezig waren bij de graflegging op vrijdag. Samen gingen ze op weg. Mensen in diepe rouw. Blijkbaar wisten ze nog niets van de Joodse grafwacht en de verzegeling van de steen. Wat die zware steen betreft: Wellicht hadden ze erop gerekend dat er wel een man in de buurt zou zijn, bijvoorbeeld de hovenier (Johannes 20:15). Onderweg realiseerden ze zich dat het daarvoor nog veel te vroeg was. Toch liepen ze door. Terwijl ze onderweg waren, vond er een aardbeving plaats. Tijdens die aardbeving komt er een engel uit de hemel naar beneden. Hij rolt de steen van het graf weg en gaat erop zitten. Zijn uiterlijk was als de bliksem, zijn kleding zo wit als sneeuw. Matteüs moet later gehoord hebben dat de bewakers doodsbang waren en ervandoor zijn gegaan. Ze zijn er tenminste niet meer, wanneer de vrouwen aankomen. De vrouwen waren er vrijdag al geweest en lopen de graftombe in. Maar eenmaal binnen merken ze dat de grafkamer open is. Ze kijken rond in de halfdonkere ruimte en ontdekken dat het lijk weg is. Ik dacht altijd dat het allemaal vóór het graf plaatsvond, maar Matteüs en Marcus spreken uitdrukkelijk over het binnengaan en het uitgaan van het graf (Marcus 16:5 en Matteüs 28:8). Het was natuurlijk ook niet zo’n graf als wij kennen. Wij zouden het een graftombe noemen. Rijke families hebben er soms een. Er kunnen meerdere mensen in worden bijgezet.

Oogverblindend verschijnsel

Het lijkt erop dat de vrouwen direct bij binnenkomst rechts een jongeman hebben zien zitten. Dat schrijft Marcus in ieder geval. Toch geeft het verslag van Marcus het gevoel dat de vrouwen eerst hebben gezocht naar het lichaam. De jongeman zegt namelijk: ‘U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is’ (Marcus 16:6). Matteüs vertelt over een engel, die de vrouwen zagen zitten. Dat zal dezelfde engel geweest zijn. Waarschijnlijk is de engel gaan staan, toen hij tegen de vrouwen sprak. Het wordt wat ingewikkelder, wanneer Lucas vertelt dat er niet één, maar twee engelen waren. Blijkbaar concentreren de andere evangelisten zich op de engel die het woord voerde. Maar juist die verschillen maken het paasverhaal nog echter, realistischer. Dr. J. van Bruggen zegt er het volgende over: ‘Het is echter de vraag of zelfs de vrouwen achteraf allemaal hebben geweten wat er aan de hand was. Ze wisten wel wat ze gehoord hadden en gezien, maar heeft iedereen in dat overrompelend moment alles gezien en onderscheiden? Er waren minstens zes of zeven vrouwen in een heel kleine ruimte.’ Want wat gebeurde er in dat graf? Opeens was er een oogverblindend verschijnsel. De vrouwen moeten enorm geschrokken zijn. Sommigen vielen van angst op de grond en durfden nauwelijks op te kijken. Maar daar klonk een stem van een engel. Zoiets gebeurt ook niet dagelijks. Een engel die spreekt. Hoe zal dat geklonken hebben? Sprak de engel in hun eigen taal? ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.’” De vrouwen veranderen niet in een aanbiddend groepje. Marcus vertelt: ‘Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik’ (Marcus 16:6-8). Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden. Natuurlijk hebben ze het wel aan de leerlingen verteld. Denk maar aan Maria, over wie we in het evangelie van Johannes lezen. Ze was totaal ontredderd, maar ging wel de huizen langs, waar de discipelen zich schuilhielden.

Petrus, Johannes en Maria

Matteüs vermeldt dat de vrouwen heel snel de begraafplaats verlieten. Ze waren allemaal verschrikkelijk geschrokken en compleet in de war. De een geloofde, de ander niet. Ze haastten zich naar de stad. Dit moesten de discipelen weten! Johannes vertelt het verhaal van Maria Magdalena apart. Hoe zij na het bezoek aan het graf en de ontmoeting met de engel ook helemaal in de war was. Hij herinnert zich nog levendig dat ze bij hun huis aankwam, hoe ze schreeuwde: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben’ (Johannes 20:2). Ze was duidelijk nog niet overtuigd van de boodschap van de engel. Wie was Maria van Magdala?

Maria was afkomstig uit Migdal, gelegen aan de westoever van het meer van Galilea. Zij behoorde tot een groep vrouwen, die Jezus vanaf Zijn tocht door Galilea hadden gevolgd. Ze had haar hele leven aan Jezus toegewijd, nadat zij door Zijn toedoen bevrijd was uit de greep van zeven demonen (Lucas 8:2). Maria van Magdala was ook bij de kruisiging en de graflegging geweest. Op de dag van Pasen was ze er natuurlijk ook weer bij. Johannes vertelt hoe hij daarna het huis is uitgerend. Later blijkt dat ook Petrus onderweg was. Maar Johannes kwam als eerste op de begraafplaats aan. Wat ziet hij daar? Hij ziet in het schemerduister dat de grafdoeken er nog liggen. Maar hij loopt niet verder naar binnen. Dan arriveert Petrus. Hij gaat wel naar binnen. Zorgvuldiger dan zijn vriend neemt hij de situatie in ogenschouw. Hij doet een belangrijke ontdekking. Het linnen verband om het lichaam lag nog steeds in dezelfde positie als bij de graflegging. Maar de doek, waarmee het hele hoofd volgens de gewoonte was omwikkeld, was verplaatst. Die blijkt opgerold te zijn en is keurig neergelegd in een hoek. Petrus weet niet wat hij ziet. Het dodenmasker is afgelegd!

Op dat moment komt ook Johannes naar binnen. Hij ziet het ook allemaal en schijft dat hij toen echt geloofde dat Jezus niet dood was, maar leefde. Hoe Petrus verder reageerde, vermeldt Johannes niet. Hij schrijft alleen over het moment dat het voor hem echt Pasen werd.

Ondertussen zwerft Maria door de graftuin. Ze is blijkbaar achter de discipelen aangelopen en opnieuw onderweg naar het graf. Uit alles blijkt dat ze nog totaal van de wijs is. Ze is nog altijd in heftige tweestrijd. Ze kan het bericht van de engel niet geloven.

Dan is daar opeens die man… De tuinman, dacht ze… Maar het is Jezus!

Zij is de eerste, aan wie Hij verschijnt…

Volgende keer meer daarover.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons