Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Gods geheimenis

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Ik vind het elke keer weer een feest om u welkom te heten bij onze rubriek De Bijbel Open. Samen de Bijbel bestuderen is ons doel. Samen proberen te begrijpen wat de boodschap van de Bijbel is. We willen dat doen voor en met iedereen. Dat is niet altijd gemakkelijk. Je kunt het wel eenvoudig zeggen, maar niet altijd eenvoudig maken. De studie van deze keer is daar een voorbeeld van.

Maar het is wel heel interessant!
Vorige keer hebben we een begin gemaakt met Romeinen 11. Dat is een heel boeiend en veel besproken hoofdstuk uit de Bijbel. Dit hoofdstuk gaat met name over de positie van het volk Israël. Ik heb u vorige keer verteld dat de Bijbel, bij monde van de apostel Paulus, zegt dat de HERE Zijn volk nooit heeft afgeschreven en ook nooit zal afschrijven. Ook al hebben zij Jezus Christus niet aanvaard als de beloofde Messias, God blijft altijd trouw aan Zijn Woord. Ik heb in die uitzending het voorbeeld uitgelegd dat Paulus gebruikt: Het mooie beeld van Israël als een eeuwenoude olijfboom. Het is een boom die de eeuwen heeft doorstaan. Een boom, waarmee heel veel bijzondere dingen gebeurd zijn. Een boom, die heel veel stormen heeft doorstaan. Er zijn heel wat takken afgebroken. Het is ook een boom, die vaak door God gesnoeid is. Maar Paulus zegt: Er zijn takken afgesneden, maar God heeft ook nieuwe takken geënt. Paulus heeft dat in zijn zendingswerk mogen meemaken. Heidenen werden christen. Heidenen gingen behoren tot Gods volk. Om het met het beeld van die boom te zeggen: Wilde takken, die niet tot de oorspronkelijke boom behoorden, werden tussen de overgebleven takken geënt. Het was natuurlijk fantastisch voor de zendeling Paulus om dat te mogen meemaken. Dat was zijn missie. Maar het had wel een verdrietige achtergrond. De heidenen kwamen dan wel tot geloof in de Messias, maar de Joden verwierpen de Messias.

De synagoge uitgegooid

Het deed hem verschrikkelijk veel verdriet: ‘Ik ben kapot van verdriet over mijn eigen volk, de Joden. Echt, ik meen het, de heilige Geest weet dat het waar is. Ik ben ziek van verdriet. Ik zou willen dat ik mijn volk, mijn eigen mensen, kon helpen. God zou mij mogen straffen en bij Christus weghalen, als ik mijn volk daarmee het geloof kon geven’ (Romeinen 9:1-3 BGT). Overal waar Paulus kwam, vertelde hij het evangelie van Jezus Christus daarom altijd eerst in de synagoge. Meestal eindigde dat in afwijzing en soms zelfs in tumult en mishandeling. Soms werd hij letterlijk de synagoge uitgegooid. Dan ging hij naar het plaatselijke marktplein om de bevolking aan te spreken. Niet iedereen kwam tot bekering. Maar in vele plaatsen mocht Paulus een gemeente stichten. Was de genadetijd voor de Joden voorbij? Of zouden er ooit andere tijden komen? Tijden, waarin de Joden wel zouden aanvaarden dat Jezus de Messias is? Ja, zeggen nogal wat christenen. Want dat staat juist in Romeinen 11:26: ‘En zo zal heel Israël zalig worden’. Heeft Paulus dat bedoeld? Dat er ooit andere tijden zouden komen? Een tijd van massale bekering van de Joden? Is dat het? Of lezen we dan in de tekst iets wat er niet staat?

Dan zal heel Israël worden gered’

Niet iedereen hoort erbij

De meningen verschillen. Dat blijkt al uit de Nederlandse Bijbelvertalingen. In de Statenvertaling staat: ‘En zo zal heel Israël zalig worden’. Maar in de NBV staat: ‘Dan zal heel Israël worden gered’.

Dat is nogal een verschil. Het gebruik van het woordje ‘zo’ geeft een methode, een weg aan. De vertaling ‘Dan zal heel Israël worden gered’, is meer een tijdsbepaling. Ik kies voor de Statenvertaling. Daar staat: ‘En zo zal heel Israël zalig worden’. Omdat die vertaling volgens mij heel goed past bij wat Paulus in de verzen daarvóór heeft geschreven. Paulus was verdrietig, maar had ook inzicht gekregen in Gods plan. Waarom kwam hij in elke stad bij de heidenen terecht? Omdat zijn volksgenoten het evangelie afwezen. Paulus heeft geleerd dat God nu de niet-Joodse christenen zal gaan gebruiken om zijn volksgenoten jaloers te maken. Vele Joden zijn afgebroken takken, maar God is bij machte hen opnieuw te enten. ‘God heeft de macht om takken van een wilde struik aan de olijfboom te zetten. En dus heeft Hij zeker de macht om afgebroken takken weer aan hun eigen boom te zetten!’ (Romeinen 11:24 BGT). Het evangelie ging in Paulus’ tijd van de Joden naar de heidenen. Maar ook andersom. Mensen die vroeger heidenen waren, zullen zich wenden tot de Joden. Er zullen machtige dingen gebeuren. Niet alleen heidenen, maar ook Joden zullen tot geloof komen. Dat moeten zijn lezers weten. Hun redding is een onderdeel van Gods grote plan. De redding van Israël en de redding van de wereld. In het hoofdstuk staat dat ‘gans Israël’ behouden zal worden en dat de ‘volheid der heidenen’ ooit zal aanbreken. Maar vergis u niet: ‘gans Israël’ heeft helaas geen betrekking op alle Israëlieten en de ‘volheid der heidenen’ ook niet op alle heidenen. Hier wordt het volk Israël in zijn totaliteit bedoeld. De betekenis van ‘volheid der heidenen’ loopt daar parallel aan: de kerk die tot volheid is gekomen. Maar nogmaals, niet iedereen hoort daarbij. Helaas…

Ik mag twijfelen

Paulus schrijft ook: ‘Zo zien we hoe God werkt: hij is goed en streng tegelijk. God is streng voor de Joden die niet geloven. Ze horen niet meer bij zijn volk. En God is goed voor jullie, niet-Joden. Want jullie mogen er nu wel bij horen. Maar blijf alleen op God vertrouwen, vertrouw niet op jezelf. Want anders mag je niet langer bij Gods volk horen’ (Romeinen 11:22 BGT). Verschil van inzicht blijft. De christelijke uitleggers verschillen vooral van mening over het antwoord op de vraag: Zal het behoud van ‘gans Israël’ plaatsvinden na het bereiken van de ‘volheid der heidenen’ of gelijktijdig? Dus niet na elkaar, maar naast elkaar? Ik twijfel. Ook in de afgelopen eeuwen zijn Joden immers gaan aanvaarden dat Jezus de Messias is. Dat is waar, zeggen anderen, maar het zal ooit massaal gebeuren. Maar staat dat er letterlijk? Voorstanders wijzen op de gebeurtenissen in de vorige eeuw. Er is tegen alle verwachtingen in een staat gekomen. Maar een nationaal herstel bracht nog geen geestelijk herstel. De nieuwere Bijbelvertalingen kiezen voor de tijdsaanduiding. De vertaling van Het Boek luidt: ‘Voorlopig moet een deel van de Israëlieten niets van Jezus Christus hebben. En dat duurt tot de grote massa uit de andere volken in Gods koninkrijk is ingegaan’.

In de NBV staat: ‘Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam, en dat alleen tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden. Dan zal heel Israël worden gered’ (Romeinen 11:25,26). Ik sta er wat neutraal in. Ik vind het geweldig, als dat zal gebeuren. Maar tegelijkertijd wil ik oog hebben voor wat God sinds Pinksteren heeft gedaan. Vergeet niet: Op die ene dag kwamen al 3.000 Joden tot geloof. Ik heb het gevoel dat ik mag twijfelen. Dat we niet precies kunnen doorzien wat Gods plan is. Ik word daarin gesterkt, omdat Paulus spreekt over een geheimenis.

De weg die God met Zijn volk gaat, is een geheimenis

Geheimenis is een woord dat nauwelijks nog in onze spreektaal voorkomt. Maar verwar het woord ‘geheimenis’ niet met het woord ‘geheim’. Geheimen bestaan. Een geheim is iets wat niet iedereen weet. Maar als een geheim verklapt wordt, is het geheim direct daarna geen geheim meer. Met ‘geheimenissen’ ligt dat anders. Het accent ligt niet zozeer op het niet weten, maar op het niet begrijpen. Een geheimenis kun je niet goed verklaren. Een geheimenis blijft ondoorgrondelijk. Het is grappig dat we tegenwoordig het woord ‘mysterie’ daarvoor gebruiken, dus gewoon weer het Griekse woord. De Nieuwe Bijbelvertaling heeft gekozen voor het woord ‘goddelijk geheim’. Er bestaan mysteries die God kent. Hij kent het geheim ervan, maar wij mensen niet. De weg die God met Zijn volk gaat, is een geheimenis. We begrijpen er iets van. Misschien wel steeds een beetje meer, maar niet alles. Het blijft een geheimenis. Het is opmerkelijk dat Paulus blijft spreken over een geheimenis, ook al legt hij het een en ander uit. Die woordkeuze is niet zonder betekenis. Ook nadat dit ‘mysterion’ geopenbaard is, blijft er in het werk van God iets onnaspeurlijks, iets wat niet na te rekenen is. Ten diepste kun je figuurlijk alleen maar buigen voor zo’n goddelijk geheim, zo’n geheimenis, zo’n mysterie. Je kunt God verheerlijken om Zijn oneindige wijsheid. Dat doet Paulus dan ook aan het einde van dit hoofdstuk. Hij lijkt alles te weten, maar dat is niet zo. Hij verheerlijkt Gods onuitputtelijke wijsheid. Lees maar. ‘Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. ‘Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman? Wie heeft hem iets gegeven dat door hem moest worden terugbetaald?’ Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.’

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons