Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

‘Naar de hemel? Houd je dan niet van mij?’

Jacqueline verloor haar man aan kanker

Er zaten precies zes weken tussen de dag waarop Stephan hoorde dat hij kanker had en de dag waarop hij stierf. Hij wilde naar de hemel. Onbegrijpelijk, vond Jacqueline Koops (48). Waarom vocht hij niet?

“Nadat ik op mijn 30e tot geloof gekomen was, dacht ik: het leven met God is fantastisch, maar ik wil ook een man om het mee te delen. Dus toen heb ik gebeden: ‘Heer, ik wil graag een man die net zo veel van U houdt als ik.’

Nu moet ik vast lang wachten, dacht ik daarna. Maar vijf dagen later ontmoette ik Stephan op de tennisbaan. Ik vertelde hem dat ik advocaat was. Hij vertelde over zijn baan als psycholoog. Terwijl hij aan het praten was, zag ik in de lucht van die neonpijlen boven zijn hoofd. En in mijn hoofd hoorde ik kermisbellen rinkelen. Ik had mijn man ontmoet.

Negen maanden later – het was toen 2001 – trouwden we. Dat was snel, maar het voelde goed. Ik was de vrouw voor hem, en hij was de man voor mij. Het duurde bijna tien jaar voordat we ons eerste kindje kregen. We doorliepen verschillende medische trajecten. Een week voor mijn 41e verjaardag werd Jesse (7) geboren, en twee jaar later kregen we Emmelie (4). Twee wonderen van God.

Buikpijn

Stephan was een zachte, gelovige man vol genade. Hij was behulpzaam, en geïnteresseerd in mensen. Als psycholoog keek hij dwars door je heen. Hij had veel humor. Tegelijk was het leven best zwaar voor hem. Hij had reuma en daardoor deden zijn voeten, handen, kaken, en allerlei andere gewrichten zeer. Hij kon bijvoorbeeld niet meer golfen. En hij ging altijd vroeg naar bed, omdat hij zo moe was.

Ondanks dat waren we best een gelukkig gezin. Het eerste teken dat er iets flink mis was, kwam op een vrijdagavond in augustus 2016. Steef kreeg ’s nachts ontzettende buikpijn. Terwijl ik lag te slapen, besloot hij in zijn eentje naar de spoedeisende hulp te rijden. Daar werd hij terug naar huis gestuurd. Ze konden niets voor hem doen.

Blindedarmontsteking

Dat weekend heeft hij liggend op bed doorgebracht. Tot hij op zondagmiddag zei: ‘Ik vertrouw het niet, ik ga terug naar het ziekenhuis.’ Dit keer zagen ze wel dat het niet goed was, en hebben ze hem onderzocht. Stephan bleek al vanaf die vrijdagavond een gesprongen blindedarmontsteking te hebben. Hij moest met spoed geopereerd worden.

“Voor het eerst in ons huwelijk kregen we dikke ruzie”

Na tien dagen in het ziekenhuis kwam Stephan vermoeid en verzwakt thuis. Logisch, vonden we, na zulke zware ingrepen. Half september gingen we voor zijn verjaardag drie nachten naar Rome, zonder kinderen. Hij kon niet veel lopen, dus we trokken van terrasje naar terrasje. We waren weer helemaal verliefd op elkaar; het waren heerlijke dagen.
Maar in de maanden die volgden, bleef Steef moe. Voor het eerst in ons huwelijk kregen we dikke ruzie. Emmelie zat halve dagen op de dagopvang, en hij wilde dat ze er de hele dag naartoe zou gaan. Daar was ik het totaal niet mee eens. Ik vond dat het wel meeviel met hoe zwaar het allemaal was. Maar hij zei: ‘Jij weet niet hoe ik me voel. Ik ben zo moe.’

Rare diagnose

Het werd januari 2017. Stephan bleef moe en gaf veel over, dus hij ging weer naar de spoedeisende hulp. Daar werd hij opnieuw weggestuurd. In de weken daarop ging het soms een paar dagen goed met Steef. Maar zodra hij begon te eten, moest hij overgeven. Na drie weken kwam hij voor de vierde keer op de spoedeisende hulp. En toen zei hij: ‘Jullie moeten een scan van mij maken. Eerder ga ik niet naar huis.’ Op de scan zagen ze een galsteen in de galblaas zitten. Dat vonden wij een rare diagnose. Veroorzaakt een galsteen dan het overgeven? We konden het bijna niet geloven.
Wat het dan wel kon zijn, wisten wij natuurlijk ook niet. Dus we besloten toch die galblaas te laten verwijderen.
De volgende dag kon Stephan al onder het mes. Rond vijf uur ging de telefoon. Het was Steef. Hij zei: ‘Het is niet goed. Ze hebben overal vlekjes gevonden. Het zit in mijn hele buik.’ Ik ging staan, en riep: ‘Wat heb je dan?’ Wanhopig was ik. De volgende dag zouden ze tests doen, maar de artsen hadden een ernstig vermoeden van kanker, zoals ze dat noemen. Het kon ook nog een bacterie, tbc of iets anders zijn. ‘Natuurlijk is dat het,’ zei ik. ‘Je hebt toch geen kanker?’

“Al die maanden dat Stephan zo moe was, had hij kanker”

Ongeliefd

Twee dagen later kregen we de definitieve uitslag. De tumorcellen zaten overal. De patholoog-anatoom had de verwijderde blindedarm nog uit de la getrokken, en ook daar zaten kankercellen op. In augustus hadden ze die gemist. Al die maanden dat Stephan zo moe was, had hij kanker.

Ik kon het niet bevatten. Maar Stephan wel. Hij was klaar. ‘Ik ga naar de hemel,’ zei hij tegen me. Dat vond ik onbegrijpelijk. Ik wilde dat hij zou vechten! Ik wilde kijken wat er medisch gezien nog mogelijk was, ik wilde gebedsgenezing, ik wilde dat hij er alles aan zou doen om te genezen.

Een paar uur lang voelde ik me ontzettend ongeliefd. Houd je dan niet van mij? Laat je me dan zo makkelijk zitten? Tot ik naar de kinderen keek. Onze twee prachtige, lieve kinderen. Toen dacht ik: als je daar niet voor wilt leven, wil je voor mij ook niet leven. Dan begrijp ik dat de pijn te erg is. Ik moest wel met hem meegaan in dat verlangen naar de hemel, hoe moeilijk dat ook was.

Oppepper

Vanuit het ziekenhuis is Stephan gelijk naar een hospice gegaan om te sterven. De oncoloog gaf hem twee tot zes weken. Na een paar weken van afscheid nemen, was de week aangebroken waarin hij zou gaan overlijden. Ik zag het gebeuren. Hij kon zijn armen niet meer optillen, hij kon alleen nog maar fluisteren en hij had al een doodsmasker.

De arts in het hospice stelde voor dat Stephan ritalin zou slikken. Van dit medicijn zou hij een oppepper krijgen, waardoor we meer tijd kregen om afscheid te nemen. De volgende ochtend kreeg hij zijn eerste dosis, en vanaf dat moment zat hij al in zijn stoel te praten. Hij kon ook weer bewegen! Stephan voelde wat ik normaal gesproken had: hoera, een nieuwe dag! Dankzij de ritalin voelde hij voor het eerst hoe het was om zoveel levensvreugde te hebben.

Laatste adem

Het waren tien gezellige dagen. Op de laatste avond hebben we zelfs nog pizza laten bezorgen. Maar op de elfde dag was het foute boel. Ritalin is een oppepper, geen geneesmiddel. Op de achtergrond raasde de ziekte door, en nu was er écht niets meer aan te doen. Uiteindelijk namen we voor de laatste keer afscheid van elkaar. Daarna kreeg hij slaapmedicatie. Op zondagochtend blies hij zijn laatste adem uit. Hij was 55 jaar.

“De zon schijnt. Ik zit in het gras. Het is maart 2017 en mijn man is overleden. Wat nu?”

Nadat de kinderen afscheid hadden genomen van hun papa, ben ik naar huis gegaan. Een hele poos heb ik in de speeltuin voor ons huis gezeten. De zon scheen, ik zat in het gras. Het was 12 maart 2017 en mijn man was overleden. Wat nu? Het was heel onwerkelijk.

Vreugde en verdriet

Mijn leven is na die dag totaal anders geworden. Ik kan verlangen naar de hemel, maar ik wil ook graag leven. Soms voelt het alsof ik met één been in de hemel leef, en met het andere hier op aarde sta. Memento mori aan de ene kant, en carpe diem aan de andere.
Ik heb gezien dat het leven zomaar voorbij kan zijn. Binnen zes weken, in Steefs geval. Na zijn overlijden bleek ik opeens een bucketlist te hebben. Ik wilde graag nog naar New York, Jeruzalem en Thailand. Dus vorig jaar ben ik in mijn eentje een paar dagen naar New York geweest. Ik wil alles uit het leven halen wat erin zit. Dat heb ik ook tegen de kinderen gezegd: ook al gaat papa naar de hemel, wij gaan er een mooie tijd van maken.

Ik merk dat vreugde en verdriet naast elkaar kunnen bestaan. Steef is weg. Hem ben ik kwijt, en dat maakt me verdrietig. Maar ik ben ook onwijs gelukkig met mijn kinderen. Het mag er allebei zijn.

Troost

Nadat ik de kinderen had verteld dat papa doodging, zei Steef tegen mij: ‘Jacq, je moet niet zeggen dat ik doodga. Ik ga niet echt dood; ik ga naar het eeuwige leven.’ Dat heb ik toen ook tegen de kinderen gezegd: ‘Papa gaat naar de hemel. Daar is hij bij Jezus en daar leeft hij voor altijd. Als wij doodgaan, gaan we ook naar de hemel en dan zien we papa weer.’ Dat is niet zomaar een zinnetje dat ik tegen mijn kinderen zeg. De wetenschap dat Stephan in de hemel is, is mijn troost. Hij is op de plek waar hij wil zijn. Hij is bij God en hij heeft geen pijn meer. Nooit, echt nooit, ben ik boos geweest op God. Het gekke is dat mensen die God niet kennen, juist wel boos worden op Hem. Zij snappen het niet. Maar ik snap het eigenlijk wel. Het was een soort genade dat Stephan naar zijn Vader mocht gaan. Alleen wij missen ’m. Ontzettend. Maar ik wéét dat God zoiets heeft van: Ik zorg voor Jacqueline en de kinderen. Zijn liefde en vreugde houden me overeind.”

Jacqueline zit in de uitzending van Ik Mis Je op zaterdagavond 17 maart om 18.35 uur op NPO2. 

Beeld: Ruben Timman
 

Bovenstaand artikel is afkomstig uit de Visie-special STUK.
Dit jaar ontvangt elke Visie-lezer drie extra magazines cadeau. STUK is de eerste. Wilt u het tweede en derde magazine gratis ontvangen, word dan abonnee van Visie.

Geschreven door:

Femke Taale

Redacteur

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons