Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Kinderen vertellen Gods eer, Psalm 8

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Vandaag is het de derde lijdenszondag. Dit jaar wil ik op elke lijdenszondag een psalm bespreken. Want psalmen spelen in het leven van Jezus Christus een heel belangrijke rol. Met name in de lijdenstijd

In deze Bijbelstudie herinner ik u aan de gebeurtenissen bij de intocht in Jeruzalem. Jezus reed als koning Jeruzalem binnen. Hij zat op een ezelin en werd toegejuicht door een menigte mensen. Iedereen kon het zien. De mensen waren dolenthousiast. De hele stad was in rep en roer. De mensen rukten palmtakken van de bomen, zwaaiden ermee en riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!’ (Matteüs 21:9). ‘Hosanna’ betekent ‘alle eer aan God’. De hele bevolking was ervan onder de indruk. Niet alleen de volwassenen hadden meegedaan, maar vooral ook de kinderen van Jeruzalem. Ze hadden meegelopen, gejuicht en meegezongen. Daar bleef het niet bij. Ze gingen mee naar de tempel. Daar werd het helemaal indrukwekkend.

Wat een kermis

Jezus ging de tempel binnen. Daar zag Hij weer de mensen, die de voorhof van de tempel in de loop der jaren hadden veranderd in een marktplein. Het was immers heel handig voor de bezoekers van de tempel om daar bijvoorbeeld offerdieren te kopen, zoals duiven en ander vee. Alle dieren waren in perfecte conditie en voldeden helemaal aan de eisen van de rabbijnen. Ook geldwisselaars waren er aanwezig. Want Romeins geld werd in de tempel niet geaccepteerd. Maar juist die handel, dat lawaai, nota bene in de tempel, werd Jezus nu allemaal teveel. Wat een kermis. Hij joeg de handelaars en kopers weg. Gooide van alles om en riep met stemverheffing dat zij moesten maken dat ze wegkwamen. De tempel was een huis van gebed en geen rovershol. Er gebeurde nog veel meer. In het tempelcomplex zaten ook altijd blinden en verlamden te bedelen. Ze kwamen af op het tumult, zagen hun kans schoon, gingen naar Jezus, vroegen Hem om genezing en Hij genas hen.

Waar was de eerbied gebleven?

Het werd een dag om nooit te vergeten. Met name de kinderen vonden het prachtig. In de tempel begonnen ze steeds weer te zingen. Ze riepen het psalmvers dat ze op de hellingen van de Olijfberg van de grote mensen hadden gehoord: ‘Hosanna voor de Zoon van David!’ Bij iedere tafel die werd omgegooid, bij iedere lamme die weer kon dansen, zongen ze het opnieuw. Terwijl de volwassenen verbijsterd toekeken, klapten de kinderen in de handen: dit was mooi! Hosanna voor de Zoon van David! Het werd de schriftgeleerden allemaal teveel. Ze spraken Jezus erop aan. Dit kon toch niet. Juist nu was de chaos in de tempel compleet. Tafels lagen ondersteboven. Handelswaar lag verspreid over de grond. Gehandicapten stonden vooraan. Alsof de tempel een groot ziekenhuis was. En dan die kinderen. Hoorde Jezus die kinderen niet? Ze maakten er nog een spel van ook! Zij wisten absoluut niet wat hier gebeurde. Ze deden maar wat, riepen anderen maar na. Wilde Jezus soms echt beweren dat Hij de komende Koning uit het huis van David was? Wilde Hij echt zeggen dat Hij God Zelf was, die naar Zijn tempel was gekomen? Waar was de eerbied gebleven? Echte eerbied voor God? Toen haalde Jezus een psalm aan. Weer een psalm. Het waren deze keer woorden uit Psalm 8. Hadden de schriftgeleerden dan nooit gelezen: ‘Door de mond van kinderen en zuigelingen hebt u zich een loflied laten zingen’? Dat hadden de schriftgeleerden natuurlijk wel. Maar waar sloeg dit op? Dit had veel weg van blasfemie. Bedoelde Jezus nu echt dat die bekende woorden uit Psalm 8 op Hem sloegen? Dat de kinderen een loflied zongen voor Hem?

Dacht Jezus nu werkelijk dat Psalm 8 over Hem ging?

Kinderen roepen maar wat. Kinderen begrijpen niet waar het in het Koninkrijk van God om gaat. Kinderen zingen maar wat. Dacht Jezus nu werkelijk dat Psalm 8 over Hem ging? Nee, als je Psalm 8 voor het eerst leest, haal je dat er niet direct uit. Psalm 8 is een lofpsalm. Een psalm die gaat over de grootheid van JHWH. Een psalm van koning David. Een juweeltje. JHWH als de Schepper van al wat groot is, maar ook van het allerkleinste. JHWH, wiens naam je als het ware aan de hemel leest, wanneer je ’s nachts naar buiten loopt en de sterrenhemel bekijkt. Momenten, waarop je je als mens heel klein voelt. JHWH, wiens werk je overigens ook ontdekt als je bij een wieg staat, wanneer je een baby hoort huilen in de nacht. Natuurlijk kenden ze deze psalm! Maar dat had niets met Hem te maken. Met deze man die leed aan grootheidswaanzin. Die dingen durfde te zeggen alsof Hij God was. Psalm 8 gaat inderdaad in eerste instantie niet over Jezus, maar over Zijn Vader. En toch… Ik wil u iets vertellen over een Joodse rabbijn.

Karikatuur van God, of beeld van God?

Net als vele andere lezers van Psalm 8 heeft hij zich gebogen en verwonderd over Psalm 8. Nogmaals, het is een prachtige psalm. Maar tegelijkertijd zo onwerkelijk. Psalm 8 is zo mooi dat je haast geneigd bent om te denken aan een lied uit het paradijs. Is na de zondeval de wereld niet een chaos geworden? En de mens een bedreiging? Bijna goddelijk wordt de mens in deze psalm genoemd. Ja, zo was de mens geschapen, maar is de mens zo gebleven? Zijn wij het beeld van God niet kwijt? Zijn we niet eerder een karikatuur van God dan het beeld van God? De mens gooide na de zondeval zijn adeldom volkomen te grabbel. Hij kan de chaos die in de schepping is ontstaan, niet wegnemen. Ook de rabbijn zat daarmee. Totdat hij die zin las over de zuigelingen, de zwaksten op deze aarde. Met daarbij de raadselachtige toevoeging dat JHWH Zich door die zuigelingen macht opbouwt om Zijn vijanden te verslaan en hun verzet te breken. Want zo staat het in Psalm 8. Net even scherper dan in het citaat van Matteüs dat luidt: ‘Uit de mond der kinderen hebt Gij U lof toebereid’. Dit citaat is gebaseerd op de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament. Kennelijk ging het woord ‘sterkte’ voor de Septuagint te ver. Maar in het Hebreeuws staat er toch echt ‘macht’. Macht, die God ontleent aan de geboorte van elk kind. Toen kreeg de rabbijn deze gedachte. Hij schreef het volgende commentaar: ‘Ieder kind, dat geboren wordt, is een teken van de komst van de Messias’.

In deze psalm wordt dus verwezen naar een kind, naar het kind in de kribbe.

Wijsheid om stil van te worden. Dan denk ik weer aan die kinderen in Jeruzalem. Ze bleven teksten roepen, die zij zelf niet begrepen. Maar het waren teksten, waarover Jezus zei: ‘Die gaan over Mij’. In deze psalm wordt dus verwezen naar een kind, naar het kind in de kribbe. Dat geboren werd om de macht van de boze te wreken. De hele schepping, die zo prachtig begonnen was, zou aan de ondergang prijsgegeven zijn, als dat ene kind niet geboren was: Jezus Christus. Wie Psalm 8 leest, weet dat de wereld van nu daar lang niet altijd op lijkt. De sterren zijn niet altijd te zien. Grote steden hebben te lijden onder heftige smog. De vissen in de zee moeten beschermd worden. De paden van de zee, waar de vissen hun weg vinden, zijn ook moeilijk op te sporen. Op vele oceanen drijft een enorme plasticsoep. De wereld en het klimaat veranderen in razend tempo. En de mens? De mens is de grootste bedreiging. Voor heel de schepping. Voor zichzelf. De mens: bijna goddelijk? Verre van dat!

Psalm 8 gaf Jezus kracht

Maar het leven in die sombere, donkere wereld is altijd hetzelfde gebleven. Het gaat weliswaar met pijn gepaard. Maar elke dag worden er baby’s geboren. Wanneer zij hun eerste geluidjes laten horen, zijn niet alleen de ouders blij. Ook God is blij: ‘Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt U een sterk fundament gelegd’ (Psalm 8:3). Dat gaat nog altijd door. ‘Ieder kind, dat geboren wordt, is een teken van de komst van de Messias.’ Kinderen en zuigelingen vertellen Gods eer, terwijl kinderen en zuigelingen nauwelijks meetellen. Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke beschamen zou. De kinderen bleven zingen in die laatste week van Jezus’ leven. Juist hun lied gaf onze Heiland de kracht om door te gaan. Psalm 8 gaf Hem kracht. Daar stond immers: ‘Met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt U een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken’.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Lees ook

Gideon de dappere held

Gideon de dappere held

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Arie van der Veer

Kan een bange man toch een dappere held zijn?

Kan een bange man toch een dappere held zijn?

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Arie van der Veer

Gods Geest bedroeven

Gods Geest bedroeven

De Bijbel Open met dominee Arie van der Veer

Arie van der Veer

Annemarie wordt langzaam blind

‘Ik weet niet goed of mijn ziekte een doornenkroon of een lauwerkrans is’