Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

De doop van ex-imam Oumar Berete

Opgetild naar het licht

Letterlijk kotsmisselijk zat hij wekenlang in het pikdonkere ruim van een zeeschip, op zijn vlucht van Afrika naar Europa. Toen was Oumar Berete (56) nog een toegewijde moslim. Imam zelfs. Maar in 2013 liet hij zich uit volle overtuiging dopen, in de Amsterdamse Noorderkerk. “Al sinds ik de Koran begon te bestuderen, dacht ik: wie is Jezus toch?"

Vier weken lang zit Oumar weggedoken in zijn donkere schuilplek, diep in de buik van een immens containerschip. Zonder wc. Zonder licht. Zonder anderen om zich heen. Hij voelt zich hondsberoerd, moet eindeloos overgeven en heeft bloederige ontlasting.

Wegwezen

Als het schip eindelijk aanmeert, heeft Oumar dat niet eens in de gaten. Half versuft merkt hij wel dat de matroos aan wie hij in Afrika vijfhonderd dollar moest betalen, opeens weer voor hem staat. “Ben je hier nog steeds?” vraagt hij kwaad, bang om betrapt te worden door een collega. Hij sjort Oumar overeind en schreeuwt: “Wegwezen!” Met lood in zijn benen klautert Oumar langs steile trapjes naar boven. Knipperend tegen het daglicht en wankelend op zijn benen, zet hij in april 2012 voet aan wal in de haven van Rotterdam.

Iets te eten

Na de wekenlange duisternis moeten zijn ogen wennen aan het messcherpe zonlicht. Maar het belangrijkste is: Oumar leeft nog. Waar hij is? Hij heeft geen idee. In ieder geval niet meer in Afrika. Nederland? Daar heeft hij nog nooit van gehoord.

Zijn kurkdroge mond schreeuwt om water, en zijn holle maag om iets te eten. Hij begint lukraak te lopen, weg van het schip. Als Oumar eenmaal tramrails ziet, besluit hij die te volgen. Hopend iemand tegen te komen die hem kan helpen. Wie dan ook.

Vrijwel volledig vervaagd

Het is inmiddels zes jaar later. In zijn huurappartement in ’s-Hertogenbosch, verontschuldigt Oumar zich terwijl hij koffiezet. “Ik begrijp Nederlands,” zegt hij met een big smile, “maar uitspreken... dat is voor mij een beetje moeilijk.”

Telkens als de juiste woorden hem ontglippen, schakelt hij soepel over op het Engels. En soms strooit hij er wat woorden tussendoor in zijn moedertaal, het Frans. Oumar – geboren in 1961 – groeide op in een dorp in de voormalige Franse kolonie Guinee, West-Afrika. Zijn vader (die net
 als zijn opa en overgrootvader imam was) had vier vrouwen. Helaas zijn vrijwel alle herinneringen aan Oumars eigen moeder volledig vervaagd, vertelt hij. Ze stierf toen hij nog maar 5 jaar oud was. “Sorry,” zegt hij terwijl hij zijn ogen dept met zijn mouw. “Als ik over haar praat, moet ik huilen.”

Zoek geen wraak

In een mix van Nederlands en Engels legt hij uit dat zijn moeder vergiftigd is. “Dat hoorde ik pas toen ik al 17 was, van een goede vriendin van haar. De vrouwen van mijn vader hadden vaak onderling ruzie. Een van hen heeft mijn moeder vergiftigd door iets in haar voedsel te doen na de geboorte van mijn jongste zusje.” Hij zucht. “Ik mis mijn moeder heel erg. Zij had drie kinderen: mijn oudste zus, ik, en mijn jongste zus. Ik kan haar gezicht en haar stem niet meer voor me halen.” Natuurlijk wilde hij uitzoeken door wie zij was gedood. Om wraak te nemen. “Maar toen ik mijn vader ernaar vroeg, antwoordde hij: ‘Oumar, geloof je in Allah?’ ‘Ja,’ zei ik. Hij keek me aan, en zei: ‘Zoek dan geen wraak.” Oumar volgde die goede raad op, niet wetend dat hij jaren later zelf bijna het slachtoffer van wraak zou worden. Meer dan eens zelfs.

‘Als ik over mijn moeder vertel, moet ik huilen’

Uit zijn hoofd

Van jongs af aan studeerde Oumar ijverig in de Koran om alle soera’s uit zijn hoofd te leren. Eerst bij zijn vader, later bij een andere imam, in een dorp verderop. “Als mijn vader of hij ziek was, vroegen dorpelingen mij om hen als imam te vervangen in de moskee,” zegt hij met gepaste trots. “Dat deed ik graag.”

Op den duur kende Oumar de complete Koran uit zijn hoofd. Iedereen bewonderde hem omdat hij zo prachtig Arabisch sprak als hij uit het heilige boek van de moslims reciteerde. Oumar tikt tegen zijn kortgeschoren schedel, lacht en zegt: “De hele Koran zit nog steeds hier, in mijn hoofd.”

Niet echt gelukkig

Toen hij 21 was, verhuisde hij naar buurland Liberia. “Mijn oudste zus trouwde met een man uit Liberia,” legt hij uit, “en ik miste haar. Ik voelde me niet echt gelukkig in Guinee en wilde graag weer bij haar in de buurt zijn.”

Oumar verdiende er een prima boterham als huisschilder en als tuinman. Leuk werk, vond hij. Bovendien hielp hij de kinderen van zijn zus en zwager bij het bestuderen van de Koran. Vaak leidde hij de diensten in de plaatselijke moskee: imam Oumar Berete was, net als zijn voorvaderen, een gerespecteerd man in de moslimgemeenschap. Een geboren leider.

Dood en verderf

Zijn rustige bestaan veranderde plotsklaps toen er oorlog uitbrak in Liberia. Rebellen overspoelden het land in 1990 en zaaiden overal dood en verderf. Ook dichtbij: de man van Oumars oudste zus stierf onder hun machetes, evenals tal van anderen. “Ik zat op dat moment in de hoofdstad Morovia en kon geen kant op. De rebellen waren overal. Zo veel doden...”

Oumar pakt zijn telefoon en laat een video-opname zien van een doodsbange president Johnson, die zojuist in handen is gevallen van in camouflagekleding gestoken rebellen. “Ze hebben hem later in stukken gehakt. Vreselijk. Dat is Afrika...”

'De chauffeur rende weg'

Zelf ontkwam Oumar ternauwernood aan de dood. Met hulp van militairen en de ambassade vluchtte hij terug naar Guinee, naar zijn vader die nog steeds in zijn geboortedorp woonde. Daar hernam het normale leven zijn loop. Beetje bij beetje sprokkelde Oumar genoeg geld bij elkaar voor een kleine investering. Hij kocht een bus en huurde een vaste chauffeur in, om wat te kunnen bijverdienen met een taxidienst.

Op een dag in 2011 ging er iets mis. Zijn afgedankte Amerikaanse schoolbus, die hij zelf wat had opgelapt, ramde een woonhuis. Een defect aan de remmen. Er vielen zeven doden. De chauffeur rende weg, hoorde Oumar later. Omdat hij de eigenaar was, pakte de politie hem op en nam hem mee naar de gevangenis: de bus bleek niet verzekerd.

Woedende stemmen

Vanuit zijn politiecel hoorde Oumar al snel woedende stemmen dichterbij komen. Familieleden van de slachtoffers waren uit op zijn bloed. “De politie schoot gelukkig over hun hoofden heen in de lucht, zodat ze niet dichterbij durfden te komen,” herinnert hij zich. “Anders hadden ze de gevangenis bestormd en mij zeker vermoord.” In allerijl werd hij naar een andere gevangenis gebracht, verder weg. Daar was hij veilig. Een van de bewakers was een man die Oumar vroeger had geholpen: omdat hij weinig geld had, mochten zijn kinderen altijd vrij reizen met Oumars bus. “Hij wist dat ik geen misdadiger was en hielp me ontsnappen.” Oumar, een geboren hardloper, vluchtte de vrijheid rennend tegemoet toen hij op een ochtend de vuilnis buiten mocht zetten. “Ga weg uit Guinee,” had de bewaker tegen hem gezegd. “Hier ben je niet langer veilig.”

‘De hele Koran zit nog steeds hier, in mijn hoofd’

Nergens meer veilig

Met hulp van een andere vriend stak Oumar daarna opnieuw een grens over: hij vestigde zich in Mali. Maar na een maand of zes brak ook daar oorlog uit, net als eerder in Liberia. Oumar week uit naar Benin. Daar bleef hij ongeveer een jaar.
 Toen wist hij het zeker: zijn toekomst lag niet in Afrika, waar hij zich nergens meer echt veilig voelde. Hij zucht. “In Afrika doden mensen elkaar alsof het dieren zijn. En de regeringen? Die bieden geen bescherming. Iedereen is in gevaar.”

Naar Europa

Hoewel hij al vanaf zijn 29e getrouwd was en een zoon en een dochter had (die nog in Guinee woonden), besloot Oumar in z’n eentje naar Europa te vluchten. Hij hoopte daar werk te vinden en op den duur zijn vrouw en kinderen over te laten komen. Hij werkte op dat moment in een grote haven, waar hij tolkte en aankopen regelde voor passagiers die het Frans niet machtig waren. Zo kwam hij in contact met het Zuid-Afrikaanse bemanningslid van een containerschip. Deze man wilde hem helpen, maar omdat het hem zijn baan kon kosten als dat zou worden ontdekt, moest Oumar er vijfhonderd dollar voor neertellen om als verstekeling mee te varen.

Een behulpzame man

Pakweg vier weken later, in april 2012, kwam hij doodziek in Rotterdam aan. Een behulpzame Somalische man, die hij aanklampte bij een tramhalte, gaf hem brood en water, en bracht hem naar de politie. Zo belandde Oumar in asielzoekerscentrum Ter Apel. Tot zijn grote schrik werd zijn asielaanvraag afgewezen.
Daarna verbleef hij onder meer in Musselkanaal en Emmen (“vlak bij Nieuw-Amsterdam”). Als uitgeprocedeerde asielzoeker sliep hij meer dan eens onder bruggen, of in een plantsoen. Ook als het ijskoud was. Het was geen leven, maar terug moeten keren naar Afrika was zijn grootste angst.

Stressvolle situatie

In september 2012 verrees een tentenkamp aan de Notweg in de Amsterdamse wijk Osdorp. Hier streken tientallen uitgeprocedeerde asielzoekers neer, vooral uit Somalië, Soedan en Ethiopië. “Op advies van een ander, sloot ik me bij deze groep aan.”

Het tentenkamp, zonder water en aanvankelijk zonder sanitaire voorzieningen, was een broedplaats voor infectieziekten. Bovendien lagen ruzies en andere escalaties voortdurend op de loer, gezien de stressvolle situatie waarin deze ‘illegalen’ zich bevonden. In de winter zakte het kwik er tot rond het vriespunt en bleef het overdag steken bij een paar graden boven nul. Dat Oumar desondanks met warmte over Osdorp praat, heeft dan ook een bijzondere reden.

Warme soep

“In november leerde ik daar twee jonge, Nederlandse vrouwen kennen, Hannie en Joanna,” vertelt hij. “Zij brachten ons elke dag brood en warme soep. Ik raakte aan de praat met Hannie en vertelde haar dat ik moslim was en elke dag in de Turkse moskee ging bidden, een paar honderd meter verderop. Ze vroeg me of ik wist wie Jezus Christus is. ‘Hij is een groot profeet,’ antwoordde ik. ‘Nee,’ antwoordde ze, ‘Hij is de Zoon van God.’ Ik kende natuurlijk de hele Koran uit mijn hoofd, en daarin staat dat God geen zoon heeft. Maar Hannie bad voor me en daagde me uit: ‘Vraag God, in je gebeden, of Hij jou wil laten zien wie Jezus is: een profeet, of de Zoon. Durf je dat?’”

Geknield richting Mekka

Oumar besloot die uitdaging aan te gaan. Want Jezus – Isa in de Koran – hield hem al jarenlang bezig. “Al sinds ik de Koran begon te bestuderen, dacht ik: wie is Jezus toch? Ik was altijd in verwarring over Hem. In de Koran hebben alle andere profeten, vanaf Abraham, kinderen en een huis. Waarom was Hij zo anders?”

Diezelfde avond, geknield richting Mekka, bad Oumar tot God of Hij hem wilde laten zien wie Jezus is. Zijn ogen gaan glanzen als hij vertelt wat er in die bewuste nacht gebeurde: “Ik viel in slaap en kreeg een droom. Ik stond bij de oceaan. Enorm grote golven rolden op me af. Ik was ontzettend bang om te verdrinken. Maar juist toen het water zich op mij neer zou storten, voelde ik dat ik werd opgetild, tot boven de golven. Ik keek omlaag, maar zag niemand. Ik hoorde alleen een stem, die zei: ‘Oumar, wees niet bang. Je bent in de handen van Jezus Christus, de Zoon van God.’”

'Je bent gek!'

Zodra Oumar uit zijn droom ontwaakte, om 03.30 uur, maakte hij zijn beste vriend wakker. Deze Ibrahim, zelf ook moslim, reageerde verrast op wat Oumar hem vertelde. ‘Je bent gek!’ zei hij. Maar Oumar wist wel beter: God had zojuist de kracht van Jezus aan hem geopenbaard. Anders dan de islam hem jarenlang had geleerd, was hij er nu heilig van overtuigd dat Jezus inderdaad veel meer is dan een profeet. Zodra hij Hannie weer zag, vertelde hij haar enthousiast over zijn droom. Zij bracht hem in contact met Paul Visser, predikant van de hervormde Noorderkerk in Amsterdam. Oumar benadrukte tegenover de predikant dat hij “de weg van Jezus” wilde volgen. De maanden erop volgde Oumar Bijbelstudies bij hem. Samen met Ibrahim, die toch gefascineerd was geraakt door het verhaal van zijn vriend.

Een bomvolle Noorderkerk

Uiteindelijk lieten beide ex-moslims zich met Pasen 2013 in een bomvolle Noorderkerk dopen, nadat zij belijdenis van het geloof hadden gedaan. Twee ex-moslims die voortaan Jezus Christus wilden volgen, onder wie een voormalige imam? Dat bijzondere nieuws haalde diverse media. Maar hun namen mochten niet worden gepubliceerd, in verband met veiligheidsrisico’s. Ingelijst, onder de televisie, staat een foto waarop Oumar en ds. Visser lachend naar de camera kijken. “Hij is een goede man,” zegt Oumar, met een warme blik in zijn ogen. “Van hem heb ik zo veel over Jezus geleerd. Ik houd van hem. Hij heeft een goed hart.”

‘Er waren handen onder me, die me optilden boven de golven’

Franstalige Bijbel-app

Las hij vroeger dagelijks in de Koran, sinds zijn droom in het tentenkamp in Osdorp is hij gegrepen door de Bijbel. Oumar
zet z’n kunststof leesbril op (“Ik ben een oude man, haha!”), en laat de Franstalige Bijbel-app op zijn telefoon zien. “Elke dag lees ik in mijn bijbel, ook als ik pauze heb van mijn werk. Zo leer ik elke dag nieuwe dingen over Jezus. Ik werk vijf dagen per week als tuinman in Den Bosch, via een uitzendbureau.”

Oumar is ontzettend dankbaar dat zijn tweede asielaanvraag, in het voorjaar van 2014, wel werd gehonoreerd. “Hoe dat kan?” Hij lacht en spreidt zijn handen. “Ik heb geen idee. Maar op een dag belde mijn advocaat me op: ik kreeg alsnog een verblijfsvergunning!”
Hij kreeg een woning toegewezen in ’s-Hertogenbosch. Het liefst was Oumar
in Amsterdam gebleven, omdat hij zich thuis voelt in de Noorderkerk en daar zijn vrienden heeft, onder wie Ibrahim. Maar ook hier, in Noord-Brabant, is hij tevreden. “Nederland is een veilig land,” zegt hij.

Nooit gescheiden

Zijn vrouw woont nog altijd in Guinee en ze weet sinds 2013 dat hij geen moslim meer is. Ze wil zich graag bij hem voegen, maar haar familie houdt haar tegen, zegt Oumar. “Ik hoop dat het in de toekomst toch lukt. We zijn niet gescheiden.”

Al had het veel voeten in de aarde, het lukte hem gelukkig om zijn zoon en dochter naar Nederland te halen. Ibrahim en Aissa – destijds respectievelijk 13 en 14 jaar oud – sloot hij op 15 december 2014 weer in de armen (“die dag vergeet ik nooit meer”). Het was vijf jaar geleden dat hij hen voor het laatst had gezien.

Onvervalst Brabants

Hoe reageerden zijn kinderen op het feit dat hij zich in Nederland tot het christelijk geloof had bekeerd? “Dat was heel bijzonder,” zegt Oumar. “Toen ik ze dat
de volgende dag vertelde, zeiden ze allebei: ‘Papa, we kennen u. Het kan niet zo zijn dat u de ene kant opgaat, en wij een andere.’ Ze hebben zich later ook laten dopen, door ds. Visser in Amsterdam. Weer zo’n wonder...”

Voordat Oumar zijn bezoek met een onvervalst Brabants ‘Houdoe!’ uitzwaait, wil hij op de valreep dit nog benadrukken: “De Koran noemt Jezus een profeet. Maar Hij is zoveel meer. Jezus is de Zoon van God. Hij is alles. Alles!”

Beeld: Ruben Timman

Geschreven door:

Gert-Jan Schaap

Redacteur Visie Magazine

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Lees ook

Jurjen van Houwelingen herstelt van hersenoperatie

Jurjen van Houwelingen herstelt van hersenoperatie

'Ik wist niet eens meer dat ik getrouwd was'

Mirjam Hollebrandse

getuigenissen 30 maart 2018
‘Ik kwam tot geloof door The Passion’

‘Ik kwam tot geloof door The Passion’

‘Het verhaal bleek groter dan ikzelf’

Mirjam Hollebrandse

Bioscoopfilm onthult heftig verhaal achter christelijke mega-hit

Bioscoopfilm onthult heftig verhaal achter christelijke mega-hit

‘I Can Only Imagine’ van MercyMe: geboren uit diepe pijn

Gert-Jan Schaap

christelijke... 16 maart 2018