Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Een ode aan ambachtsmensen

God eren met wat je handen maken

Op een houten kozijn van zijn huis vond Marco van der Straten een inscriptie van vroegere bouwvakkers. Het deed hem denken aan twee andere vaklieden, die veel langer geleden bouwden aan een huis voor God.

De kartonnen archiefmap was vermoedelijk decennialang niet uit de kast geweest. Nu we het sfeervolle jarendertighuis hadden gekocht, was ik erg benieuwd naar de originele bouwtekeningen. Even later spreidde ik de met blauwe inkt bedrukte vellen uit over de tafel van het gemeentearchief. Het indrukwekkendst vond ik de gedetailleerde, handgeschreven pagina’s waarop het huis stond uitgewerkt, inclusief nostalgische aanduidingen als ‘tusschen den trapboomen’.

Tijdens renovatiewerkzaamheden aan ons huis ontdekte ik aan de binnenzijde van een houten kozijn eenzelfde sierlijk handschrift als in de oorspronkelijke bouwaanvraag. Op 13 juni 1933 werden met potlood een datum en de namen van de timmermannen in het hout gekerfd. Ik las dezelfde naam die ik ook in het archief tegenkwam. Hier was een vakman aan het werk geweest, die het huis tot in detail had ontworpen en vervolgens eigenhandig bouwde. 

Een bijzondere opdracht

De beschrijving van ons huisje valt in het niet bij de gedetailleerde instructies die Mozes op de berg Sinaï krijgt om de ontmoetingstent, de tabernakel, te bouwen. God vertelt in Exodus 26 hoe groot de tent moet worden en van welke materialen: “De tabernakel moet je maken van tien geweven banen. Deze moeten vakkundig worden geweven van getwijnd linnen garen en van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol, met een patroon van cherubs.”

God van details

Ook alle voorwerpen die in de dienst aan God gebruikt worden, zijn door Hemzelf uitgedacht. Van de lampenstandaard – “houd je aan het ontwerp dat je hier op de berg getoond is” –, de ark met gouden verzoeningsplaat erop en het brandofferaltaar, tot de specerijen die moesten worden gebruikt in de tempeldienst. Opvallend is het woord ‘vakkundig’ in de instructies die God aan Mozes geeft. Wie zal in staat zijn om te kunnen maken wat God zo gedetailleerd beschrijft? 

Talentvolle ambachtsmensen

Uiteraard doet God geen half werk. Hij heeft niet alleen bedacht hoe alles moet worden uitgevoerd, maar ook door wie: Besaleël, uit de stam van Juda, krijgt de opdracht om dit alles te maken. God zegt over hem: “Ik heb hem uitzonderlijke talenten geschonken, wijsheid, vakmanschap en inzicht op allerlei gebied” (Exodus 31:3). De Bijbelvertalers geven aan dat ‘uitzonderlijke talenten geschonken’ ook anders kan worden vertaald: ‘Ik heb hem vervuld met goddelijke geest.’ God geeft Besaleël Zijn Geest om aan deze bijzondere opdracht te kunnen werken. Hij krijgt Oholiab als medewerker toegewezen. En God laat het hier niet bij. Er zijn veel meer vakmensen nodig: “Allen die hun vak verstaan, heb ik wijsheid geschonken, zodat zij alles kunnen maken waartoe ik opdracht heb gegeven.” Daarna volgt nog eens een opsomming van alles wat moet worden gemaakt.

Verspilde materialen

Er zit een donkere rand aan dit verhaal. God heeft ervoor gezorgd dat de Israëlieten goud en andere kostbaarheden meekregen van de Egyptenaren, toen ze haastig vertrokken. Op het moment dat Mozes op de berg door God wordt onderwezen, eist het volk van Aäron een zichtbare God. Van goud dat het volk bijeenbrengt, wordt een stierkalf gegoten, waarvoor geofferd en gefeest wordt. Maakt dit een einde aan de plannen die God zorgvuldig heeft uitgewerkt? Niet veel later spatten de stenen platen met de Tien Geboden op de grond aan stukken. In Exodus 32 is te lezen hoe het verder gaat. Er volgt een straf, maar na een periode van rouw besluit God een verbond te sluiten met Zijn volk. De tekst daarvan schrijft Mozes op nieuwe stenen platen.

Aan het werk

Er is weer ruimte gekomen om alsnog de plannen uit te voeren die God zo uitvoerig aan Mozes had verteld. Mozes verzamelt onder het volk materialen om de tabernakel en alle voorwerpen te kunnen maken. Nu komen de kostbaarheden die de Egyptenaren bij de uittocht meegaven ten goede aan de dienst aan God. De bouwplaats komt vol te staan met vrijwillige geschenken: goud, zilver, koper, maar ook vellen van zeekoeien, edelstenen en specerijen. Besaleël en Oholiab kunnen aan het werk, samen met ‘alle vaklieden aan wie God wijsheid geschonken had en die graag bereid waren het werk ter hand te nemen’ (Exodus 36:2). 

Majesteit van God

Besaleël en Oholiab hebben hun talenten ingezet om te maken wat God wilde. Hij neemt de ontmoetingstent in gebruik, zodat Zijn majesteit de tabernakel helemaal vulde. Wat een bekroning op het werk van alle mannen en vrouwen die hun beste kunnen hadden aangewend om alle bijzondere voorwerpen voor God te maken. De vakmensen werden vervuld met Gods Geest, om te scheppen, te creëren. 

Leve de ambachtsmensen

Je talenten inzetten voor de eer van God, dat is prachtig. Bij deze een ode aan alle vakmensen: timmermannen, bouwers, kledingontwerpers, edelsmeden, glaskunstenaars, bakkers, schilders en iedereen die de gave heeft gekregen om iets met zijn of haar handen te maken. Leve de ambachtslieden! 

Als God je talenten geeft, je met Zijn Geest inspireert, dan kun je wonderlijke dingen maken. En wie goed kijkt, ziet Zijn eigen handtekening erin terug.

illustratie: Studio Vandaar

Geschreven door:

Marco van der Straten

Hoofdredacteur Visie

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons