Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Jo Tanis verloor haar moeder, broer en zussen in de rampnacht

‘Ik was 2,5 – en toch herinner ik me flarden’

In één nacht verliest Jo Tanis haar moeder, broer en drie zussen. Hoewel ze op dat moment nog maar 2,5 is, heeft Jo toch herinneringen aan deze rampnacht. Maar omdat iedereen in haar omgeving zwijgt over de traumatische gebeurtenis, kan ze deze niet plaatsen. Tot ze in een tv-programma oude filmbeelden van de ramp ziet.

“Ik herinner me flarden,” vertelt Jo (67) in haar woning in Stellendam. “Heel lang dacht ik: wat is nu waar en wat is niet waar? Heb ik er niet van alles bij gefantaseerd? Ik durfde daarom nooit te vertellen wat ik dacht dat ik wist. Want hoe kun je je nu dingen herinneren uit je peutertijd?”

Bundeltje in zijn arm

Haar vader, die zijn vrouw en vier kinderen verloor, spreekt in de jaren na de watersnood nauwelijks over de rampnacht. En omdat Jo aanvoelt dat hij het er heel moeilijk mee heeft, zwijgt ook zij. Met als gevolg dat ze zich jarenlang afvraagt waarom ze regelmatig droomt dat ze uit een helikopter valt. En waarom ze steeds een raampje in een deur voor zich ziet.

Tot ze op een avond samen met haar man naar een uitzending van het VPRO-programma Andere Tijden kijkt. Er worden filmbeelden getoond van de watersnoodramp en ze ziet hoe helikopters af en aan vliegen om drenkelingen te redden. Tot haar verbijstering ziet Jo op een gegeven moment haar eigen vader uit een helikopter stappen. Hij heeft een bundeltje in zijn arm. Het is de dan 2,5 jaar oude peuter Jo Tanis.

Wat er dan gebeurt? Jo schiet vol. “Dat kan ik niet vertellen. Maar ik zag dat het waar was wat ik altijd had gedacht. En ik zag op die beelden ook de angst in mijn vaders ogen.”
Het tv-programma vormt het startschot voor een zoektocht om de puzzelstukjes bij elkaar te krijgen.

Ijzige kou

Jo vertelt hoe haar ouders met hun vijf kinderen in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 naar het dak van hun woning vluchten als het water begint te stijgen. Als na een paar spannende en ijskoude uren het huis instort, verdrinken haar moeder en drie zusjes van 10, 9 en 7. Haar vader, die Jo op zijn arm heeft, en haar oudste broer van 12 kunnen zich op tijd vastgrijpen aan een boom. In de ijzige kou en met het kolkende water onder hen, wachten ze wanhopig tot het water zakt.

“Mijn vader en broer hebben in die uren heel veel met elkaar gepraat. Tot mijn broer zo verkrampt was van de kou, dat hij zei: ‘Papa, ik hou het niet vol. Ik moet loslaten.’”
Even is Jo stil. Dan zegt ze: “Ik denk dat dit voor mijn vader het ergste moment was. Hij kon niets doen, want hij droeg mij.”

Mijn vader dacht dat ik ook dood was en overwoog mij maar los te laten

Kort daarna belandt Jo’s vader op een grote houten balk, waarna hij nog uren met Jo door de polder drijft. “Hij dacht op een gegeven moment dat ik ook dood was, en heeft overwogen mij maar los te laten.” Als hij eindelijk, verkrampt van kou en ellende, aanspoelt bij de dijk van Battenoord, loopt hij met Jo op zijn arm naar Nieuwe Tonge. Tegen een man die hij onderweg tegenkomt, zegt hij: ‘Alles is weg, en wat ik in mijn armen heb, leeft ook niet meer.’

Later hoort Jo dat ze in Nieuwe Tonge inderdaad via een raampje in een deur binnen is gebracht bij een wildvreemd gezin. Haar natte kleren werden van haar lijfje gehaald en naakt werd ze bij iemand onder de dekens gestopt om op te warmen. Jo: ‘Die mensen zeiden: ‘Dat gaat ze toch niet redden.’ Maar ik heb het dus wel gered."

'Alles wat ik heb, is een rood jasje'

De volgende ochtend – het is dan maandag – landt er een helikopter in Nieuwe Tonge, die Jo en haar vader naar Dirksland brengt. “Ik kan me zelfs herinneren dat er gezegd werd: ‘We vliegen alleen met die man met dat kind.’”

Via Dirksland komt Jo in een gastgezin in Bolnes – bij Ridderkerk – terecht, waar ze een half jaar verblijft. “Ik heb nog steeds contact met deze mensen en toen ik die mevrouw tien jaar geleden vroeg wat ik die eerste dagen eigenlijk deed, antwoordde ze: ‘Je bleef altijd naast de deur staan en je keek. En in het begin huilde je veel.’”

Jo’s vader krijgt al snel na de ramp een oproep om aan de dijken te komen werken. Via een namenlijst in de krant, ontdekt hij dat zijn vrouw is gevonden. Elf maanden later worden ook de twee jongste zussen van Jo gevonden.

Van het huis en de bezittingen van het gezin Tanis is na de watersnoodramp niets meer over. “Ik heb alleen nog een rood jasje, dat ik die nacht droeg. Ik herinner me ook niets meer van mijn moeder. Dat vind ik het ergste. Ik herinner me haar gezicht niet, haar stem niet. Alleen van mijn oudste zus herinner ik me haar stem. Omdat ik bij haar op de kamer sliep."
Vindt Jo het erg dat haar vader nooit over de ramp sprak? “Ja, al begrijp ik het wel. Want je wilt niet op je stoel alsnog verdrinken.
Toen ik een paar dagen bij dat gezin in Bolnes woonde, kwam de huisarts langs om te zien of het wel goed ging met mij. Ik liep daar gewoon rond, dus die man zei: ‘Zo te zien mankeert ze niets. En als je wilt dat ze het snel vergeet, moet je nergens meer over praten.’ Zo ging dat in die tijd.”

Troost van God

In de jaren die volgen, ervaart Jo kracht en troost van God. “Zonder Hem kun je toch niet? Boos ben ik nooit geweest. Ik begrijp het niet, en ik snap echt niet wat God hier nu mee bedoeld kan hebben. En waarom heb ik het overleefd en mijn broers en zussen niet? Maar wie ben ik om God terecht te wijzen? Als ik nu naar mezelf kijk, zie ik dat ik ontzettend rijk ben. Mijn man en ik gingen laatst uiteten met de kinderen en de kleinkinderen; we waren met 18 personen. Dan ben je toch gezegend?"

Sinds een paar jaar droomt Jo nooit meer dat ze uit een helikopter valt. “Dat zit zo,” vertelt ze, “waarschijnlijk ben ik als peuter in die helikopter in slaap gevallen en heb ik gemist dat hij is geland. In mijn beleving was hij dus nooit aan de grond gekomen. Toen ik een aantal jaar geleden een keer met mijn schoonvader een rondje in een helikopter heb gevlogen – gewoon omdat we dat graag wilden – landde de helikopter wél.” Ze glimlacht. “Sindsdien heb ik er nooit meer over gedroomd.”

In 2015 was Jo Tanis te gast in het EO-programma Geloof en een Hoop Liefde. Bekijk het fragment hieronder.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Lees ook

‘Nu zijn we gelukkig met elkaar’

‘Nu zijn we gelukkig met elkaar’

Vader Maurice redde zijn dochtertje

Rachèl Koopman

‘We hebben allemaal liefde nodig’

‘We hebben allemaal liefde nodig’

Hoe Mustafa allochtone jongeren verbindt met eenzame ouderen

Rachèl Koopman

‘Ik hoop dat we elkaar als zussen behandelen’

‘Ik hoop dat we elkaar als zussen behandelen’

Margo den Ouden over hoe een jurk een verschil kan maken

Rachèl Koopman

Zo verduurzaam je je kledingkast

11 leuke en makkelijke tips om mee aan de slag te gaan