Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

‘Wie weet?’

De Bijbel Open met ds. Arie van der Veer

In het Bijbelboek Esther gaat het over Gods leiding. Als Esther aan het Perzische hof woont, en er een volkerenmoord dreigt, denkt Mordechai dat Esther daar misschien dankzij God terechtgekomen is om een ramp af te wenden. ‘Wie weet ben je daarom Koningin geworden’. Hij stelt die vraag heel voorzichtig. Nog steeds heeft dat iets te zeggen.

Het is vandaag alweer de eerste adventszondag, het begin van een periode waarin we ons op de viering van de geboorte van Christus voorbereiden. Jezus is de Redder van deze wereld. God maakt alle dingen nieuw. Zijn komst en wederkomst vragen de komende weken extra aandacht en bezinning.

De uitvoering van Gods plan gaat vaak langs wegen die moeilijk zijn en volgt soms onbegrijpelijke wegen. Het volk Israël kan daarover meepraten: wat heeft het veel meegemaakt. Er zijn momenten geweest, waarop het van de aardbodem dreigde te worden weggevaagd. Als Hitler zijn zin had gekregen, was dat gebeurd. Maar God zorgt voor Zijn volk. Zijn plan gaat door, ondanks verzet en ongeloof. Vandaag geef ik u daar een prachtig voorbeeld van. We bespreken het Bijbelboekje Esther. In die tijd was er ook een man die het volk Israël wilde uitroeien. God redde Zijn volk langs een compleet onverwachte en wonderlijke weg.

Esther

Het Bijbelboek Esther dankt zijn naam aan de hoofdpersoon van dit boek: het Joodse meisje Esther. Dit was niet de naam die haar ouders haar bij de geboorte hadden gegeven. Haar Joodse naam was Hadassa. Ze is in Perzië geboren: haar ouders waren vanuit Israël naar dit land weggevoerd. Ze was een heel knap meisje.

In Perzië gebeurde iets verdrietigs: haar vader en moeder stierven. De oorzaak daarvan is niet bekend. Wat een vragen: een meisje dat op jonge leeftijd haar ouders moest missen. Gelukkig nam neef Mordechai Hadassa in huis. Mordechai was gelovig; zo voedde hij zijn nichtje dus ook op.

Ambtenaren waren voortdurend op zoek naar mooie vrouwen.

Op zoek naar mooie vrouwen

Toen gebeurde er weer iets heel bijzonders. Ambtenaren van de koning waren voortdurend op zoek naar mooie vrouwen voor het harem van hun koning. Schoonheidswedstrijden zullen ze in die tijd niet gekend hebben. Het is dus heel goed mogelijk dat het heel anders is gegaan. Haar schoonheid moet zijn opgevallen; misschien had iemand de ambtenaren wel getipt over Hadassa. Ja, en dan halen ze je op en word je een jaar lang in het harem van de koning ‘opgeleid’.

Esther krijgt een andere identiteit

In het tweede hoofdstuk van het boekje Esther lees je hoe die jonge Joodse vrouw omgedoopt werd tot Esther. Ze kreeg een andere identiteit. Hebt u zich weleens gerealiseerd wat dat voor dit meisje moet hebben betekend?

Het verhaal van Esther lijkt op dat van Mozes. Beiden redden hun volk. Maar Mozes werd als klein jongetje geadopteerd. Esther was al een jonge vrouw, toen ze opgehaald werd.

Leven in een harem

Zo’n harem was in werkelijkheid een privébordeel. Elke nacht een ander, zo wordt verteld. Vrouwen werden ‘uitgeprobeerd’. Wij weten hoe het allemaal is afgelopen. Maar dat wist Esther niet. Het kan bijna niet anders dan dat het voor deze jonge Joodse vrouw heel zwaar en ontzettend moeilijk moet zijn geweest.

Toen viel koningin Vasti, zeg maar ‘the firtst lady’, in ongenade. Daardoor maakte Esther carrière. Zij mocht de eerste plaats onder de vrouwen innemen. Esther werd koningin.

Mordechai schrijft brieven

De rol van Mordechai

We weten dat ze tijdens haar verblijf aan dat heidense hof contact bleef houden met haar stiefvader Mordechai. Op een dag krijgt Esther een brief van hem. Daarin schrijft Mordechai dat hij gehoord heeft dat er aan het hof een verschrikkelijk plan werd voorbereid: men wilde de Joden in het Perzische rijk uitroeien. Achter dat plan zat een hoge ambtenaar met heel veel invloed: de Edomiet Haman.

Dan blijkt dat Esther haar afkomst niet is vergeten. Ze maakt een plan en weet deze aanslag op een heel bijzondere manier te voorkomen. Haman moet zijn moorddadige plannen met de dood bekopen. De rollen worden omgedraaid.

Mordechai krijgt een hoge positie aan het hof. Hij stelt al deze gebeurtenissen op schrift. Daarom wordt Mordechai ook wel genoemd als schrijver van het boek Esther. We weten niet zeker of hij dat ook is.

Mordechai stuurt brieven naar de Joden in alle provincies van Perzië. Er wordt een nieuw feest ingesteld: het Poerimfeest. Dat is in grote lijnen het verhaal.

We kunnen leren van Mordechais vraag

Gods leiding

In het Bijbelboek Esther komt de naam van God geen enkele keer voor. Toch staat er een tekst in, die ook voor ons van belang is. In de brief van Mordechai aan Esther staat een bijzondere zin: “Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze” (Esther 4:14). Mordechai wijst zijn nichtje in die brief heel voorzichtig op de leiding van God. Na al die verschrikkelijke berichten, bedacht hij ineens dat God zijn nichtje misschien daarom koningin had laten worden, om zijn volk te redden! In het geheim liet hij haar dat weten.

‘Wie weet’, schrijft Mordechai. Daar kunnen we wat van leren. Niet dat stellige ‘God wil het’. Wees voorzichtig met conclusies als: ‘Dit is de wil van God’, helemaal als het over het leven van een ander gaat. Mordechai is heel voorzichtig, maar heeft het er het wel over! Het raakt haar diep. Het verandert haar stemming en inzet totaal. Door de vraag van Mordechai ziet ze de persoonlijke hand van God.

De vraag van Mordechai

Gelooft u trouwens in de leiding van God? Zullen we deze week allemaal eens nadenken over die vraag van Mordechai? Ziet u ook de hand van God achter de dingen die gebeuren in uw leven? Dat is inderdaad een heel moeilijke vraag. Leiding van God in je leven, is dat nu feit of fictie?

'De eerste vragen stel ik aan mijzelf.'

Toen ik ouder werd, en vooral toen ik mijn zoon verloor, werden de vragen daarover steeds heftiger. Weet u wat mij erg geholpen heeft bij alle vragen over de leiding van God? Voordat ik mijn vragen aan God stel, vraag ik mezelf af: Geloof ik dit? Geloof ik dat God mijn leven leidt? Geloof ik echt wat er staat in Psalm 23: ‘De HERE is mijn herder’? Geloof ik echt wat er staat in Psalm 139: ‘Met al mijn wegen is Hij vertrouwd’? Geloof ik echt wat Jezus heeft gezegd: ‘Zie, Ik ben met u alle dagen van uw leven’? Daarna kom ik met mijn heftige vragen. Ik stel deze aan Iemand die ik mijn hemelse Vader mag noemen, ik vraag het aan God. Hij heeft zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard. Dat maakt een groot verschil. Ik stel mijn vragen dus niet aan een vreemde!

Mordechai is heel voorzichtig. Wat een verstandige man. ‘Esther, wie weet?’ Denk er eens over na.

De vraag of God ons leven leidt, kan verwarring veroorzaken en soms zelfs heftige discussies teweegbrengen. Die moeten we niet uit de weg gaan. Maar ik wil benadrukken dat het belangrijk is om je eerst af te vragen wie God voor jou is. Geloof je dat Hij een zorgzame vader is? Als een herder die waakt over Zijn kudde? Als dat het uitgangspunt mag en kan zijn, wordt ons gesprek anders. ‘Wie weet?’

Gods leiding ervaren

Niet iedereen ervaart de leiding van God heel bewust in zijn of haar leven. Het garandeert ook niet dat er geen fouten gemaakt kunnen worden, geen ongelukken zullen gebeuren. Verre van dat. Het is in de eerste plaats een geloof, een overtuiging. Het is geweldig als je dat zelf hebt ondervonden. Maar niet iedereen maakt dat mee. Soms begrijpen andere mensen het niet.

Maar de mensen die ik noemde, onder wie David, geloofden dat hun leven nooit uit de hand van God zou vallen, ondanks alle ellende, ondanks hun fouten.

De dichter van Psalm 73 had ook heel veel vragen. Wat schreef hij? ‘Gij zult mij leiden door uw raad en daarna in heerlijkheid opnemen.’ Mozes leerde het volk dat God hen als een adelaar zeker tot zelfstandigheid opvoedt. De jongen moeten zelf leren vliegen, maar als ze dreigen neer te storten, zal hij hen letterlijk ondervangen (Deuteronomium 32:11). Luister ook eens naar dat prachtige woord van Paulus in Romeinen 8:28: ‘Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.’

‘Wie weet?’ Wees voorzichtig tijdens een gesprek met iemand anders. Maar getuig ervan. Vertel bijvoorbeeld het verhaal van Esther.

Beluister hier het radioprogramma

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons