Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Engel met een veiligheidshesje

Blog van Matthijn Buwalda

Twee weken lang was ons wijkje bijna van de buitenwereld afgesloten. We hadden een brief gekregen van de gemeente waarin aangekondigd werd hoe we precies op welke dagen de wijk in en uit konden rijden. Je moest waarschijnlijk drie master-opleidingen aan de universiteit binnen twee jaar afgerond hebben om in staat te zijn die instructies te doorgronden.

Gevolg hiervan was bij tijd en wijle een mini-verkeersinfarct op de uitvalsweg van ons wijkje. Nu ben ik grondig getraind in dit soort situaties, want ik heb vier jaar lang in Hilversum gewoond. Ooit een dorp, maar inmiddels meer een file waar ze huizen omheen hebben gebouwd. Verschillenden van mijn wijkgenoten hadden die training echter niet genoten, dus was er regelmatig frustratie te bespeuren achter de ramen van het rijtje auto’s dat de wijk in dan wel uit wilde. Dit had slecht af kunnen lopen, ware het niet dat hij er stond: een donkere man met een spanwijdte van pakweg drie meter en een lach die je van kilometers afstand kon zien. Bijna elke dag stond hij op de plek waar het verkeer hopeloos vast dreigde te lopen en gaf hij aan wie er wanneer mocht rijden. Gekleed in een fluorescerend-gele broek, een windjack en daaroverheen een veiligheidshesje. Als het regende, had hij een bijpassende regenhoed waar het water van afliep. Zijn fiets tegen een lantarenpaal naast de weg. En altijd die lach.

Ik heb me vaak afgevraagd hoe hij nog kon lachen, terwijl bijna iedereen zwaar gefrustreerd raakte over het wachten. Hij stond tussen toeterende auto’s en er klonk zelfs af en toe een verwensing uit een open autoraam. Misschien lachte hij wel niet naar ons, maar óm ons; mensen met een auto die vinden dat ze belangrijk genoeg zijn om gewoon door te mogen rijden. Misschien lachte hij wel omdat hij de enige was die gewoon accepteerde wat het was. De enige wijze onder ons. Of misschien waren zijn kaken vergroeid. Dat kan natuurlijk ook. Ik wilde het hem vragen, maar toen waren de werkzaamheden alweer voorbij. Balen.

Geschreven door:

Matthijn Buwalda

Zanger en (lied)schrijver

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons