Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

‘Het leek of er een atoombom op Sint-Maarten was gevallen’

Zijn geloof houdt Marc Smoorenburg op de been

in Geloven

“Ons geloof wordt op de proef gesteld deze dagen. En we stellen vragen als: waar was God toen de orkaan ons trof? Wilde Hij ons straffen? Maar ik denk niet dat God deze ramp over ons bracht.” Marc Smoorenburg en zijn vrouw maakten vorige maand de orkanen mee die over Sint-Maarten raasden.

“Wie zijn wij dat wij God ter verantwoording kunnen roepen over wat ons is overkomen?” vraagt Marc zich hardop af, terwijl hij met een zwaai de deur van zijn elektronicawinkel opent. Hoewel hij positief is ingesteld, zitten Marc en zijn vrouw Esther de laatste dagen regelmatig in de put. “Mijn hoofd blijft maar malen door al het verdriet dat ik om me heen zie.”

“Het leek wel of er een atoombom op Sint-Maarten was gevallen,” blikt Marc terug. Zijn huis was tijdens de orkaan een veilige plek, maar hij en zijn vrouw zaten twee dagen lang in angst omdat ze geen contact konden krijgen met hun familie. “We zijn blij dat we nog leven, maar er zijn doden en veel gewonden te betreuren. Het heeft ons stilgezet en we hebben nog meer respect gekregen voor het leven. Niets is meer vanzelfsprekend.”

Rondvliegende spullen

Direct na de ramp ging Marc aan de slag om de schade te herstellen die de orkaan had aangericht. “Mensen waarschuwden mij dat mijn winkel, elektronicawinkel Keijzer, geplunderd werd,” zegt hij. De pui van het pand was tijdens de storm ontwricht door rondvliegende spullen, waardoor plunderaars makkelijk naar binnen konden. Marc en zijn vrouw reden er direct met twee auto’s naartoe en vroegen de mensen die in zijn zaak waren, de ruimte te verlaten. “We hebben onze auto’s volgeladen met de winkelvoorraad en die in veiligheid gebracht. Toen we weer naar de winkel wilden rijden om de rest van de spullen op te halen, konden we de winkel niet meer bereiken. De wegen waren afgezet om plunderingen tegen te gaan.”

Marc schat de schade van de plunderingen op zo’n 25.000 dollar. De pui van zijn winkelpand zou hij graag willen verstevigen, maar dat kan hij zich op dit moment niet veroorloven. Veel klanten die op krediet kochten, kunnen immers hun facturen niet voldoen en opdrachtgevers hebben door de orkaan geen werk meer voor hem.

Iedereen kent wel iemand die nog slechter uit de orkaan is gekomen

Nachtmerrie

“We leven in een nachtmerrie en proberen nog elke dag te overleven,” stelt Marc. “Als we naar buiten kijken, dringt tot ons door dat de ramp echt heeft plaatsgehad.” Toch zit de bevolking van Sint-Maarten niet bij de pakken neer. Iedereen kent wel iemand die nog slechter uit de orkaan is gekomen.

Marc en Esther zijn niet van plan het eiland te verlaten. “We zijn nodig om het eiland te herstellen en op te bouwen,” vindt Marc. Hoewel hij het gevoel heeft dat hij met zijn rug tegen de muur staat. “De Nederlandse militairen herstelden de rust op het eiland, maar ik ben bang dat de plunderingen weer beginnen als zij vertrekken. Hotels zijn beschadigd en kunnen hun deuren pas over maanden weer openen. Terwijl Sint-Maarten voor negentig procent afhankelijk is van het toerisme. Kerken zijn beschadigd, waardoor gemeenteleden in tenten bijeen moeten komen. Esther raakte een deel van haar werk kwijt, en ik heb drie personeelsleden in dienst die van mijn bedrijf moeten leven.”

Ik zie God in de frisgroene loten aan geknakte planten

Suikervogeltjes

Toch bracht de orkaan ook mensen samen en is de saamhorigheid groot. Marc vertelt dat de eilandbewoners elkaar zo veel mogelijk helpen. Hij en zijn vrouw stellen in de supermarkt voor vijftig dollar noodpakketten samen met rijst en eten in blik, voor mensen die het goed kunnen gebruiken. “Vrienden zijn alles kwijtgeraakt en douchen daarom bij ons. Ook zie ik dat de ramp mensen terugbrengt naar God.” Marc hoopt dat ook in de kerk de saamhorigheid blijft bestaan en dat het geloof in God blijvend is. Laten we in ons geloof teruggaan naar de basis, in plaats van te vluchten in tijdelijk genot.”

“Mijn geloof houdt me op de been,” zegt hij even later. “Ik zie God in het optimisme van de mensen, en in de frisgroene loten die aan geknakte en beschadigde planten verschijnen. De leguanen verstoppen zich meestal, maar tonen zichzelf nu in al hun schoonheid, omdat ze op zoek moeten naar eten. Ze accepteren zelfs de slablaatjes die wij ze voeren. Suikervogeltjes vliegen door de openstaande terrasdeuren ons huis binnen en blijven rondcirkelen tot we bakjes suiker voor ze neerzetten. Zo heb je heel even geen oog meer voor alle ellende.”

En zijn winkel? “Ik probeer hem zo snel mogelijk weer te vullen en me voor te bereiden op Kerst. Ik hoop in de toekomst weer een goedlopend bedrijf te hebben, waardoor een flink aantal gezinnen brood op de plank krijgt en kinderen opleidingen kunnen volgen.”

Tekst en beeld: Jaco Klamer

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons