Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Vijanden worden vrienden in de woestijn

‘Jezus kwam om bruggen te slaan, niet om muren te bouwen’

in Geloven

Op het eerste gezicht hebben de Palestijnen Saleem Anfous en Samar Al Alam en de Messiasbelijdende Joden Oded Shoshani en Joshua Goldstein (schuilnaam) weinig gemeen. Saleem en Samar wonen aan de ene kant van de muur in Bethlehem, Oded en Joshua in Jeruzalem aan de andere kant. Ooit haatten ze elkaar. Totdat ze de woestijn in gingen en geconfronteerd werden met de andere partij. Vier inwoners van het Heilige Land over hoe Musalaha (Arabisch voor ‘vergeving en verzoening’) hun leven veranderde.

‘Hoe kan je iemand liefhebben als je hem niet wilt ontmoeten?’

Saleem Anfous (21) groeide op in Saoedi-Arabië, waar zijn Palestijnse ouders als gastarbeiders werkten. Toen hij twaalf was, keerde het gezin terug naar de Palestijnse gebieden. Zoals zoveel van zijn leeftijdgenoten, ontwikkelde Saleem haatgevoelens richting Israël. “Er woonden geen christenen in de buurt. Iedereen sprak negatief over Israël. De enigen die een ander geluid lieten horen, waren mijn ouders. “Zij wilden dat ik anderen lief zou hebben. Ik vertelde hun niet dat ik regelmatig stenen gooide naar Israëlische soldaten.”

Rots
Toen Saleem later tot levend geloof kwam, ervoer hij een blokkade tussen hem en God. “Het was alsof er een grote rots tussen Hem en mij in stond. Die rots moest kapot, maar het duurde even voor ik besefte dat God wilde dat ik ook ging houden van Joden. Ik was al gestopt met stenen gooien, maar er moest meer gebeuren. Daarom gaf ik me op voor Musalaha (zie kader, red.).”
De ‘rots’ liet zich niet makkelijk kapot slaan. Eigenlijk geloofde Saleem er ook niet echt in. De eerste dag in de woestijn was een drama. “Ik sprak alleen maar met andere Palestijnen. ‘s Avonds moest ik een tent delen met een Israëli, maar ik kon het niet. Die man had in het leger gezeten. Ik ben buiten de tent gaan slapen.”

'Jezus verbindt' 
Toch groeide er langzaam iets in de groep Palestijnen en Joden. “We spraken over het geloof, over Jezus en ontdekten dat Christus ons verbindt. De tweede nacht sliep ik nog steeds niet in de tent. De nacht daarop was het echter heel koud buiten. Ik ging naar binnen toen hij sliep. De volgende ochtend was hij zo blij dat ik toch in de tent had geslapen. Een barrière was overwonnen.”

De ‘rots’ werd niet helemaal afgebroken tijdens Musalaha. Dat gebeurde pas later. Nu helpt Saleem anderen om Joden lief te hebben, onder wie zijn broertje. “Hij is dertien en begon ook stenen te gooien naar jeeps. Ik heb veel op hem ingepraat en hij heeft meegedaan aan een Musalaha voor kinderen. Nu haat hij Israël niet meer. Zelf studeer ik inmiddels massacommunicatie. Via de media hoop ik in de toekomst de boodschap van Jezus’ vrede te kunnen verspreiden.”

Vijanden
Samar Al Alam (22), student aan het Bethlehem Bible College, bedacht zich geen moment toen ze werd uitgekozen om naar Turkije te gaan. “Eindelijk eens het land uit! Totdat ik hoorde dat er ook Israëli’s mee zouden gaan. Toen wilde ik absoluut niet meer. Zij waren mijn vijanden. Kort daarvoor hadden soldaten ons huis in Beit Jala bezet, ons getreiterd en een bende van het huis gemaakt. Ook is mijn zus een keer gearresteerd en zijn mijn ouders geslagen. Nee, dit zag ik eerst niet zitten. Maar de mensen van Musalaha zeiden: ‘Ga gewoon mee, dan praat je maar niet met hen’.” Dat deed Samar dan ook: niet praten met Israëli’s. De stap om contact met hen te maken, was te groot.

Avondmaal
De organisatie nodigde haar een tweede keer uit, maar ook tijdens de tweede trip was de drempel te hoog om in gesprek te gaan met de Messiasbelijdende Joden. “Ik wilde wel veranderen, maar ik kon het niet. Ik bad over mijn leven. Waarom had ik hier zoveel problemen mee? Ik bestudeerde hoe de Here Jezus omging met Zijn vijanden en hoe Hij kon vergeven. De laatste dag gebeurde het. We vierden Avondmaal. Eén van de Joden stond op en begon te spreken. Hij vertelde dat hij in het leger had gezeten, dat hij geen mensen wilde doden en dat hij geen huizen wilde vernielen. Jezus had hem geleerd hoe hij anderen kon vergeven. Het raakte me. Eigenlijk wilde ik beter zijn dan hij.

Vrede
Op dat moment stond ik ook op. Hij gaf mij de wijn, ik hem het brood. Ik begon te huilen en vroeg om vergeving. Eindelijk besefte ik dat Jezus in de wereld is gekomen om bruggen te bouwen, geen muren. Wij moeten over die brug naar elkaar toe lopen. Alleen door Jezus kunnen we echt vrede krijgen in dit land. Elkaar ontmoeten, is erg belangrijk, want hoe kun je iemand liefhebben en je met hem verzoenen als je die persoon niet wilt ontmoeten? Verzoening op kleine schaal helpt, want God werkt door kleine mensen heen. De kleine, nietige Samar kan een voorbeeld zijn voor anderen.”

‘Met deze broeders en zusters breng ik de eeuwigheid door’

Oded Shoshani (46) is een denker. Op het kantoor van Musalaha in Jeruzalem vertelt hij over zijn ‘midlife crisis’, een periode waarin hij zijn eigen leven en zijn houding ten opzichte van de Palestijnen tegen het licht hield. Zijn musalaha werd in Nederland gehouden, in het centrum van Near East Ministry in Voorthuizen. “Eigenlijk heb ik nooit zoveel stilgestaan bij de situatie van de Palestijnen,” zegt Oded. “Ik heb altijd veel met Arabieren gewerkt. Palestijnen zijn dan ook in de eerste plaats mensen voor mij. Toch werd ik haatdragend, hoewel ik gelovig ben. Ik verlangde naar vergelding van wat ons, het Israëlische volk, werd aangedaan. Tegelijk wilde ik op een gegeven moment ook wel de Palestijnse kant van het verhaal horen. Daarom gaf ik me op voor Musalaha. Dat leek me een interessante ervaring.”

Emotioneel
In april 2002 kwam Oded aan in Nederland. In het land dat hij achterliet, steeg het geweld ondertussen naar ongekende hoogte. Hij omschrijft zijn eerste Musalaha-ervaring als gespannen en emotioneel. “Ik had nog nooit met een Palestijn contact gemaakt op een persoonlijk niveau. Dat ging ook erg moeilijk. Wij, de Messiasbelijdende Joden, voelden ons in een hoek gedreven. Alsof de Palestijnen alleen maar waren gekomen om hun gram te halen. Hun standpunten over de ontstaansgeschiedenis van de staat Israël waren erg eenzijdig.

Kerkelijk werker
Eigenlijk konden we het nergens over eens worden, maar we konden wel een relatie met elkaar opbouwen. Pas na die week besefte ik dat deze Palestijnen broeders en zusters waren met wie ik de eeuwigheid zou doorbrengen. Inmiddels heb ik verschillende Musalaha-conferenties bezocht. Het heeft me veranderd. Ik heb zelfs een goede, Palestijnse vriend. Mijn vrouw en ik bidden nu ook regelmatig voor Palestijnen. Door Musalaha ben ik gaan nadenken over mijn leven. Ik heb mijn baan als ingenieur opgezegd en ben gaan werken als kerkelijk werker. Sinds die conferentie in Nederland wil ik God meer dienen.”

‘Iedere Palestijn kon een terrorist zijn en me doden’

Joshua Goldstein (36) wil niet met zijn echte naam worden genoemd. Verschillende mensen in zijn omgeving weten niet dat hij een Messiasbelijdende Jood is en hij vreest hun reactie. Joshua groeide op in de voormalige Sovjetunie. Begin jaren negentig emigreerde hij naar Israël, waar hij tot geloof kwam. In de daaropvolgende jaren moest hij een paar maanden per jaar zijn dienstplicht vervullen. “Ik werd ingezet bij controleposten,” zegt Joshua. “Door de spotprenten in de Russische kranten had ik eerder een negatief beeld van Joden dan van Palestijnen. Mijn eerste contacten met Palestijnen waren bij de controlepost. Iedere Palestijn die naar me toekwam, kon een mes, pistool of bom bij zich hebben. Iedere Palestijn kon een terrorist zijn en me doden. Aan de blik in hun ogen kon ik zien dat ze me haatten. Ik werd bang voor Palestijnen.”

Mogelijk gevaar
Dat bleek ook toen Joshua aankwam in het Musalaha-kamp. “Als ik Arabisch hoorde praten, schrok ik. Arabisch betekende: mogelijk gevaar. Tijdens Musalaha had ik veel moeite dat gevoel van me af te schudden. Toch had ik me bewust opgegeven voor Musalaha. Dat ik mensen niet mocht vanwege hun afkomst, kon niet goed zijn.”

Begrip
Als (voormalig) militair had Joshua aanvankelijk heel wat uit te leggen. “Ik heb verteld waarom soldaten reageren zoals ze reageren. Op die manier hoopte ik begrip te krijgen. De meningen verschilden nogal, maar gaandeweg lukte het steeds meer elkaar als broeders en zusters te zien. Toen ik Musalaha verliet, bracht ik een belangrijke boodschap mee: Palestijnen zijn geen monsters. Jezus zegt: houd van God en houd van elkaar. Dat moeten we ook doen. Zonder Jezus is vrede niet mogelijk in dit land. Ik ben ervan overtuigd dat de wereld ooit in Israël een fantastische verzoening aan de hand van Jezus Christus zal zien tussen Arabieren en Joden.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Lees ook

Brouwerij brouwt biertje uit tijd van Jezus

Brouwerij brouwt biertje uit tijd van Jezus

'Bijbels bier' was goed alternatief voor het drinken van water

Op bezoek bij Tom Wright

Op bezoek bij Tom Wright

Wie is de belangrijkste verdediger van het christelijk geloof sinds C.S. Lewis? Volgens velen de Britse theoloog en veelschrijver prof. N.T. (Tom)...

Gert-Jan Schaap

'Jezus zou zeker op Facebook zitten'

'Jezus zou zeker op Facebook zitten'

Duitse bisschoppen zien social media als dé plek voor Jezus

Joëlle Post