Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

'Ik voelde enorme eenzaamheid, een zwarte leegte'

Rianne Hoek werd op jonge leeftijd wees

in Geloven

De nacht dat haar vader overleed, telde ze pas tien lentes. Krap drie jaar later verloor Rianne Hoek (40) uit het Groningse Bedum totaal onverwacht ook haar moeder. “De belofte dat Jezus ons niet als wezen achterlaat, vond ik vreselijk moeilijk.”

“Terugdenkend aan het overlijden van mijn vader, zie ik direct één beeld voor me. Ik sta thuis voor het raam en zwaai nog één keer naar mijn vader. Het is zondag en mijn moeder brengt hem, zoals ze vaker deed, naar het ziekenhuis. De auto rijdt over het pad langs ons huis de weg op.
 Ik zwaai. En ergens heb ik heel sterk dit verdrietige gevoel: ik zie hem – in dit leven – nooit meer terug.” 

Grotendeels afgekeurd 
“Mijn vader had een kalvermesterij in Lieren, vlak bij Beekbergen. Ik was de jongste thuis; de eerste broer boven mij was al vijf jaar ouder. Wij hadden mestkalveren, schapen en kippen en zo – altijd een levendige bedoening. Mijn moeder had een wol- en handwerkwinkel. Dit was wel nodig, omdat mijn vader grotendeels was afgekeurd. Vanaf zijn 13e kwakkelde hij al met zijn gezondheid. Hij had een zeldzame bloedziekte, maakte overal antistoffen tegen en had vaak bloedingen. Daarom heeft hij heel veel in het ziekenhuis gelegen. We wisten allemaal dat hij niet oud zou worden. Hijzelf zei dat ook vaak.” 

Net thuis 
“Uiteindelijk is hij niet direct aan zijn ziekte overleden, maar – gek genoeg
– aan een bloedprop in zijn hoofd. Op
 een zondag moest hij weer eens naar het ziekenhuis, helemaal in Utrecht. Sinds
 de vrijdagmiddag ervoor vertoonde hij al vreemd gedrag, wat ik eng vond. De dagen daarna bleef ik zeuren dat ik hem wilde zien. Uiteindelijk mocht ik donderdagavond mee naar het ziekenhuis. Toen was hij al enkele dagen buiten bewustzijn. Mijn moeder bleef nog wachten op de uitslag van nieuwe onderzoeken. Een paar uur later moest ik met familie weer mee terug naar huis; diezelfde nacht is hij overleden. We waren net thuis toen de telefoon ging. Het zwaaien voor het raam was dus echt ons laatste contactmoment. Hij had zo vaak in het ziekenhuis gelegen dat zijn overlijden niet echt als een donderslag bij heldere hemel kwam. Maar toch: het is wel heel definitief. Ik was pas 10.” 

Zwarte rouwkleren 
“Mijn vader is 43 geworden. Mijn moeder ook, raar genoeg. Zij overleed tweeënhalf jaar later. Toen was ik 13. Haar overlijden heb ik anders beleefd dan toen mijn vader stierf. Natuurlijk was ik ook verdrietig toen hij overleed. Maar ik kan niet zeggen dat ik inténs verdrietig was. Wel herinner ik me allerlei details nog goed. Bijvoorbeeld dat ik naast mijn moeder op de begraafplaats stond, in zwarte rouwkleren. Als we later langs die begraafplaats reden, keek ik altijd de andere kant op. Ik vond het eng. Zo van: daar ligt mijn vader, onder de grond. Mijn vader, met wie ik op vrijdagmiddag zo vaak inkopen deed voor de wolwinkel, in Rhenen of in Veenendaal bijvoorbeeld.” 

'Als we langs de begraafplaats reden, keek ik altijd de andere kant op'

Mooie herinneringen 
“Na zijn overlijden is de band met mijn moeder veel hechter geworden, ook omdat mijn broers en zus veel ouder waren. De meesten hadden al verkering en deden meer hun eigen dingen. Mijn moeder hield bijvoorbeeld enorm van zingen. Als we samen ergens naartoe reden, zongen we soms de hele weg. Mooie herinneringen. Gek misschien, maar ik heb in die tijd vaak gedacht: als zij ook komt te overlijden, trek ik het niet meer. Dat besef leefde heel sterk bij mij. En het werd helaas werkelijkheid.” 

De laatste blik 
“Ik zat net in de brugklas, toen we naar Apeldoorn verhuisden. Dat was in mei. In april was ik 13 geworden. Zes weken na onze verhuizing, op 13 juni, is mijn moeder overleden. Ze ging ’s avonds op bezoek bij een kennis die – tijdelijk – in een caravan woonde, in de buurt van Apeldoorn. Ze zijn allebei gestikt, door een koolmonoxidevergiftiging: er was geen goede afvoer en de gaskachels brandden. Het gebeurde op een woensdag. Voor ons als kinderen en de hele verdere familie was het een enorme schok. Het was héél heftig. Wat 
ik me vooral van mijn moeders begrafenis herinner, is het intense verdriet. Dat hing samen met het totaal onverwachte van haar overlijden, en de sterke band die we na het sterven van mijn vader hadden. Je kunt eigenlijk nooit zonder je ouders, en als meisje van 13 zéker niet zonder je moeder. Het sluiten van de kist, na de laatste blik op haar lieve gezicht, was al vreselijk emotioneel. En ik zie mezelf nog voor haar graf staan, de kist die langzaam in de kuil zakt. Het definitieve daarvan, het besef van ‘nooit meer’...” 

Versneld volwassen 
“Als ik de periode erna in één woord moet samenvatten, is het dit: overleven. Ik werd versneld volwassen. Ondanks het bij vlagen enorme verdriet, probeerde ik aan de buitenkant vrolijk te doen. Ik woonde destijds bij een zus, die net was getrouwd. Ik kwam wel onder de mensen, maar van binnen voelde ik een enorme eenzaamheid, een zwarte leegte. Op een gegeven moment liep ik helemaal vast. Toen woonde ik al op mezelf en zat ik in het eerste jaar van de pabo in Gouda. Het ging gewoon niet meer. Naarmate de jaren verstreken, was ik steeds verder weggezakt: de last van het verdriet werd steeds zwaarder, het slokte me op. ‘Je móét hulp gaan zoeken,’ zeiden ze op school. ‘Hier kom je in je eentje niet uit.’” 

Veel opgekropt 
“En ze hadden gelijk: ik was behoorlijk depressief. Soms besprong de gedachte me: wat heeft het leven nog voor zin? Wat vaak gebeurt, overkwam ook mij: als je zo veel diepe emoties jarenlang hebt opgekropt en je gaat er dan eindelijk over praten, zak je eerst nóg verder weg. Om een lang verhaal kort te maken: ik heb drie maanden op een gesloten PAAZ-afdeling gezeten, en dat was goed. Alsof er een last van me afviel. Ik hoefde niet meer te vechten, mezelf op de been te houden. Alsof God tegen me zei: ‘Geef het allemaal aan Mij over.’ Een begin van bevrijding.
Op een dag zag ik buiten het gras weer groeien, en de bloemetjes. Met een schok realiseerde ik me dat ik dit jarenlang niet had gezien! Want ik zat opgesloten in die koker van mijn verdriet. Na die opname ging het al snel zo goed, dat ik nog maar enkele gesprekken met een psycholoog nodig had. Daarna kon ik mijn leven echt weer oppakken. Ik was God daarvoor zo dankbaar, dat ik kort daarna belijdenis van het geloof heb gedaan in de kerk. Hij heeft mij door een diep dal heen geholpen, en me al die tijd vastgehouden – ook toen ik Zijn hand nergens zag.” 

Geen licht 
“Je ziet vaak dat mensen na een depressie terugvallen. Bij mij is dat nooit gebeurd. Waarom anderen wel, en ik niet? Daar worstel ik soms mee. Dit weet ik wél: God kan en wil je uit het dal helpen, hoelang het ook kan duren. Hij is erbij. Altijd. Het beroemde schilderij van Rembrandt, waarop je de verloren zoon en zijn vader ziet, is voor mij heel sprekend. Als je goed kijkt, zie je dat Rembrandt die vader een vader- én een moederhand heeft gegeven. Zijn handen rusten liefdevol op de schouders van deze zoon. God is tegelijk een vader en een moeder voor mij.” 

Een nieuw doel 
“Voordat Hij naar de hemel ging, beloofde Jezus Zijn leerlingen: ‘Ik zal u niet als wezen achterlaten.’ Die tekst heb ik na het overlijden van mijn ouders lange tijd moeilijk gevonden. Ik worstelde juist steeds met gevoelens van eenzaamheid. Dat werd anders toen ik op mijn 26e trouwde met Cees; hij is nu hervormd predikant in Bedum en Onderdendam. Ons huwelijk gaf een nieuwe dimensie aan mijn leven. 

Het heeft best lang geduurd voordat wij kinderen mochten krijgen. Onze tweeling – Ruben en Joas – is nu 6. Ik geniet enorm van deze jongens. Door hen kijk ik nu vooral vooruit, naar de toekomst, en minder achterom. Als moeder kan ik zo veel aan hen doorgeven en voor hen betekenen. Tegelijk moet ik toegeven dat het ongedwongene er na het overlijden van mijn vader en moeder niet meer is: sinds hun dood ben ik me heel sterk bewust van de kwetsbaarheid van dit leven. Maar ook dat probeer ik in Gods hand te leggen.” 

Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Eljee

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons