Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

“God liet me zien welk verschil ik kon maken”

Loodgieter wordt MAF-piloot in Australië

in Geloven

Als Marijn de Zwart (36) de Cessna met brullende motor naar boven stuurt, breekt plotseling het gouden licht door de grijze nevellucht. Achterin ligt een meisje, gewond in haar buik. “Dit is meer waard dan honderd cv-ketels per week verkopen.”

Vliegen in de wolken vraagt opperste concentratie, weet Marijn de Zwart (36) inmiddels uit ervaring. Wat hem betreft het moeilijkste deel van het vliegen. “Je ziet niets en moet volledig op je instrumenten vertrouwen,” zegt hij. “Vooral het landen vanuit een wolk is pittig. Heel grote vliegtuigen kunnen doorvliegen tot de baan, ook al zien ze niets. Ik heb altijd wel zo’n honderd meter zicht nodig. De weg vanuit de wolken naar het begin van de baan komt dan heel precies. Maar ach, dat houdt me afhankelijk, en dankbaar voor de zegeningen.”

Australië
Nuchter en vol vertrouwen. Die eigenschappen tekenen Marijn. Op de dag van het interview heeft hij twee keer gevlogen – een van zijn laatste lessen in het Nederlandse luchtruim. Nog een paar dagen en hij vertrekt met zijn vrouw Esther en drie kinderen van 8, 5 en 3 voor minimaal twee jaar naar het ruige noorden van Australië, waar hij onder de Aboriginals gaat werken. 

"Ik sprak geen woord Engels"

Pilotenopleiding Als de MAF een presentatie houdt op zijn basisschool, weet Marijn al: dat wil ik! Piloot worden lijkt hem het einde. “Maar ja, een pilotenopleiding kost heel veel geld. Bovendien was ik niet echt een student; ik ben vooral heel praktisch ingesteld en werkte graag met mijn handen. Daardoor verdween die jongensdroom wat naar de achtergrond.” Vanaf zijn twaalfde werkt Marijn in zijn vrije tijd al als loodgieter
en na de middelbare school kiest hij voor MTS-elektrotechniek. Hij gaat aan het werk bij een bedrijf in verwarmings- en loodsgietersmaterialen en kan na een aantal jaren de zaak zelfs overnemen. “Toen ik eenmaal een eigen zaak had, heb ik het vliegen echt uit mijn hoofd gezet. Daar kwam bij dat ik geen woord Engels sprak, dus zo’n opleiding was niets voor mij. Dacht ik.”

Roeping
Toch blijft de MAF aan hem trekken. Via foldertjes die hij in handen krijgt en via informatieavonden. Op een dag trekken Marijn en Esther de stoute schoenen aan en bezoeken ze een MAF-interessedag. “Esther hoopte dat we daar zouden 
horen dat het niet doorging. Ik had al een motorrijbewijs, een vaarbewijs, we waren speciaal voor mijn bedrijf vanuit Zuid-Holland naar Apeldoorn verhuisd, en nu had ik weer wat geks: vliegen voor de MAF. Ze wist wel dat ik dit graag wilde, maar zij dacht: dat waait wel over.” Bovendien weten ze beiden: wie voor de MAF gaat werken, trekt alles overhoop. Je blijft namelijk niet in Nederland wonen. Die gedachte is vooral voor Esther weinig aanlokkelijk. Een uitspraak van een van de sprekers
op de interesse dag blijft echter bij zowel Marijn als Esther haken: ‘Het is niet de vraag óf je een roeping hebt, maar wélke roeping je hebt.’ Marijn: “Het wonderlijke was dat precies dit aspect terugkwam in een preek de zondag erna. Dat was voor ons de bevestiging dat we hiermee verder mochten gaan.” 

Lastige beslissing
Dat betekent overigens niet dat alle twijfels van de baan zijn. Marijn moet nog door het strenge selectietraject en zal 
een zware dobber krijgen aan de grote hoeveelheid theorie. Tot zijn verrassing komt hij door alle keuringen en blijkt hij geschikt om te vliegen. Het eerste deel van de opleidingskosten van zeventigduizend euro kan hij financieren vanuit zijn eigen zaak. Maar naarmate de opleiding intensiever wordt en hij meer tijd en geld kwijt is aan vliegen, staat Marijn voor een lastige beslissing. “Ik kon de drukte van mijn bedrijf niet meer combineren met mijn opleiding. Bovendien werden de kosten ook hoger. Je koopt elke week een les, waarbij je in het begin les hebt in een klein vliegtuig. Dat kost zo’n honderdtachtig euro per uur. Met instructeur erbij ben je 250 euro per uur kwijt. Vliegen in een groter vliegtuig kost zelfs 400 euro per uur. Dus wilde ik er echt mee door, dan moest ik de zaak verkopen. Dat was heel moeilijk; het was echt mijn bedrijf. Bovendien moest er wel brood op de plank komen voor mijn gezin. Maar ik wist ook: als ik iets goed
wil doen, moet ik er voor honderd procent voor gaan.”

Meisje met een buikwond
Wat Marijn helpt bij het nemen van zijn beslissing, is een onverwachte reis naar Papoea. Hij kan mee met zijn instructeur, die daar moet invallen voor een piloot die ziek is. Marijn: “Ik heb daar twintig uur gevlogen, als tweede piloot, en met eigen ogen gezien welk verschil het werk van MAF maakt. Toen was het duidelijk: ik kon nog zo veel geld verdienen met mijn eigen zaak in Nederland, een vrijstaand huis met garage hebben en een mooie auto, maar dáár kon ik mensen helpen. Als we ergens landden, liep het hele dorp uit. Want onze komst betekende voedsel, post van een hele week, medicijnen. We konden een meisje dat op een hekje was gevallen en een ernstige buikwond had, in een kwartier naar het ziekenhuis vervoeren. Als zij nog een dag zonder hulp was geweest, had ze het niet overleefd. God liet me in Papoea zien welk verschil ik kon maken. Eén persoon in een week helpen, geeft zo veel meer voldoening dan honderd cv-ketels verkopen.”

Marijn hakt de knoop door: hij verkoopt zijn bedrijf en gaat werken als zzp’er. Zo heeft hij inkomsten, maar is hij ook flexibel. 

"God liet me in Papoea zien welk verschil ik kon maken"

Zie je dit werk als een roeping?
“Het is een passie, maar ik mag denk ik ook wel zeggen dat het een roeping is. God gaf mij de interesse in de techniek, maar ook het verlangen om piloot te worden. En daarbij heeft Hij zo veel zegeningen gegeven op dingen die voor mij onmogelijk leken. Ik spreek nu Engels – mede dankzij een half jaar Bijbelschool in Engeland,
die we als gezin gevolgd hebben – ik kan vliegen, ik sta zelfs op het punt om te vertrekken naar Australië.”

Het gaat ook weleens mis...
“Ja. Al gaat het bij de MAF de laatste jaren heel goed; er zijn weinig dodelijke ongelukken. Maar inderdaad, je hebt maar één motor en die kan er altijd mee stoppen; het blijft tenslotte techniek. Maar als ik 
zie hoeveel we hier vliegen... Ik vroeg het net nog aan m’n instructeur – die jongens hebben tienduizend uur gevlogen en nog nooit meegemaakt dat iets ermee stopte. En als de motor uitvalt, kunnen we ook nog landen. De belangrijkste training is niet voor niets gericht op wat je moet doen als de techniek faalt.” Peinzend: “Soms denk ik: áls het misgaat, laat ik dan maar alleen in het vliegtuig zijn.”

Beangstigt het je weleens?
Hij is even stil. Dan: “Nee. Ik mag daar ook vertrouwen in hebben. Er is er Eén die het stuurt, Hij is eindbaas. En natuurlijk voel ik altijd een gezonde spanning, die waarschijnlijk minder wordt als ik meer ervaring heb. Al ben ik me er altijd van bewust dat ik met een zwaar stuk gereedschap aan de gang ga, waar ik als piloot verantwoordelijk voor ben. In die zin kijk ik met ontzag naar een vliegtuig.” 

“Naarmate ik vorderde met mijn vliegopleiding, voelde ik de druk toenemen,” zegt hij even later. “Tegelijk wist ik: ik hoef het niet alleen te doen. Als God mij tot hiertoe had geholpen, zou Hij mij ook het laatste stuk wel helpen.” Met een glimlach: “Anders had Hij hopelijk de deur wel iets eerder dichtgedaan. Dat had tenminste een hoop geld gescheeld.”

Pittig afscheid
Het hele gezin staat inmiddels te trappelen om te vertrekken. De koffers zijn gepakt, overbodige spullen verkocht en het huis 
is verhuurd. “We hebben ons zes, zeven jaar lang voorbereid. Nu zijn we klaar om te gaan. Het afscheid zal best pittig zijn, vooral voor de oudste. Hij moet afscheid nemen van opa, oma en zijn vriendjes. En ja, we zitten echt aan de andere kant van de wereld, maar we hebben wel Skype, WhatsApp en FaceTime.” Wat ga je, behalve familie en vrienden, het meeste missen?
 “Misschien wel de Nederlandse efficiëntie. Ik houd ervan als dingen geregeld zijn. En verder? Patat. Ik ben echt een patatboer. Desnoods importeer ik m’n eigen frituurpan, haha!”

Gravelweg van 600 kilometer 
“We gaan wonen in Yirrkala, een Aboriginaldorp in het noorden van Australië,” antwoordt hij op de vraag waar het gezin precies naartoe gaat. “Dat ligt achttien kilometer van het mijnstadje Nhulunbuy, waar de kinderen naar school gaan. De weg naar ons dorp is een gravelweg van zeshonderd kilometer lang, die de eerste helft van het jaar door de grote hoeveelheid regen niet eens te berijden is.” Esther zal er de eerste tijd vooral voor het gezin zijn, Marijn start met een training om zijn Europese vliegbrevet om te zetten in een Australische. Vervolgens moet hij een werkvisum aanvragen, waarna hij ingevlogen wordt op de toestellen waar MAF Australië mee vliegt. “Uiteindelijk is het de bedoeling dat ik alles ga vervoeren wat je hier via de weg vervoert. Dat varieert van mensen tot medicijnen en van post tot voedsel en bouwmaterialen.”

"Desnoods importeer ik mijn eigen frituurpan"

Geen zorgen 
Het gezin De Zwart tekent steeds voor blokken van twee jaar, maar hoelang het vijftal echt in Australië blijft, is onzeker. “Het kan zelfs zijn dat ik volgend jaar geen piloot meer mag zijn. Je wordt namelijk elk jaar medisch gekeurd.” Daar rekent Marijn voorlopig niet op, al zullen ze over acht jaar, als de oudste 16 is, zeker goed nadenken over hun volgende stap. Maar over de toekomst maakt Marijn zich voorlopig geen zorgen. “Ik heb een Europees vliegbrevet, dus ik kan in Nederland altijd solliciteren als piloot. Daarnaast heb ik een elektro-opleiding en verkoopervaring en kan ik zo weer als loodgieter of elektricien aan de gang. Al is het ’t mooist als ik kan blijven vliegen. Misschien wel als instructeur.”

Als Marijn even later de deur van de cockpit opent en lenig op de grond springt, zegt hij: “Ik vind dit echt een groot cadeau.” Opnieuw die glimmende ogen. “En dan te bedenken dat ik een paar jaar geleden nog cv-radiatoren stond te verkopen! Zelfs als dit avontuur nu nog mislukt, zou ik me met al deze ervaringen enorm gezegend voelen.”

Inmiddels is het gezin De Zwart vertrokken naar Australië. Volg hen hier

Tekst: Mirjam Hollebrandse
Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons