Icon--npo Icon--menu Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

"Arie was de Jesse Klaver van de jaren 90"

Arie van der Veer, Ad de Boer en Jan Poortman over 50 jaar EO

in Geloven

Breng de drie ereleden van de EO – ds. Arie van der Veer, Ad de Boer en Jan Poortman – bij elkaar, en je hebt genoeg ingrediënten om een hele Visie te vullen. Herinneringen aan vijftig jaar EO te over, maar ook zorgen voor de toekomst. En toch: “Wij zijn wel drie ouwe sokken, maar ik zou boos worden als we het beeld gaven dat het vroeger allemaal beter was.”

“Mijn mooiste herinnering? Als ik moet kiezen, zeg ik: de A-actie van 1991.” Na het behalen van de zogenaamde A-status kreeg de EO fors meer subsidie en zendtijd, en Ad de Boer kan zich die periode nog helder voor de geest halen. “Ik was toen adjunct-directeur en het was een roerige tijd. Het bestuur vond het een onverantwoorde stap om van B- naar A-status te gaan, zowel voor het bedrijf als voor onze identiteit. A-omroep worden betekende verwatering – per definitie.”
Die zomer ging Ad met een troosteloos gevoel op vakantie. Dit is bijna het einde van de EO, dacht hij. Maar toen hij begin augustus terugkwam, besloot toenmalig directeur De Koster het toch nog een keer te proberen bij het bestuur. Ad: “Vervolgens werden álle argumenten uit de kast gehaald en ergens in de tweede helft van september dat jaar zei het bestuur ja. Wauw! Maar toen waren er nog maar negen weken om het benodigde aantal leden te halen. Dat kon helemaal niet. Maar het onmogelijke werd werkelijkheid: in negen weken tijd hebben we meer dan tweehonderdduizend leden gehaald. Dat was fantastisch. Een wonder! Net zoals de totstandkoming van de EO een wonder was.”

"Als EO reden we mee op de bagagedrager van de VPRO"

Overal geroezemoes
Jan Poortman knikt: “Voor mij was het hoogtepunt niet zozeer de actie zelf, maar meer het ‘gezoem’ eromheen, het geroezemoes in Nederland, in seculiere media, overal. Daaruit concludeerden we dat we als EO toch breder verankerd waren in de Nederlandse identiteit dan we dachten. Het was een opwindende tijd.”
“Voor mij geldt hetzelfde,” reageert ds. Arie van der Veer. “Maar wat Ad niet heeft gezegd: het was eigenlijk met dank aan de VPRO. Omdat zij voor de A-status gingen, hebben wij het ook gedaan. De toenmalige directie was inderdaad wat huiverig, maar ze hebben wel die sprong gewaagd: op de bagagedrager van de VPRO zijn ze meegereden. Trouwens, onlangs werd van GroenLinks gezegd: het is een beweging. Dat is de EO in de negentiger jaren ook echt geweest en de overstap van B naar A was daar een prachtig begin van. En om het maar even onbescheiden te zeggen: nu heb je Jesse Klaver, en toen was ik er.”
“Rond jouw imago heb ik nog wel een mooi verhaal,” lacht Jan. “Ik heb EO-ledenreizen geleid waar jij ook bij was. Op de eerste dag vroegen mensen in mijn bus of ik het kon regelen dat er in de loop van de reis een moment was waarop ze jou mochten aanraken of een hand konden geven.”
Ad, grijnzend: “Dat bevestigt dat je de Jesse Klaver van toen was.”

Er zijn mensen die beweren dat het vroeger allemaal beter was bij de EO: méér evangelie, radicalere keuzes, gelovigere medewerkers…
Stuk voor stuk schudden de mannen hun hoofd. Arie: “Dit durf ik wél te zeggen: het was in de jaren 90 duidelijk ánders dan na 2000.” Jan: “Maar dan moet je ook benoemen dat de hele context van de Nederlandse samenleving is veranderd. De betrokkenheid van mensen bij organisaties en bedrijven is losser geworden. Er waren personeelsleden die uit diepe overtuiging voor de EO kozen. Nu zullen er ook mensen zijn die er beroepsmatig, professioneel voor kiezen hier een paar jaar te werken. Dat is volgens mij inherent aan de culturele verandering die we nu meemaken.”

Ad, kauwend op zijn brillenpootje: “Als je vroeger bij de EO ging werken, kwam je elders niet meer aan de bak. Je ging in de jaren 70 naar de EO in de wetenschap: ik maak een keuze, ik verbrand daarmee de schepen. In ieder geval was de overstap naar een andere omroep als werkgever volslagen uitgesloten.”
Arie schiet in de lach en zegt: “Dat waren verraders, Ad!”
Ad: “Het verzet in Hilversum tegen de komst van de EO in het publieke bestel, was immens. Zelfs technici van andere omroepen wilden niet voor de EO werken.”

"Als je vroeger bij de EO ging werken, kwam je elders niet meer aan de bak"

"De wereld valt mee"
De ereleden, die zichzelf gekscherend als “de drie oude knarren” typeren, schetsen het beeld van die begintijd, waarin de wereld uitsluitend werd gezien als slecht en boos. Ad: “Het motto van de EO klonk heel mooi: ‘Wij hebben een Woord voor de wereld’. Maar die wereld moesten we buiten de deur houden. We moesten verdedigen wat we hadden. Ik weet nog, Arie, jij was een jaar of twee voorzitter, toen je een keer schreef: ‘De wereld valt mee.’ Dat zal ik nooit vergeten: de wereld valt mee!”
Jan: “Dat is een groot keerpunt geweest in de hele EO-geschiedenis, ook programmatisch. Want toen EO-programmamakers de wereld ingingen en terugkwamen met vragen van mensen die ze ontmoet hadden, waren wij natuurlijk helemaal overstuur: de wereld was helemaal niet zo goddeloos als we dachten.”

Met welke programma’s begon dat?
Jan: “Met Hart op de tong van Henk Binnendijk bijvoorbeeld. Daarin vroeg hij aan mensen op staat: ‘Mag ik u een vraag stellen’?”
Ad: “En Fifty Fifty. Henk viel soms gewoon stil in dat soort uitzendingen, met bijvoorbeeld Herman Brood en Henny Huisman. Het werd niet alleen ‘zenden’, er kwam nu ook ‘luisteren’ bij.”
Jan: “En dat luisteren had een enorme impact! Wij kregen ineens een gevoeligheid voor een wereld die we altijd buiten ons blikveld hadden gehouden – het viel wel mee, daar.”

Spitsroeden lopen 
De drie benadrukken dat de ideeën voor deze programma’s niet vanuit het toenmalige bestuur kwamen, maar van de tv-makers zelf. Ad: “God verandert mensen was ook zo’n titel. In die eerste jaren, rond 1984, was het spitsroeden lopen met die serie. De kritiek was dat het remonstrants en arminiaans was: ‘Een mens kan helemaal niet zelf voor Jezus kiezen’.”

“Daar moet ik wel even wat toelichten, Ad,” zegt Jan. “Dat wij als bestuur misschien wat traag waren ten opzichte van de programmamakers, komt omdat wij ‘de wereld’ ook niet kenden. We leefden nog steeds in de verzuilde maatschappij van onze eigen organisaties, onze eigen kerken. Wij waren bang, omdat we ons hele leven gewaarschuwd waren voor de wereld en de cultuur. Het waren de programmamakers die ons confronteerden met ‘de wereld’.”

Gaten in zijn broek
De drie herinneren zich overigens meer van de bestuurlijke sores uit die tijd. Zo weet Arie nog dat er bij de opnames van de EO-Jongerendag een paar mensen gesignaleerd waren die hun handen omhoog staken tijdens het zingen. “En jongens, dat was in beeld gebracht…”
Ad herinnert zich hoe hij de nacht van maandag op dinsdag altijd heel slecht sliep, vanwege de bestuursvergaderingen die hij op maandagavond samen met wijlen Dirk-Jan Bijker bijwoonde. “Het was vaak dramatisch hoe we daar als programmamakers dwarsgezeten werden. Johnny Cash mochten we niet uitzenden. Een prachtige tv-documentaire over Larry Norman werd verboden, omdat hij gaten in zijn broek had die met veiligheidsspelden bij elkaar werden gehouden. En omdat hij lang haar had. Dat had ik ook in die tijd – van mij accepteerden ze het, maar van hem kennelijk niet.”
Jan: “Dat kwam omdat we bestuurlijk al een jaar bezig waren om een kader te zoeken waarin muziek paste. Er is maar één Bijbeltekst die gaat over geluid, maar wij konden daar jaren over studeren en discussiëren.”
Arie: “Filippenzen 4 vers 8: Alles wat welgevoeglijk en welluidend is…”
“We dachten dat we de Bijbel hoorden en dat we teksten uitlegden,” vervolgt Jan. “Maar ondertussen zaten we een bedrijf dwars op zo’n futiele en achteraf domme manier; schandalig, schandalig!”
Ad: “Ik heb weleens tegen de kinderen gezegd: ‘Jullie denken dat er in deze tijd geen wonderen meer gebeuren, maar het feit dat ik het zo lang bij de EO uitgehouden heb en zowel lichamelijk als mentaal gezond ben gebleven, is een wonder. Vanwege dat bestuur.”
Arie en Jan schaterlachen.

Vanuit de achterban klinkt soms kritiek dat het missionaire gehalte nu te wensen over laat. Hoe kijken jullie daarnaar?
Jan, zuchtend: “Ik vind het zó makkelijk als dit gezegd wordt. Mensen realiseren zich dan onvoldoende hoe moeilijk deze wereld in elkaar steekt. Je moet ontzettend bescheiden zijn, in dat opzicht.”
Ad: “Ik heb zat zorgen over de EO, maar die zitten niet zozeer op dit punt. Kijk, het is in het bestel natuurlijk ook veel moeilijker geworden. In mijn eerste directiejaren ging je ergens in maart, april om de tafel zitten en met z’n drieën maakte je op grote papieren vellen het uitzendschema voor het volgende seizoen. Als dat klaar was, wist je: dit gaan we uitzenden. Dat is nu, mede door de zendercoördinatoren en de kijkcijfereisen, eindeloos veel moeilijker geworden.”

"Mensen realiseren zich onvoldoende hoe moeilijk deze wereld in elkaar steekt"

Je zorgen zitten niet zozeer op het punt van missionair zijn, zeg je. Waar dan wel?
“Als ik kijk naar de tijd van vandaag, denk ik: geloven we nog dat een schaap buiten de kudde, een mens zonder Jezus, verloren is en verloren gaat? Ik vind dat een ongelofelijk klemmende vraag. Temeer omdat ik daar niet onderuit kan als ik het evangelie lees. Ik zeg niet dat je dat tot spits van je boodschap moet maken, maar als je gelooft dat uiteindelijk iedereen, linksom of rechtsom, toch wel behouden wordt, waar is dan je drive nog?
Daarnaast is er die andere indringende vraag: wie is Jezus? Delen we anno 2017 als mensen van de EO met elkaar nog het geloof dat Hij Gods Zoon is, die onze schuld heeft gedragen en verzoend? Blijven we met elkaar geloven dat Jezus de enige weg naar de Vader is en dat in Hem en door Hem het Koninkrijk is gekomen? Tegelijk moet ik ook zeggen: ik kijk met grote vreugde iedere zaterdagavond om half zeven naar De Verandering, de opvolger van God verandert mensen. Een ongelukkig tijdstip, maar wetend hoe ingewikkeld het bestel is, snap ik dat wel. Het is maar net wie erover beslist. Het is gewoon ingewikkeld om als EO alles te doen wat je zou willen. Maar inhoudelijk is het een voortreffelijk programma; het laat zien hoe mensen op een geweldige manier door God in hun nekvel gegrepen zijn.”

Verwend hondje
“Kijk,” haakt Arie aan, “er zitten hier nu drie ouwe sokken, maar ik zou boos worden als we het beeld zouden geven dat wij drie verontruste mannen zijn die zeggen dat het vroeger allemaal beter was. Soms heb ik zelfs het gevoel dat er op de werkvloer meer gebeden wordt dan vroeger. Althans, bij de programma’s die ik maak. Maar goed, ik ben natuurlijk een verwend hondje; misschien gaan ze bidden als ik er ben. Maar als ik een aflevering van De Kapel maak, roept de regisseur heel de handel bij elkaar en zegt: ‘Of je gelooft of niet, Arie gaat voor jullie bidden.’”
Even is hij stil. Dan: “Waar ik echt over tob, is het doel waarvoor de EO is opgericht. In hemelsnaam: hoe bereik ik de mensen van deze tijd? En als het gaat over de missie van de EO, tob ik over de vraag in hoeverre wij de droom, het verlangen, de inspiratie die we hadden, blijven waarmaken.”
Jan: “Tegelijk zou ik wel, samen met de kerken, opnieuw willen zoeken naar wat onze priesterlijke roeping in de huidige cultuur betekent. Ik vind dat de EO zich op dit moment meer zou moeten focussen op een aantal vitale problemen in onze eigen samenleving. Armoede bijvoorbeeld, eenzaamheid. We zijn tegen ‘voltooid leven’, maar we laten rustig de buurvrouw of mensen in het verzorgingstehuis creperen. Dat priesterlijke moeten we opnieuw mobiliseren.”
Arie veert op: “Dat is ook missionair zijn, hè? Mensen denken bij missionair altijd aan Henk Binnendijk of aan Feike ter Velde, en vroeger zongen we dan: ‘Roept uit aan alle stranden’, maar ondertussen zaten we in de kerk. De vraag is wel: hoe maken we een voluit missionair programma dat kijkcijfers haalt? Kijkers geven geen oordeel over de visie die we hebben, maar over wat ze missen en wat ze zien op televisie.” Peinzend: “Misschien moet je denken aan een ander medium. Als ik denk aan internet en de sociale media, dan had de EO allang een hofleverancier kunnen worden...”

Zou je in deze tijd directeur willen zijn, Ad?
Resoluut: “Nee. O nee.” Met een glimlach: “Ik heb in 2006 dankbaar afscheid genomen. Zeker gezien de complexiteit van het bestel ben ik absoluut niet jaloers op de huidige directeuren en ben ik blij dat ik dat werk niet meer hoef te doen.”

En Arie, zou je nog voorzitter willen zijn?
“Ja, hoor.” De twee anderen bulderen, maar Arie gaat onverstoorbaar verder: “Ik zou graag weer de boer op gaan, het land in. Waarom? Dat is dezelfde vraag als waarom ik zondags nog preek: omdat ik bewogen ben met de mensen. En omdat – net zoals Ad zegt – mensen zonder Jezus verloren gaan. Van dat besef lig ik soms nachtenlang wakker.”

Blijft er binnen het publieke bestel toekomst voor de EO?
Jan: “Ik kan me niet voorstellen dat Nederland op levensbeschouwelijk vlak zó uitdunt, dat er over tien, twintig of dertig jaar geen christelijke omroep meer is. Er zullen meer regels komen en andere eisen gesteld worden, maar geen EO? Dat is onbestaanbaar.”
“Ik ben er pessimistischer over,” reageert Arie. “Zeker als het gaat om een christelijke omroep die EO heet. Daarom vind ik het heel goed dat de EO de representatietaak van de IKON heeft overgenomen. Want ik denk dat de overheid wel ruimte zal laten voor geestelijke stromingen. En dan is het goed om kerken en christenen te verenigen om via de media het christendom vorm te geven. Even los van de vraag hóé je dat dan doet.”

Donkere wolken
Ook Ad is pessimistischer dan Jan, zeker als hij kijkt op de langere termijn. “Het politieke draagvlak voor een publieke-omroepbestel is ongelofelijk geërodeerd. Tegelijkertijd denk ik: de Here heeft in de afgelopen vijftig jaar al zo veel wonderen gedaan. De EO had niet eens kunnen bestaan! En wat dacht je van de A-actie, waar we het al eerder over hadden. Maar goed, dan moet er dus wel een wonder gebeuren, wil de EO over vijftien jaar…”“…zo zijn als ze nu is,” vult Arie in.
“Nee,” stelt Jan, “niet zoals ze nu is. De vorm kan veranderen. Ik geloof dat God in Nederland nog wel een poosje christelijke omroep mogelijk maakt.”
Arie: “Ik vind dat jullie nu mooi praten. Jij, Ad, hebt het over wonderen en jij, Jan, begint nu over God die het mogelijk maakt… Alsof ik dat níét geloof! Ik geloof dat, maar het menselijke antwoord is dat er donkere wolken zijn.”
Ad: “Natuurlijk, zeker. Donkere wolken boven Hilversum. Dat hebben we vaker gehoord.”


Tekst: Mirjam Hollebrandse en Gert-Jan Schaap
Beeld: Ruben Timman

 

 

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons