Icon--npo Icon--menu Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

‘We proberen een normaal gezin te zijn’

Siebren runt in zijn eentje een gezinshuis

‘Moeten wij nu weg?’ vroegen de gezinshuiskinderen van Siebren en Marike, toen Marike in 2014 overleed. Geen sprake van, vond Siebren, die zes jaar daarvoor samen met Marike gezinshuisouder in een gezinshuis was geworden. Hij zet zich met hart en ziel in voor zijn vier gezinshuiskinderen. “Sommige dingen leer je alleen in een gezin.”

“Of ik ooit spijt heb gehad?” Siebren – 50, kortgeknipt haar en driedaags baardje – zit op een van de tien stoelen die rond de lange, robuuste eettafel staan. Zwarte en witte, om en om. “Nooit,” zegt hij resoluut. Hij schudt zijn hoofd, alsof hij zijn woorden kracht bij wil zetten. “Ik zou het zo weer doen.” Om op iets lagere toon verder te gaan: “Ze zijn zo leuk. En ik hou absoluut van ze. Anders zou ik dit ook niet kunnen doen. Natuurlijk mopperen ze weleens op mij, zeker nu ze in de puberteit komen. Maar dat kan ik goed hebben. In deze fase moet je ze gewoon niet al te serieus nemen; ze vinden toch alles stom. Bovendien: als we op vrijdagavond met z’n allen naar The Voice kijken, hangen ze weer bovenop me.”

'We hadden plek, dus waarom niet?'

Toen Siebren en Marike negen jaar geleden begonnen aan een gezinshuis, stonden ze er heel open in. “We hadden plek, dus waarom niet? Laat maar komen, we zien wel. We hadden wat ervaring met het opvangen van een kind, al was ‘even een kind opvangen’ natuurlijk wel heel wat anders dan een gezinshuis runnen.” Nog geen jaar later hebben Siebren en Marike vijf kinderen, elk met zijn eigen rugzakje. “Een gezinshuis biedt ruimte voor vier gezinshuiskinderen,” legt Siebren uit. “Daarnaast kun je dan nog eigen kinderen of pleegkinderen hebben. Wij hadden dus vier kinderen, plus een pleegkind, Quincy.”

Handen vol
Vooral in die eerste jaren hebben de kersverse gezinshuisouders hun handen vol aan het gezin dat ze runnen. Marike, hoofd van een communicatie-afdeling, gaat drie dagen minder werken en ook Siebren, accountmanager, levert twee dagen in. “Vooral in het begin zijn er genoeg momenten geweest waarop we zeiden: ‘Here, het is omdat U erin gelooft, maar wij zien het niet meer zitten.’”

Wat waren dat voor momenten?
“Als er weer eentje weggelopen was, bijvoorbeeld. Dan dacht ik echt: wat een stom plan was dit. Hoe kom ik er ook bij dat ik dit kan en dat ik ze wat te bieden heb! We gingen door omdat God het een goed idee vond, maar wij waren niet meer zo enthousiast. Die frustratie was na een week ook weer over, en het feit dat we zeker wisten dat het Gods plan was, gaf ons moed. Want je weet: en toch zit ik op de goede plek, en toch heb ik ze nog steeds wat te bieden.”

Veel liefde
Siebren schenkt een tweede glas thee in en zegt: “Toen we hieraan begonnen, dachten we: we geven ze gewoon heel veel liefde en dan komt het allemaal goed met die kinderen. Maar je ontdekt al heel snel dat het zo niet werkt. Dus op een gegeven moment zeiden we: ‘Als ze maar een beetje beter weggaan dan dat ze kwamen. Dan hebben we toch een steentje kunnen bijdragen.’ Nou ja, die houding zorgt ervoor dat je tegenslagen kunt incasseren en dat je de lat niet onrealistisch hoog legt.”

Diepe zucht
De voordeur gaat open en dicht. Vanuit de gang klinkt gestommel. “Hey!” roept Siebren enthousiast als Ornella (11) de kamer binnenkomt. “Hoe was het op school?” Ornella schuift een stoel naar achteren, ploft neer en laat een diepe zucht horen.
“Was het zo erg?” reageert Siebren.
“Leuk. We hoefden maar heel weinig te werken.”
“Ah, dat spreekt jou aan,” knipoogt Siebren.

'Ze doet geen moeite voor mij'

Zakje gekleurde snoepballetjes
Ornella was 7 toen ze bij Siebren en Marike kwam. “Ik weet nog dat ik die eerste nacht niet kon slapen,” zegt ze, terwijl ze een knisperend zakje gekleurde snoepballetjes op tafel leeg strooit. “Ik denk omdat ik het eng vond. Dus kwam Marike bij mij.” Zo nu en dan heeft Ornella contact met haar moeder, al ziet ze haar niet vaak. “Vorig jaar in de zomervakantie zag ik haar weer voor het eerst na drie jaar. Daarna heb ik haar niet meer gezien.
Nu vind ik dat minder erg dan vroeger. Toen dacht ik: ze doet helemaal geen moeite voor mij. Nu weet ik dat zij wel haar best doet, al vind ik soms nog steeds dat ze gewoon beter voor mij moet zorgen. Ik bedoel: ze kan het wel, hoor. Ze moet gewoon haar best doen. Maar ik weet dat ze van me houdt.”

Stomme regels
Niet veel later komt ook de 12-jarige Caddy uit school en als ze aanschuift voor een glas limonade, hebben de meiden elkaar snel gevonden in hun verontwaardiging over de “stomme regels” in het gezinshuis. “Ik mag geen nieuwe telefoon!” zegt Caddy. Zichtbaar verongelijkt wendt ze zich tot Siebren: “Ik heb helemaal niets aan dat rotding. Hij kan niet eens opstarten. Als-ie van jou was, had je hem allang in de prullenbak gegooid.”
“Weet je wel hoe oud dat ding is?” mengt Ornella zich al even verontwaardigd in het gesprek. Om zich vervolgens te beklagen over het feit dat zij nog helemaal geen telefoon heeft. “Ik moet nog een jaar wachten voordat ik een telefoon krijg. Ik vind Siebren soms gewoon heel flauw. En hij maakt ook altijd stomme grappen.”

'In dit huis gelden mijn regels'

Siebren laat alle gram gelaten over zich heenkomen. Ongetwijfeld denkt hij terug aan wat hij eerder die middag zei: “Nu ik alleen ben, vind ik het weleens lastig om bij mijn standpunt te blijven. Soms kost het veel energie, omdat voor die tienermeiden alles discutabel is, maar ik ben wel heel nuchter: in dit huis gelden mijn regels. Daar is geen woord Frans bij, dus je roept maar een eind heen.”

Een moeder die altijd bij je is
“Ik zou best wel naar mijn moeder willen, hoor,” zegt Ornella even later. “Een moeder die altijd bij je is. Want nu zit ik met zo’n vader in huis.” Ze werpt Siebren een uitdagende blik toe. “Siebren begrijpt mij nooit,” vervolgt ze. “Met wie moet ik praten als ik straks in de puberteit ben?” Caddy herkent het probleem. “Soms begrijpt hij je echt niet. Maar dan ook echt he-le-maal niet. Net of hij Chinees is en wij Nederlander. Heel irritant.”
“Tja,” lacht Siebren, “vrouwen komen van Venus, mannen van Mars.”

'Je kunt de opvoeding niet meer delen'

Potje janken
In augustus 2014 krijgt het gezin een enorme klap te verwerken. Na een kort en heftig ziekbed overlijdt Marike. Sinds die tijd is de samenstelling van het gezin stabiel: Kimberly (19), Caddy en Ornella. Quincy (17) is er alleen in het weekend. Maar Siebren staat er wel alleen voor in het gezinshuis. En dat is pittig voor hem. “Je kunt de opvoeding niet meer delen. Vroeger kon ik tegen Marike zeggen: ‘Nu zijn ze even voor jou.’ Nu is het constant: ‘Siebren, Siebren.’ Soms heb ik geen moment rust. Het scheelt dat de kinderen allemaal ongeveer een weekend per maand naar hun moeder of naar een zogenaamd weekendgezin gaan. Dan heb ik wat ruimte, of kan ik wat extra aandacht aan de andere kinderen geven. Waar ik heel blij mee ben, is dat ik een aantal vrienden dicht om mij heen heb staan. Als er echt iets is, kan ik bij hen terecht. Dan jank ik een potje en ben ik er weer. Bovendien voel ik me gedragen door God. Hij is het fundament van dit hele idee.”

Heb je na het overlijden van Marike overwogen om te stoppen?
“Nee. Ik heb wel goed moeten nadenken over de vraag hoe ik de toekomst voor me zag. Maar ik ben tot de conclusie gekomen dat dit gewoon mijn gezin is. Wel wil ik volgend jaar verhuizen naar een eigen huis. Maar de kinderen neem ik mee. Want ik moet die meiden knap afleveren,” zegt hij lachend, met een blik op Caddy en Ornella, die inmiddels allebei boven een iPad hangen. “De kinderen zijn gehecht aan mij en ik aan hen. Dus samen met het Leger des Heils kijk ik hoe we het gezinshuis kunnen voortzetten.”

Grote bende
“Kom maar verder, hoor,” roept Kimberly vrolijk, na een klop op haar slaapkamerdeur. “Maar het is wel een grote bende,” waarschuwt ze lachend. Ze zit in kleermakerszit op haar witte spijlenbed, laptop op schoot. “Ga zitten,” wijst ze naar het voeteneinde, en ze trekt een kledingstuk naar zich toe. Kimberly is 10, als ze in het gezinshuis van Siebren en Marike komt wonen. Haar vader overlijdt als ze 2 is, waarna haar moeder depressief wordt. Ze kan de opvoeding van Kimberly en haar twee broers niet alleen aan en schakelt zelf jeugdzorg in. In de jaren die volgen, woont Kimberly afwisselend thuis en in een leefgroep. “Mijn moeder was veel te makkelijk. Als ze nee zei, werd het uiteindelijk toch ja. Daardoor luisterde ik niet en was ik vaak boos en opstandig, waardoor mijn moeder niet goed wist wat ze met me aan moest. Op een gegeven moment ging het echt niet meer, dus ik was eigenlijk best blij dat ik hier terechtkon.”

'Hier kreeg ik ‘nee’ te horen'

Gooien en schelden
Hoewel het vanaf dag één goed klikt tussen Kimberly, Siebren en Marike, zijn de eerste twee jaar ook pittig. “Hier kreeg ik ‘nee’ te horen en moest ik luisteren. Dat heeft een hoop boze buien opgeleverd. En dan was ik écht boos: ik gooide met dingen, schold en liep weg. Als ik daar nu aan terugdenk, kan ik er wel om lachen; het ging echt om de kleinste dingen. Gelukkig ging het later veel beter en ik kan echt zeggen dat ik heel gelukkig ben dat ik hier terechtgekomen ben. Ik zeg altijd: mijn mama is mijn mama, maar Marike en Siebren zijn mijn ouders. Ik noem ze dan wel geen papa en mama, maar zij hebben mij meer opgevoed dan mijn moeder of stiefvader ooit gedaan hebben. Ik hou van hen; ik maak echt deel uit van dit gezin. Nee, voor mijn moeder is dat niet moeilijk dat ik dit zeg. Ze heeft zelf hulp ingeschakeld en ze weet dat het goed met me gaat. De weekenden ben ik bij haar, en dat gaat ook goed; ik heb nooit ruzie met haar. En ze weet dat ik van haar hou en dat zij altijd mijn mama zal blijven.”

‘Wat eten we?’
In de woonkamer zitten Siebren, Caddy en Ornella op de bank tv te kijken – Siebren in het midden. Al snel staat hij op: “Ik ga eten maken, want Caddy en ik moeten vanavond op tijd weg. We gaan kennismaken op een middelbare school waar zij volgend jaar misschien naartoe gaat.”
“Wat eten we?” roept Ornella hem na. “Chili con carne,” antwoordt Siebren, terwijl hij de koelkast opent en er een paar witte kunststof bakjes uithaalt. “Een vriendin van ons kan erg lekker koken, maar maakt nog weleens wat te veel. Ik houd helemaal niet van koken, dus dit is lekker handig voor mij. Opwarmen en klaar.”

'Hechting is voor kinderen zo belangrijk'

Zware rugzak
“Als je niet meer thuis kunt wonen, is het het mooiste als je naar een pleeggezin kunt,” antwoordt Siebren op de vraag wat het verschil is tussen een gezinshuis en een pleeggezin. “Maar sommige kinderen hebben zo’n zware rugzak, dat hun problematiek te ingewikkeld is voor een pleeggezin. Want,” zegt hij, terwijl hij de rijst en de saus in twee pannen schept, “daar wordt wel van je verwacht dat je meeloopt in het ritme van het gezin. De andere kant is dat een gezinshuis veel meer ondersteuning krijgt, bijvoorbeeld van gezinscoaches. Gezinshuiskinderen hebben ook leerdoelen. En af en toe gaan de kinderen een weekend naar een steungezin. Al blijft er altijd een categorie kinderen voor wie het te ingewikkeld is om in een gezin te wonen.”

Siebren roert in de saus. “Houd je van pittig trouwens? Dan doe ik er nog wat extra chilisaus door.” Hij vervolgt: “Hechting is voor kinderen zo belangrijk. En dan is het gezin dé plek waar je dat leert, waar je leert hoe je met relaties omgaat, waar je leert praten, waar je tegen jezelf aanloopt. Waar je van huis kunt weglopen en toch weer terug mag komen, omdat je het samen gaat oplossen. Daarom proberen wij ook een zo normaal mogelijk gezin te zijn.”
In een mum van tijd is de chili con carne opgewarmd en kunnen we aan tafel. “Meiden, doen jullie de tv uit?” roept Siebren vanuit de keuken. “Ik ga het eten opscheppen.”

• • •

Wat is een gezinshuis?
Een gewoon huis in een gewone wijk, waar twee ouders de zorg voor twee tot vier kinderen op zich nemen. Dat is een gezinshuis. Een kleinschalige vorm van jeugdhulp, waarbij kinderen tussen de 2 en 18 jaar voor kortere of langere tijd worden opgenomen in het eigen gezin van de gezinshuisouders. De gezinshuisouders bieden 24 uur per dag verzorging, opvoeding en hulpverlening. Het Leger des Heils voert deze weken campagne om meer gezinshuisouders te werven. Interesse? Kijk op Legerdesheils.nl voor de vacature.

Tekst: Mirjam Hollebrandse
Beeld: Ruben Timman

Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

Eindredacteur visie.eo.nl

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons