Icon--npo Icon--menu Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

'Het hindert wél'

Blog van Arjan van Essen over chemo's, operaties en het gewone leven dat doorgaat. Zijn vrouw heeft borstkanker.

in Geloven

Daar zit je dan. Het nieuwe jaar, net een paar weken oud. In de wachtkamer. De gezamenlijke wachtkamer van de afdeling orthopedie en de afdeling chirurgie. We hebben om 09.30 uur een afspraak met een chirurg.

De mevrouw achter de balie die de afspraak checkt en je aanmeldt, heeft al gezegd dat onze chirurg wat uitloopt. In het volgende uur dat we wachtend doorbrengen, zie ik nogal wat mensen binnen komen lopen. Of rijden. De meeste mensen zien er ziek uit. Naast me zit een meneer, die in enkele zinnen vertelt over de dertig kilo die hij afgevallen is. Iets met maag en slokdarm. Even later een gesprek tussen twee oude kennissen die elkaar toevallig zien. De één oud en ziek, de ander alleen ziek. Bijzonderheden worden uitgewisseld. De oudere zieke is er slechter aan toe dan de alleen-zieke. Wel geeft hij een korte schets aan de ander hoe het leven eruit ziet als je niet alleen ziek maar ook oud bent. Een soort vooruitblik zeg maar.

Deze keer maakt de chirurg het erg bont door uiteindelijk pas na 5 kwartier te verschijnen. Om vervolgens te constateren dat het ‘redelijk’ gaat. Ze stelt wat verdiepingsvragen naar aanleiding van de pijnklachten en doet dit al snel af als spierpijn.
Ik vraag of het ook nieuwe uitzaaiingen kunnen zijn. Ze kijkt me aan, en zegt: 'Ja dat kan.' Ik denk op dat moment direct: ‘Kom op, waar is die kamer met scanapparatuur. MRI-, CT-, PET-scan’. Het vliegt allemaal door me heen. Ik benoem dat ook. 

Maar de chirurg zegt: "Helaas, dat helpt niet. We kunnen nu toch niets doen. De kans is groot dat het spierpijn is, of bijwerking van bestraling. Maar stel dat het uitzaaiingen zijn, dan zie je tussen week vijf en week acht de eerste neurologische uitvalverschijnselen. En zelfs dan doen we niet meer dan pijnbestrijding. Net zoals nu". Ze kijkt me aan met een blik van: 'Het is niet anders'. 

Ik zou de hele boel bij elkaar willen vegen. Willen roepen dat we dít niet afgesproken hebben. Dat het plan echt anders was. Gewoon. Nee, niet genezen. Dat verklaren ze je niet als je én tumoren én uitzaaiingen gehad hebt. Maar wel beetje rust nu. Eventjes. En natuurlijk weet ik ook wel dat deze ziekte de kop weer op kan steken. Zal steken, denk ik vaak. Maar niet nu. Dat is gewoon niet eerlijk. Langzamerhand begon ik net een beetje te geloven dat de omgeving gelijk heeft. Die zegt namelijk dat het goed gaat. Dat ze er goed uit ziet. Dat het leuk is dat haar haar weer begint te groeien. Met reacties die variëren van 'pittig koppie' tot 'het hindert niet'.
Die laatste opmerking komt dan uit kringen waar kort haar voor een vrouw een soort van zonde is. Dan is een 'het hindert niet' eigenlijk al een heel groot compliment. Een soort van 'het komt wel goed'.

Ik merk dat ik inmiddels helemaal klaar ben met alle speculaties, alle prognoses, alle uitspraken over al dan niet neurologische uitvalverschijnselen. Rotwoorden, die laatste twee. Klinkt als begin van het einde. Dat voelt als rollercoaster die het stationnetje weer uit dendert en weer snelheid maakt.

En niemand die zegt dat het niet hindert. Laat staan dat het goed komt.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over