Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

"Een pilletje om waardig te sterven? Krankzinnig is het"

Hoogbejaard en waardig

in Nieuws

Waardig oud worden, hoe ziet dat eruit in de praktijk? In de bossen bij Bilthoven staat woonzorgcentrum d’Amandelboom, waar zo’n 170 ouderen – voornamelijk christenen – hun dagen doorbrengen. De organisatie doet er alles aan om ze ‘gelukkig’ oud te laten worden. Dat betekent dat de bewoners zelf ook aan de slag moeten.

“Ja, daar kom ik met mijn Ferrari,” zegt een man in een rode scootmobiel gekscherend. Hij rijdt langs wat bezoekers die het pand verlaten en scheurt daarna de bocht om. Het is halverwege de ochtend op een doordeweekse dag in d’Amandelboom. In de gemeenschappelijke ruimte hangt de geur van koffie en speculaas. Aan een van de tafels zit een vrouw met keurig gekapt haar. Ze draagt een rode trui en een zwarte rok, haar handtas ligt op haar schoot. Hoe oud ze is? Dat weet ze niet exact; ze is de negentig in ieder geval al gepasseerd. Praten gaat prima, maar horen is lastiger, zelfs mét gehoorapparaten. “Maar ik kan alles nog zelf,” zegt ze met enige trots. “Opruimen, afwassen... Ik heb alleen hulp nodig bij het druppelen van mijn ogen.” Hoe is het om in een zorgcentrum oud te worden? “Ik ben blij dat de kinderen dicht bij me wonen en langskomen. Mijn dochter wast mijn haar altijd en zet de krullen erin. Ze neemt me ook weleens mee naar haar eigen huis. En mijn zoon komt ook elke week.”
Maar oud zijn is ook moeilijk voor haar. “Ik kan niet zo goed onthouden, dat is vreselijk lastig. Het komt door mijn leeftijd, dan wordt alles minder. Daar is niets aan. En veel van mijn vrienden zijn overleden...” Ze heeft haar theekopje leeg en staat op om naar haar kamer te gaan. Een van de vrijwilligers komt met een rollator aanzetten. Het blijkt de verkeerde te zijn.

Zelf doen
Niet veel later zitten zo’n vijftien mensen om een lange tafel. Ze kijken allemaal naar een grote flip-over waarop een kruiswoordpuzzel is getekend. “Een oud woord voor computerschijfje,” zegt de begeleidster. De deelnemers hebben geen idee. Maar als ze de eerste letter – een f – cadeau krijgen, is het woord gauw geraden. Een aantal mensen doet heel actief mee, anderen kijken alleen toe. Voor sommigen lijkt het ook te snel te gaan. Er wordt flink gelachen door een groepje vrouwen als
ze op de foto worden gezet. “Hé, kijk je alleen naar die dames?” roept een andere bewoonster naar de fotograaf.
Even verderop, iets voorbij de receptie, is er drukte in het kleine winkeltje. “We zijn drie keer in de week een uurtje open,” vertellen vrijwilligers mevrouw Veldkamp (81) en mevrouw Escher (78). Ze wonen zelf niet in d’Amandelboom maar verrichten wel allerlei hand-en-spandiensten. Ze verkopen vooral tandpasta, zeep, een chocolaatje, koekjes, een flesje wijn, advocaat... Een man komt uit het winkeltje schuifelen; in het mandje van zijn rollator ligt een pak sap. “Het is goed dat ze blijven bewegen en de mensen moeten zo veel mogelijk zelfredzaam blijven” aldus de vrijwilligers.  

Wensen van bewoners
D’Amandelboom is onderdeel van Accolade Zorg, dat in december vorig jaar een ‘Manifest ouderenzorg’ presenteerde. Daarin staat dat cliënten hun leven zo veel mogelijk zelf in mogen vullen, samen met hun bestaande netwerk. “Daar worden mensen gelukkiger van, maar ook hun netwerk én zorgmedewerkers geeft het meer voldoening,” staat in het manifest. Teamleider Schoon: “De tijd van ‘wij gaan alles voor uw moeder regelen’ is voorbij. Het is goed als bewoners zich realiseren dat hun netwerk veel groter is dan hun kinderen. Ze kunnen ook dingen voor elkáár betekenen.” Dat klinkt mooi, maar het is een lange weg, zo merkt Schoon. “Het is met name een stuk bewustwording. We staan echt nog aan het begin.” Tegelijkertijd probeert de organisatie meer aan te sluiten bij wensen van bewoners. Is iemand gewend elke vrijdag naar de markt te gaan? Dan wordt er een vrijwilliger geregeld die meegaat. Wil iemand graag schaken? Dan worden er schaakmaatjes gezocht. Wil iemand zelf koken in zijn eigen appartement? Als het verantwoord is, dan kan dat. Schoon: “Het is niet onze woonomgeving. Wij zijn hier te gast.”

"Ik kan nog bidden voor mijn kinderen"

Hele dag in bed
In de praathoek – een open ruimte op de begane grond met gemakkelijke stoelen – is mevrouw Baron (88) verdiept in het blad Seasons. Ze geniet van het leven. Ze woont hier inmiddels negen jaar en vindt het ‘heerlijk’. “We eten met elkaar, we drinken samen koffie... Dat is beter dan alleen. En ik heb ook het geloof. Dat is anders dan wanneer je niet gelooft.” Mevrouw Baron vindt haar leven zeker nog zinvol. “Ik kan bidden voor mijn kinderen.” Ze kan zich ook voorstellen dat het leven lastig kan zijn voor oude mensen. “Als je de hele dag in bed moet liggen, dan valt dat niet mee.” Maar een pilletje nemen omdat het leven ‘voltooid’ is? “Nee, dat kan ik me niet indenken. Het leven komt niet aan jezelf toe. Zo is dat.”

Nagels knippen
Vanuit een van de kamers klinkt ineens gezang: “Looft de Heer, o mijn ziel.” Het is pedicure Coby Muys (45), die een keer in de week de voeten van bewoners verzorgt. “Bij ons wordt heel veel gezongen,” zegt ze, terwijl ze de voeten van een oude heer onder handen neemt. “Bijvoorbeeld ‘Op een grote paddenstoel’ of ‘Scheepke onder Jezus’ hoede’.” “En ‘De Heer is mijn herder’,” vult de man in de ligstoel aan. Nathalja (21), de dochter van Coby, werkt ook als pedicure in het zorgcentrum. “We maken voeten schoon, verwijderen eelt
en likdoorns en knippen nagels. Het is
fijn voor de mensen als ze geen pijn meer hebben aan hun voeten.” Veel bewoners komen volgens haar ook voor de gezelligheid. “Soms zitten hier wel vijf bewoners tegelijk.” Coby: “Ik geniet van mijn werk. Ik houd van oude mensen en dat meen ik oprecht.”

‘Vreselijk veel gehuild’
Drie keer in de week kunnen de bewoners die dat willen samen eten in de gemeenschappelijke ruimte. De drie lange tafels zitten vol op deze woensdagmiddag. Op het menu staan soep, aardappelpuree, aardappelballetjes, kip, vis, spinazie en sla. De gesprekken gaan over de kwaliteit van het eten en kleine nieuwtjes.

“Ik zeg altijd: ‘De duivel is oud, ik niet’.” 

De meeste bewoners komen niet vaak meer buiten het terrein van het woonzorgcentrum. Ze zijn het erover eens dat je zelf iets moet maken van je leven. Thuis wonen is uiteraard beter dan hier, zo vinden de meesten, maar als dat niet meer mogelijk is, dan is dat zo. “Ik ga op alles af,” zegt een bewoonster, die sinds vijf weken in d’Amandelboom woont. “Samen koffie drinken, eten, gymnastiek, puzzelen... Overal doe ik aan mee. Als je dat niet doet en je blijft op je kamer zitten, dan kom je er niet tussen. Toen ik hier net zat, heb ik vreselijk veel gehuild, maar daar ben ik nu doorheen.”
Een andere vrouw reageert: “Je raakt veel kwijt hoor, als je verhuist.”
Dat het leven voor sommige mensen niet meer ‘hoeft’, kunnen alle tafelgenoten zich enigszins voorstellen. “Maar het hangt vooral van je karakter af,” zegt een bewoonster tussen twee happen kip door. “Sommigen zijn zo pessimistisch. Je moet de goede dingen zien. Zo krijgen we hier iedere dag soep. Dat kregen we thuis niet.”

Tegen pilletjes
Mevrouw Pul (90) praat graag met iedereen. “Ik ben een babbel,” zegt ze. Ze vindt zichzelf niet oud. “Ik zeg altijd: ‘De duivel is oud, ik niet’.” Ze vindt het gezellig in het woonzorgcentrum en is het leven niet moe. “Mensen die zeggen dat er een pilletje moet komen zodat je ‘waardig’ kunt sterven, die zijn toch gek? Krankzinnig is het.” Haar overbuurvrouw knikt: “De Here heeft je in het leven gezet en dan ga je dat niet weggooien.”
Mevrouw Pul is tegen medicijnen in het algemeen, zo blijkt aan het einde van de maaltijd. De twee witte pilletjes die ze had moeten slikken bij het eten, heeft ze onder haar placemat verstopt. “Dat vind ik niet nodig,” zegt ze lachend.

Gieren van het lachen
Na het eten gaat medewerker Maurits Lokhorst (26) nog even bij een bewoonster langs. Ze zit in haar kamer in een gemakkelijke stoel met een boek op haar schoot. “Ik was bijna vertrokken,” zegt ze licht slaperig. Maurits gaat op zijn hurken naast haar zitten voor een praatje. Ze wil hem iets vertellen over een bewoonster van wie ze de naam niet meer weet. “Die vrouw die achter een rollator loopt,” zegt ze. Maurits: “Ja, driekwart hier is vrouw en de helft loopt achter een rollator.” De vrouw in de stoel giert van het lachen.
Uit alles blijkt dat de bewoners het plezier in hun leven vooral halen uit contacten met anderen: kinderen die op bezoek komen, samen koffiedrinken en eten
met andere bewoners, een gesprekje
met een zorgmedewerker. Maar ook in d’Amandelboom zijn er deuren die gesloten blijven, zo vertelt een bewoonster die er al heel wat jaartjes woont: “Uiteindelijk zijn er ook mensen die nooit van hun kamer af komen en die geen bezoek krijgen. Dat kun je niet voorkomen.”
 

Deze reportage is afkomstig uit EO Visie.

Tekst: Linda Stelma
Beeld: Goed Folk 

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Lees ook

Jannica leeft dankzij een nieuwe lever

Jannica leeft dankzij een nieuwe lever

'Orgaandonatie is ingrijpend, maar je kunt er iemand mee redden'

Femke Taale

Wordt abortus legaal in het geboorteland van de paus?

Wordt abortus legaal in het geboorteland van de paus?

‘Abortus ligt hypergevoelig’

Gert-Jan Schaap

13 juni 2018
Ierland stemt voor verruiming abortuswet

Ierland stemt voor verruiming abortuswet

Abortus nu tot 12 weken toegestaan

28 mei 2018

Annemarie wordt langzaam blind

‘Ik weet niet goed of mijn ziekte een doornenkroon of een lauwerkrans is’